Wetenschap - 4 oktober 2001

H.N. van Lier

Beeldvorming en werkelijkheid

'Landschapsonderzoekers scoren slecht' luidt de kop in het Wb van 13 september, over de beoordeling van het wetenschappelijk onderzoek van de vier leerstoelen die zich richten op planning en inrichting van de (groene) ruimte. Dat roept beelden op van een stelletje nietsnutten, die ?f niet weten waar zij mee bezig zijn ?f hun handen niet uit de mouwen weten te steken (of beide). De werkelijkheid is anders, in elk geval voor de leerstoelgroep Landgebruiksplanning. Dit blijkt uit het visitatierapport, want dit meldt meer dan de genoemde tabel. Daarom wil ik op drie aspecten, die in het rapport nadrukkelijk aan de orde worden gesteld, ingaan.

Volgens de commissie zijn de drie leerstoelgroepen aan de Wageningen Universiteit in de sfeer van planning, inrichting en vormgeving heel erg klein (pag. 12). De leerstoelgroep Landgebruiksplanning werd in de beginjaren van de verslagperiode geconfronteerd met een drastische personeelsinkrimping. De leerstoelen Cultuurtechniek en Planologie leverden 9.0 fte in. Ze werden daardoor zo klein dat besloten werd ze samen te voegen tot de nieuwe leerstoelgroep Landgebruiksplanning. Terzijde zij nog opgemerkt dat aan het einde van de periode nog 2 fte moest worden ingeleverd, zodat uiteindelijk met nog slechts zes docenten/onderzoekers het werk verzet moest worden (ondanks de meerjarenafspraak over de capaciteit en het ruimschoots behalen van de daarin geplande aantallen studenten). Zo'n operatie betekende het in elkaar schuiven van onderwijs ?n onderzoeksprogramma's, waarbij iedere groep vooral ook het eigen onderzoeksprogramma meebracht. Overigens ter vermijding van misverstanden: de onderwijsvisitatiecommissie (1999) velde een positief oordeel over de nieuwe specialisatie landgebruiksplanning binnen de opleiding landinrichtingswetenschappen. Zij achtte deze veelbelovend en vernieuwend. Bij het nieuwe onderzoekprogramma behoorde veel contractwerk in de derdegeldstroomsfeer. Door de geslonken mankracht werd veel van dit onderzoek gepresenteerd in de vorm van beleidsrapporten, interne mededelingen en adviezen op het gebied van planning en inrichting. Deze verplichtingen, alsmede de grotere dan de geplande onderwijsverplichtingen in relatie tot de sterk ingekrompen groep, leverde desondanks een hoog aantal publicaties op, maar: nog te weinig in de A- en B-sfeer (eerlijk is eerlijk). De commissie telde: vier dissertaties, 131 scientific publications ?n 106 professional publications (= totaal 241!) Is dat nu echt een lage productiviteit voor zo'n kleine groep?

Van meer belang nog echter acht ik de kwalitatieve beoordeling van het programma. De commissie wijdt daar op verschillende plaatsen in het rapport aandacht aan: 'there is also a promise in the reorganised Land Use Planning Impact Programme at Wageningen' (pag. 26) en 'the opportunity for linkage to other areas of related research in the University, there are good prospects for building a strong research contribution in this programme. There are already signs of improving quality!' Beide positieve kwalificaties maken duidelijk dat de vernieuwing als gevolg van de reorganisaties, volgens de commissie, als kansrijk worden gezien. Een aanmoediging voor de groep om op de ingeslagen weg door te gaan.

Tenslotte schouwt de commissie ook in de toekomst voor wat betreft de inbedding van het onderzoekprogramma van de leerstoelgroep in een breder kader. En daarover niets dan lof: 'some new research initiatives such as the Networks in the Delta Project (ten onrechte toegeschreven aan Utrecht; Wageningen let op uw zaak!) are heralding a new response to the threat of deepening separation (between several programmes)'.

Samenvattend moet geconstateerd worden dat de achter ons liggende periode moeilijk is geweest, dat de daaruit ontstane beeldvorming met betrekking tot de onderzoeksprestaties niet (geheel en al) in overeenstemming is met de werkelijkheid, dat de leerstoelgroep een goed programma op de rails heeft staan en dat de reeds ingezette omslag van meer toegepast onderzoek naar fundamenteel onderzoek versterkt doorgezet moet worden. De groep ligt op koers.

H.N. van Lier, emeritus-professor Landgebruiksplanning

Re:ageer