Organisatie - 20 oktober 2010

H-factor

Het is heerlijk om met wetenschap bezig te zijn, je resultaten op papier te zetten en daarmee de opgedane kennis en inzichten met anderen te delen. Dat was zo, is zo, en zal altijd zo zijn, maar de tijden zijn wel veranderd. Waar vroeger de onderzoeker onbevangen zijn werk kon doen, worden nu omvang en kwaliteit op allerlei manieren gemeten en beoordeeld.

Zo is er de H-factor. De laatste tijd word ik steeds vaker daarnaar gevraagd. Meestal antwoord ik dat ik het niet weet en dat ik het een van onze secretaresses zal laten nakijken. Ik zou natuurlijk zomaar een getal kunnen noemen. Maar het risico bestaat dat het getal belachelijk laag of onbehoorlijk hoog is.
Ik heb het op internet opgezocht. De Hirsch-factor combineert het aantal artikelen in internationale tijdschriften met het aantal keer dat ze geciteerd zijn. Als bijvoorbeeld 17 van je artikelen 17 keer geciteerd zijn, is jouw H-factor 17. Dus het schrijven van een alles overtreffend artikel levert niet meer dan één punt op, stel ik vast.
Vorige week werd ik wederom door iemand op mijn H-factor aangesproken. Ik kon hierover nog geen nadere mededelingen doen, maar wel melden dat mijn PUB-score met 672 nog nooit zo hoog is geweest en dat de teller van mijn NAT-waarde op 27 staat, de overledenen meegerekend. 'Het totaal ­aantal gepubliceerde pagina's per jaar' en 'het ­aantal medeauteurs, dat al eens in Nature heeft ­gepubliceerd', voegde ik eraan toe. Ik vermoed dat hij later die dag aan het rekenen en googlen is ge­slagen.

Re:ageer