Wetenschap - 14 november 2013

Grote grazers slecht voor broedvogels

tekst:
Albert Sikkema

Het gaat goed met de grote grazers maar slecht met de broedvogels in de Oostvaardersplassen. Het aantal broedparen en soorten broedvogels in dit natuurgebied is sinds 1997 met een derde afgenomen, constateerde Sovon vogelonderzoek begin november.
Alterra-onderzoeker Martijn Hammer is niet verrast.

Waarom doen de broedvogels het zo slecht?

‘Oorzaak is de grote begrazingsdruk, waardoor geschikte vegetatie voor veel soorten is verdwenen. Voor vogels die houden van grasland, ruigte en struweel zijn er steeds minder geschikte broedlocaties en hun nesten worden eerder vertrapt door de grote grazers. Daardoor nam het aantal broedparen van de blauwborst bijvoorbeeld af van 281 paren in 1997 naar 39 in 2012.’

Was het te voorzien?

‘Het is een keuze. De beheerder heeft een wildernis gecreëerd in de Oostvaardersplassen, een soort ecosysteem dat zichzelf in stand houdt en waarbij de grote grazers worden gebruikt om het gras kort te houden. Dat is prettig voor sommige soorten, zoals ganzen, maar niet voor een groot aantal andere soorten broedvogels. Dat kun je van tevoren inschatten.’

Is het erg?

‘Het hangt van je keuze af, wat je wilt beschermen. Als je een natuurpark wilt met veel grote grazers, is dit een van de consequenties.’

Kun je het voorkomen?

‘Je kunt er wat aan doen als je dat wilt. Door het aantal grote grazers terug te brengen bijvoorbeeld, of gebieden minder toegankelijk maken voor grote grazers. Dat is gunstig voor deze broedvogels. Ze doen het beter in delen van de Oostvaardersplassen die open zijn voor het publiek en waar minders grote grazers komen, want bezoekers eten geen vegetatie, vertrappen geen nesten en zorgen maar voor een beetje verstoring.’

Dit is maakbare natuur, toch?

‘In Nederland kunnen we dat heel goed: natuurgebieden geschikt maken voor bepaalde doelsoorten via gericht beheer.’



Re:ageer