Wetenschap - 20 juni 1996

Grote collectie aaltjes op de LUW bedreigd

Grote collectie aaltjes op de LUW bedreigd

De collectie aaltjes op de vakgroep Nematologie behoort tot de grootste drie van de wereld. Met het vertrek van aaltjestaxonoom drs Piet Loof (71) dreigt het taxonomisch centrum echter een gevoelige klap te krijgen. Want heeft de vakgroep daarna nog wel genoeg tijd om de collectie te onderhouden?


Drs Piet Loof en dr ir Tom Bongers halen uit een metalen archiefla een felgroen houten doosje met preparaten. Een voor een houden we de dekglaasjes met aaltjes tegen het raam. Eerst zien we alleen maar stofjes. Maar dan komen we bij aaltjes van wel anderhalve centimeter. Zij laten zich kennen als zwarte, kronkelige haartjes. Hier, dit is een mannetje", constateert Bongers, terwijl hij zijn ogen een beetje dichtknijpt. Mannetjes zijn bij deze soort duidelijk doorzichtiger en smaller dan vrouwtjes. Dat komt omdat ze zoveel energie in hun sperma steken."

Loof nam vijf jaar geleden formeel afscheid van de vakgroep Nematologie. Maar nog bijna dagelijks is hij bij de archiefkasten te vinden. Dit is echter het laatste jaar, verzekert hij. Nu hij 71 is, wil hij meer bij zijn vrouw zijn. De nematoloog kan terugkijken op veertig jaar taxonomisch onderzoek. In 1955 begon hij de paar honderd preparaten te determineren die de eerste kroondocent Nematologie, dr Oostenbrink, sinds 1949 had verzameld. Inmiddels telt de Wageningse collectie meer dan 54 duizend preparaten met gemiddeld vier nematoden tussen de glaasjes. De verzameling is in te delen in 3200 verschillende aaltjessoorten, verdeeld over 570 genera. Daarmee behoort zij tot de grootste drie in de wereld.

Zo'n 160 nieuwe soorten zijn beschreven door Loof. Tussen dit onderzoek door adviseerde hij collega's, determineerde hij preparaten die binnenlandse en buitenlandse instituten opstuurden ter identificatie en becommentarieerde hij soortbeschrijvingen van anderen. Maar al te vaak klopten deze niet.

Je moet een grote collectie aaltjes hebben om een soort goed te kunnen onderscheiden", zo verklaart Loof de vergissingen. Het komt vaak voor dat iemand denkt een nieuwe soort te hebben gevonden. Terwijl wij dan constateren dat dit aaltje onder de variatie valt van een al beschreven soort. Zoiets zie je alleen als je van die soort een heleboel individuen hebt: mannetjes, vrouwtjes, jonkies, individuen uit verschillende regio's, uit verschillende bodems... De geografische herkomst is vaak bepalend voor bijvoorbeeld de staart- of lichaamslengte."

Selectie

Er is nog een reden om een grote collectie te behouden. Vaak komen taxonomen volgens de determinatie-tabel op een bestaande soort uit. Vergelijken ze echter het aaltje met een soortgenoot uit de collectie, dan blijken soms grote verschillen. Zoiets kan erop wijzen dat ze met een nieuwe soort te maken hebben. Een tabel geeft namelijk altijd maar een selectie van kenmerken.

Ook de uitgebreide data-bank die de Wageningers hebben opgebouwd, is belangrijk bij het determineren. Alle ooit gegeven namen van soorten zijn hierin terug te vinden. Piet heeft hem niet nodig; die kent alles uit zijn hoofd", vertelt Bongers, terwijl hij uit een bak een willekeurig kaartje trekt en een Latijnse naam noemt. Loof noemt zonder te kijken twee synoniemen en de auteur: De Man, 1880."

Voor de biologische bestrijding is het essentieel dat soorten goed worden gedetermineerd. Loof: Veel aaltjes kun je bestrijden met vangplanten en een speciale vruchtwisseling. Maar dan moet je wel weten in welke gewassen of rassen het aaltje kruipt. Als je het aaltje verkeerd determineert, kun je de boer een verkeerd advies geven over het te verbouwen gewas."

De tabellen zijn nog lang niet volledig. Want hoewel er na 1950 flink wat kennis is opgebouwd over planteparasitaire aaltjes, signaleren onderzoekers nog regelmatig nieuwe ziekteverwekkers, bijvoorbeeld wanneer boeren een nieuw gewas beginnen of wanneer een aaltje aan de controle ontsnapt en meekomt met een gewas uit het buitenland.

Naast de planteparasieten leven in bodems, dakgoten, zeeen en vijvers ook legio onschuldige aaltjes. In een vingerhoedje vochtige grond zijn soms wel vijftig nematoden te vinden. Loof schat dat wereldwijd nog geen tien procent van de aaltjessoorten is beschreven.

Banen

Van de 3200 soorten die de vakgroep heeft verzameld, zijn zo'n achthonderd soorten nog niet geidentificeerd. Daarvan zijn er zeker driehonderd nog niet eerder beschreven. Soms zetten de taxonomen hier een student op. Maar ze willen een afstudeervak nematodentaxonomie ook niet te veel promoten, want voor afgestudeerde systematici zijn er nauwelijks banen. Er is wel veel werk voor", verbetert Loof zichzelf, maar geen geld. Taxonomie doet ouderwets aan; vaak vinden autoriteiten nieuwe technieken en methoden belangrijker. Maar je moet de hele nematologie niet vergeten. Oecologen steunen zwaar op taxonomisch onderzoek. Heel veel mensen maken gebruik van determinatie-tabellen."

Loof's specialiteit zijn wortellesieaaltjes, vrijlevende aaltjes van ongeveer een halve centimeter lang die zich gemakkelijk verplaatsen. Ze zwerven in de wortel rond, zuigen wat, en verlaten hem weer om een andere gastheer te zoeken tot ze ergens eieren leggen of dood gaan. De aangetaste wortels vertonen donker gekleurde plekken waarin duizenden aaltjes in alle groeistadia voorkomen. De soorten hebben het gemunt op ondermeer rozen, vruchtbomen en granen. Ze kunnen het in de grond een paar maanden uithouden. Of ze dan van schimmels of van planteresten leven, is onbekend.

Naarmate ik langer aan wortellesieaaltjes werk, lijk ik minder van ze te weten", vertelt Loof. Je komt steeds meer soorten tegen waarvan niet is te zeggen of het een nieuwe soort is of een variatie van een al beschreven soort." Daarbij kijkt hij ondermeer naar de vorm van de staart, van de geslachtsbuis, van de vrouwelijke zaadblaasjes waar het sperma wordt opgeslagen, en van de lijnen op de zijkant van het lichaam. Vergelijking van eiwitten of DNA biedt extra handvaten om de verwantschap van individuen te bepalen. Maar deze methoden wordt alleen nog ingezet bij identificatie van de meest belangrijke planteparasieten.

Uniek

Nu Loof weggaat, neemt vakgroepmedewerker Bongers het zoveel mogelijk over. Bongers heeft echter ook nog andere taken. Aan bijvoorbeeld onderhoud van de collectie, zoals het opnieuw bewerken van oude preparaten die zijn gaan lekken, komt hij waarschijnlijk niet toe. Eigenlijk is hiervoor een halve kracht extra nodig, zeggen de taxonomen, maar daar is vooralsnog geen geld voor. De aaltjescollectie valt namelijk noch onder het onderwijs, noch onder het voorwaardelijk gefinancierd onderzoek. Het taxonomisch onderzoek is evenmin beschermd, omdat het niet is ondergebracht in een onderzoekschool.

Het ministerie van Onderwijs en wetenschappen, dat vorige week met een inventarisatie-rapport kwam inzake alle universitaire collecties, constateert dat de nematodencollectie uniek is voor Nederland, doch dat het beheer en de fysieke conditie van veel preparaten onvoldoende is. Bongers tracht nu financiering te krijgen van de EU en het ministerie van Vrom. Milieu-onderzoekers kunnen aaltjes gebruiken als bio assay om de kwaliteit van bodems te volgen, want verschillende aaltjessoorten zijn uiterst gevoelig voor veranderingen in de bodem. Daarnaast heeft de docent zijn hoop gevestigd op het fonds voor biologische collecties, dat de overheid overweegt in te stellen. Biodiversiteit is tegenwoordig een belangrijk thema", zegt Bongers optimistisch. En dat de biologische collecties in Nederland worden bedreigd, is bekend. Goed, er wordt alleen nog maar over gepraat. Maar discussies gaan altijd vooraf aan daden."

Re:ageer