Wetenschap - 18 januari 2001

Grootschalige bodemgegevens vaak van slechte kwaliteit

Grootschalige bodemgegevens vaak van slechte kwaliteit

'We moeten meer meten'

De hoeveelheid en kwaliteit van wereldwijde of regionale gegevens van bodemprocessen zoals emissies en verzuring laat vaak nog erg te wensen over. Meer en beter gebruik van meetgegevens moet leiden tot hogere betrouwbaarheid. Dit bleek tijdens een mini-symposium dat het International Soil Reference and Information Centre ISRIC hield ter ere van haar 35-jarig bestaan.

"Als je er een factor twee of drie naast kan zitten bij een waarde voor de verzuring van de bodem in een Nederlandse regio, vind ik dat vrij fors", zegt dr. Gerard Heuvelink van de Universiteit van Amsterdam. Een methode om de betrouwbaarheid van de gegevens te vergroten is eerst modellen eerst te laten rekenen aan kleine gebiedjes, en pas daarna de gegevens te combineren voor een groot gebied. Dit bleek uit onderzoek van dr. Heuvelink en Alterra-onderzoeker ir. Hans Kros. Veel onderzoekers slaan die stap over en laten hun modellen meteen aan grote gebieden rekenen. Dit werkt grotere fouten in de hand aangezien de meeste bodemmodellen zijn gebaseerd op kleinschalige laboratorium experimenten.

In de meeste gevallen zijn er ook gewoon veel meer meetgegevens nodig. Kros: "We hebben veel meer meetgegevens nodig om de modellen voor de verzuring in Nederland te valideren en ook de onzekerheid ervan te kwantificeren. De laatste tien jaar zitten we dezelfde informatie te herkauwen." Volgens dr. Hugo Denier van der Gon van het Laboratorium voor Bodemkunde en Geologie zijn er ook op het gebied van broeikasgasemissies veel meer metingen nodig. "Niemand weet bijvoorbeeld hoeveel methaan er wereldwijd is uitgestoten in 1990, terwijl dit wel het referentiejaar is voor de klimaatafspraken in Kyoto." | H.B.

Re:ageer