Wetenschap - 27 september 2007

Grondbank voor natuurcompensatie

Nederland is vergeleken met veel andere landen vooruitstrevend in haar beleid rondom natuurcompensatie. Maar voor de praktische uitvoering kunnen we nog veel bruikbare ideeën in het buitenland opdoen, blijkt uit een analyse van het LEI. Zo experimenteert Duitsland met een ‘compensatiebank’ die geschikte percelen grond verzamelt.

Als de bouw van woningen of wegen beschermde natuur aantast, gaat het project niet door. Tenzij het van groot ‘openbaar belang’ is, zoals de uitbreiding van een vliegveld. Wel moeten projectontwikkelaars dan de schade compenseren door ergens anders vergelijkbare natuur te ontwikkelen. In de praktijk komt hier echter weinig van terecht door onduidelijke regelgeving, gebrek aan controle, hoge kosten en onvoldoende zicht op geschikte gronden.
Om de uitvoering te verbeteren onderzocht het LEI in opdracht van het ministerie van LNV hoe andere landen omgaan met natuurcompensatie. Een ‘concept met potenties’ dat in het rapport wordt beschreven is de Duitse grondbank voor natuurcompensatie. Deze bank koopt alvast percelen grond aan waarop in de toekomst natuur kan worden ontwikkeld. Via makelaars kunnen projectontwikkelaars zo beter goede locaties vinden waarop ze de schade goed kunnen maken die hun bouwprojecten toebrengen aan beschermde natuur. Een bijkomend voordeel is dat de bank versnippering kan tegengaan door bij de aankoop te letten op aansluiting van gronden.
Engeland blijkt een inspiratiebron te zijn voor het toezicht. Terwijl in Nederland niemand verantwoordelijk is voor de controle op de daadwerkelijke compensatie van natuurschade, heeft Engeland een onafhankelijke overheidsinstantie ingesteld die erop toeziet dat gemeenten en projectleiders hun afspraken nakomen.
Het LEI constateert verder dat Nederland goed op weg is met de formulering van richtlijnen voor de ecologische hoofdstructuur. In veel andere landen zijn de compensatieregels namelijk nauwelijks op papier uitgewerkt. ‘In het kader van de Vogel- en habitatrichtlijn krijgen alle EU-lidstaten vroeg of laat te maken met compensatie. Nederland kan dan wellicht als gidsland dienen’, concluderen de onderzoekers in hun rapport.

Re:ageer