Organisatie - 26 november 2015

Groen onderwijs tussen hoop en vrees

tekst:
Albert Sikkema

Anderhalve week geleden oordeelde de Tweede Kamer in een motie dat het groene onderwijs, waaronder Wageningen Universiteit, onder het ministerie van OCW moet gaan vallen. Wat was de aanleiding voor deze motie, hoe ontstond er opeens een Kamermeerderheid voor en wat zijn de mogelijke gevolgen voor Wageningen UR? Een reconstructie en vooruitblik.

Foto: David van Dam, Hollandse Hoogte

In het najaar van 2014 vraagt de Tweede Kamer, op initiatief van VVD en D66, het kabinet om een onderzoek in te stellen naar de voor- en nadelen van de positie van het groene onderwijs bij het ministerie van EZ. Dat leidt tot de Verkenning Sectoronderwijs, waarvan de resultaten op Prinsjesdag 2015 aan de Kamer wordt aangeboden door onderwijsminister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sharon Dijksma van EZ.

‘De verbinding tussen onderwijs en bedrijfsleven wordt steeds belangrijker’, schrijven ze aan de Kamer. ‘Belangrijkste conclusie van het rapport is dat stelselverantwoordelijkheid voor een vakdepartement niet per definitie nodig is om deze verbinding tot stand te brengen.’ Ook citeren de bewindslieden de passage in het rapport dat het ministerie van EZ volgens het groene onderwijs tekortschiet op het gebied van vakinhoudelijke betrokkenheid en sturing. ‘EZ heeft volgens velen niet meer de positie om haar groene stelselverantwoordelijkheid met toegevoegde waarde duurzaam in te vullen.’

Maar de bewindslieden stellen niet voor om het groen onderwijs onder te brengen bij OCW, want ‘het ontbreekt OCW aan oriëntatie en kennis om recht te doen aan belangrijke sectorspecifieke behoeftes’. EZ belooft ‘meer aandacht te geven aan de vakinhoudelijke verantwoordelijkheid voor het groen onderwijs’ en met onderwijs en bedrijfsleven een ‘strategische ontwikkelagenda’ voor de komende tien jaar op te stellen met ‘inhoudelijke onderwijsambities’. Verder gaan beide ministeries dezelfde spelregels hanteren bij het vaststellen van de onderwijsbekostiging, beloven ze de Kamer.

De aanbiedingsbrief hinkt duidelijk op twee gedachten. En dat is niet zo gek, want volgens insiders is minister Bussemaker vóór een overgang van het groen onderwijs naar OCW en staatssecretaris Dijksma van EZ tégen.

Onderwijsbegroting

Eind oktober 2015 bespreekt de Tweede Kamer de onderwijsbegroting 2016 van minister Bussemaker. Bij die bespreking dienen D66 en CU een motie in om het groene onderwijs over te hevelen naar OCW. Die motie wordt niet echt besproken. De regeringspartijen vragen om de motie aan te houden, om zich te kunnen beraden. Daarom wordt de motie niet in stemming gebracht op 3 november. De verwachting leeft dat de motie weer aan bod komt bij de bespreking van de EZ-begroting in november.

Maar een dag na de behandeling van de onderwijsbegroting neemt staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur en Milieu ontslag na het vernietigende Fyra-rapport. Niet lang daarna neemt EZ-staatssecretaris Dijksma de positie van Mansveld over en wordt een nieuwe EZ-staatssecretaris aangesteld in de persoon van Martijn van Dam. Die kan niet meteen de EZ-begroting met de Kamer bespreken en dus wordt de Kamerbehandeling uitgesteld tot december.

De Haagse discussie over het groene onderwijs staat ondertussen echter niet stil. D66 vindt al jaren dat alle onderwijs bij het ministerie van OCW moet worden ondergebracht, het CDA is altijd tegen. De PvdA en VVD neigen naar het standpunt van D66, maar nu even niet, vindt de PvdA. De VVD wil extra geld voor het groene onderwijs en vindt dat dat geld bij het ministerie van OCW vandaan moet komen, maar dan heb je elk jaar discussie over geld tussen twee ministeries. De Kamerfractie van de VVD, die een sleutelrol speelt om de motie aan een meerderheid te helpen, hakt medio november de knoop door. De meerderheid van de VVD-Kamerleden wil het groene onderwijs overhevelen naar OCW. Daardoor is er opeens een Kamermeerderheid. De motie wordt razendsnel in stemming gebracht, tot verrassing van velen.


Motie groen onderwijs

De Tweede Kamerfracties van D66, ChristenUnie, VVD, GroenLinks en de SP namen op 17 november de motie aan dat het groene onderwijs moet worden overgeheveld van het ministerie van Economische Zaken (EZ) naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De partijen willen de bekostiging per leerling van het groene en reguliere onderwijs gelijktrekken en dat is volgens hen het gemakkelijkst als ze vanuit één begroting worden gefinancierd. Bovendien stellen de partijen dat de Verkenning Sectoronderwijs heeft uitgewezen dat er geen duidelijke reden meer is om het groene onderwijs anders te behandelen dan de rest van het onderwijs. Ze vinden het wel essentieel dat bij de overheveling naar OCW ‘de verworvenheden van het groene onderwijs (doorlopende leerlijnen en een sterke binding met het bedrijfsleven) behouden blijven en als inspiratie dienen voor het hele onderwijs.’


Verdeelde reacties

De reacties die de motie vervolgens losmaakt in het groene onderwijs, laten de verdeeldheid in de sector zien. Wageningen Universiteit, de agrarische hogescholen en de agrarische opleidingscentra (aoc’s) vinden elkaar in het protest tegen de bezuinigingen op het groen onderwijs door het ministerie van EZ. Die kortingen bedroegen vorig jaar zo’n 15 miljoen euro maar zijn na protest teruggedraaid. Voor 2016 zijn ze opgelopen tot bijna veertig miljoen.

Maar waar de universiteit bij het ministerie van EZ wil blijven, hebben veel aoc’s er geen vertrouwen meer in dat dit ministerie hun belangen goed behartigt. Terwijl de universiteit informeel lobbyt tegen uitvoering van de motie, zijn de aoc’s juist voorstander van deze motie. Ze gaan ervan uit dat het onderwijsministerie de opgelegde korting van 28 miljoen terugdraait, waardoor ze niet hoeven te bezuinigen. De universiteit wil af van de 2 procent-regeling die de groei van haar budget beknot en leest in de Verkenning Sectoronderwijs dat het ministerie van EZ daartoe bereid is. Ze denkt dus dat EZ haar financiële probleem kan oplossen.

Positie Wageningen UR

Bovendien zijn er inhoudelijke redenen om bij dit ministerie te blijven. Voor Wageningen UR, bestaande uit universiteit en DLO, is een landelijke beleidsdirectie en financier beter en efficiënter dan twee. Als universiteit en DLO door verschillende ministeries worden bekostigd, dreigt de veel geroemde integratie tussen universiteit en onderzoeksinstituten en de samenwerking met het ministerie in de ‘gouden driehoek’ te verminderen, vreest de raad van bestuur.

Wageningen Universiteit wil bij EZ blijven, veel aoc’s juist niet

De hechte samenwerking tussen universiteit en DLO onder één bestuur lijkt een zekerheid, maar is dat allerminst. Afgelopen jaar rouleerden er ook Haagse voorstellen om alle instituten voor toegepast onderzoek – TNO, DLO, Deltares, ECN en Marin – onder één bestuur te brengen. Als gevolg zou de raad van bestuur niet langer zowel de universiteit als DLO aansturen, maar zouden de DLO’ers met TNO en andere instituten onder een landelijk bestuur gaan vallen. Dit ‘Grand Design’ heeft het niet geschopt tot officieel voorstel, maar een overplaatsing van de universiteit naar het onderwijsministerie zou dit smeulende plannetje weer kunnen aanwakkeren. In de reactie op de motie schreven de Wageningse bestuurders dat ‘er een wig wordt geslagen in de huidige samenwerking tussen academisch onderwijs en toegepast onderzoek’. Ze vrezen dat er in Den Haag aan de poten van Wageningen UR wordt gezaagd.

Ministers

Het kabinet is nu aan zet. Gaat de kersverse staatssecretaris Martijn van Dam van EZ de motie uitvoeren en voorbereidingen treffen om het groene onderwijs over te dragen aan het onderwijsministerie? Dat valt nog te bezien. Zijn voorganger Sharon Dijksma was tegen, premier Rutte was dat vorig jaar ook nog. Wellicht geeft het kabinet komende week uitsluitsel tijdens de bespreking van de landbouwbegroting in de Tweede Kamer, maar wellicht ook vergt dit nader overleg, omdat de ministers het niet eens zijn. In dat geval bungelt het groene onderwijs nog even tussen hoop en vrees.


Re:ageer