Wetenschap - 1 januari 1970

Groen als zacht omhulsel van hoekige gebouwen

Groen als zacht omhulsel van hoekige gebouwen

Groen als zacht omhulsel van hoekige gebouwen

Een decadente lunch. Dat is wat Annemieke Eijsackers en Maartje Zondervan afgelopen zomer invoerden om de last van hun afstudeervak wat te verlichten. Elke woensdagmiddag organiseerden ze er een in de kantine van De Hucht. De ene keer met wijn, de andere keer met pannenkoeken. Zondervan weet nog goed hoe ze op een dag de kantinekeuken met pannenkoeken onderbakten. Maar toen kwam de conciërge met een rode kop en dat was het einde van onze woensdagmiddaglunch.


Toch ploeterden ze voort, en met resultaat: hun afstudeerwerk - een literatuurstudie en een landschapsontwerp - werd bekroond met een negen. Eijsackers: We zijn niet alleen aan het kleuren en plakken geweest, maar hebben ons juist theoretisch verdiept.

De twee vriendinnen begonnen met een studie naar kenmerken en verschijningsvormen van twee stromingen, het modernisme en het post-modernisme, zowel binnen de architectuur en de stedenbouw als binnen de landschapsarchitectuur. Wij wilden kijken wat zich deze eeuw heeft afgespeeld binnen deze drie vakgebieden, we wilden nagaan hoe wij hierdoor beïnvloed zijn, en bekijken wat we daarvan kunnen leren.

Gezamenlijk verhelderen ze het begrip modernisme. Het modernisme kwam begin deze eeuw opzetten. Na de Eerste Wereldoorlog was er weer geloof in de toekomst en in technologische vooruitgang. Dat kwam tot expressie in de vormgeving. Een strakke vormgeving, gekenmerkt door een evenwichtige verdeling van lijnen en vlakken. Het werk van Mondriaan is er een klassiek voorbeeld van.

De ideeën die in de schilderkunst ontstonden werden overgenomen door de moderne architectuur. Het werd als het ware vertaald van twee dimensies naar drie dimensies. Het Rietveld-Schröderhuis uit 1924 in Utrecht is daarvan een goed voorbeeld.

Tijdens hun afstudeervak ontdekten Eijsackers en Zondervan dat het modernisme pas veel later doorsijpelde in de landschapsarchitectuur. Even na de Tweede Wereldoorlog, toen in de architectuur het post-modernisme al kwam opzetten. Dat kwam voor een deel doordat landschap en groen geen dingen zijn die je zomaar even verandert. Het heeft tijd nodig om te groeien. Voor een ander deel kwam dat doordat de moderne architecten groen als zachte en weelderige omhulsel zagen van hun eigen grote en hoekige gebouwen. Het was niet de bedoeling dat het groen ook strak werd vormgegeven. Toch wilden de landschapsarchitecten ook het nieuwste van het nieuwste in hun ontwerpen verwerken. Een goed voorbeeld van een modern vormgegeven landschap is het Gijsbrecht van Amstelpark van Wim Boor uit 1959.

Op de moderne vormgeving kwam enorm veel kritiek, aldus het tweetal. De moderne vormgeving zou onmenselijk zijn. De kritiek ontstond vooral doordat de moderne idealen na de Tweede Wereldoorlog vaak werden misbruikt om bijvoorbeeld goedkoop woonwijken neer te zetten. In de wederopbouwperiode lag de nadruk op efficiëntie en werd er nauwelijks tijd gestoken in evenwichtige en uitgebalanceerde ontwerpen. Daardoor ontstond er een tegenreactie op het modernisme. Zworen modernisten bij een strakke, eenvoudige, universele vormgeving, ofwel less is more, de post-modernisten reageerden hierop met: less is a bore. Er kwam veel meer ruimte voor individuele expressie, vrijheid en speelsheid.

In het vervolg van hun afstudeerproject probeerden de twee landschapsarchitecten de kwaliteiten van beide stromingen te ontdekken en te combineren. Volgens ons is de fout van veel ontwerpers dat ze alle overleveringen overboord gooien en iets nieuws proberen te beginnen. Dat hebben wij niet gedaan, wij wilden leren van de geschiedenis.

Toch lukte het de twee niet om alleen via literatuurstudie de kwaliteiten van de twee stromingen voldoende te achterhalen. Daarom begonnen de zesdejaars landschapsarchitecten met een ontwerp van het gebied rond de Maarsseveense plassen, dat ze naast hun literatuurstudie legden. Een soort analyse van ons eigen ontwerpgedrag. Het eerste wat we bijvoorbeeld deden toen we aan het ontwerp begonnen, was kijken naar de omgeving van het studiegebied. Dat hebben wij tijdens onze studie meegekregen en dat deden we bijna automatisch. Door de literatuurstudie kwamen we erachter dat zoiets vroeger helemaal niet zo vanzelfsprekend was.

Bij het bekijken van het studiegebied ontdekten Eijsackers en Zondervan ook dat het economisch kortetermijnbelang de leidraad was voor de huidige inrichting van het gebied. Wij hebben het landschap als basis genomen in plaats van het economisch belang. We gaan ervan uit dat Utrecht verder gaat verstedelijken. In ons ontwerp draagt het landschap verdere ontwikkelingen. De kwaliteit van het landschap blijft behouden en het studiegebied wordt een stadspark.

Maar wat zijn nu moderne en wat zijn post-moderne kwaliteiten en - belangrijker - hoe combineren je die? In ons ontwerp maken we gebruik van spanning en afwisseling, maar we voeren af en toe ook een sterke eenvoud door. Het contrast tussen de rust van het modernisme en het hectische van alledag geeft een extra kwaliteit. E.R

Re:ageer