Organisatie - 27 oktober 2016

Groei van masteropleidingen stagneert

tekst:
Roelof Kleis

De instroom van het aantal eerstejaars masterstudenten is na jaren van grote groei gestabiliseerd. De stagnatie wordt veroorzaakt door het feit dat veel minder bachelors intern doorstromen naar een master. Dat blijkt uit cijfers van de afdeling Education Research & Innovation (ER&I).

Begin augustus werd zowel bij de bachelor- als de masteropleidingen nog een groei van 10 procent verwacht.

  • Bij de bachelors is die groei op 9 procent uitgekomen
  • Bij de masters slechts op 0,8 procent

Dat de groei bij de masters zo onverwacht laag uitvalt, heeft volgens Henk Vegter, hoofd Quality & strategic information bij ER&I, te maken met twee tegenovergestelde bewegingen.

Het aantal Nederlandse en vooral internationale masterstudenten van buitenaf, de zogeheten zijinstromers, stijgt nog steeds fors. Maar daar staat een even grote afname van het aantal interne doorstromers tegenover. Steeds minder bachelors gaan na hun afstuderen door voor een master aan de eigen instelling. Van de afgestudeerde bachelors heeft zich dit jaar (per september) maar 71 procent ingeschreven voor een master. Vorig jaar was dat 81 procent en twee jaar terug 85 procent.

Daar komt bij dat afgelopen academisch jaar aanzienlijk minder bachelorstudenten hun diploma hebben gehaald: 880 tegenover 991 het jaar ervoor. Vegter denkt dat dit een gevolg is van de invoering van de nieuwe studiefinanciering. ‘Vorig jaar hebben bachelors die in de eindfase van hun studie zaten, hun uiterste best gedaan om op tijd klaar te zijn, zodat ze een master konden beginnen met recht op een basisbeurs.’ Beide effecten – minder geslaagde bachelorstudenten en minder doorstroom naar de master – poetsen de groei aan zijinstromers weg.

Beide effecten – minder geslaagde bachelorstudenten en minder doorstroom naar de master – poetsen de groei aan zijinstromers weg. De stagnatie is terug te zien in de ontwikkelingen per masteropleiding. In de tabel zie je het aantal eerstejaars per masterstudie:

Iets meer dan de helft van de 28 opleidingen vertoont krimp. De verschillen zijn evenwel groot. Food technology (235 studenten) is de absolute topper.

De studie groeit als kool en dat blijft volgens opleidingsdirecteur Ralf Hartemink ook nog wel even zo. Hij baseert zich daarbij op de aantallen eerstejaars in de toeleverende bachelorstudies de afgelopen jaren. Met die groei is rekening gehouden. Toch voorziet Hartemink problemen. ‘De hoogleraren garanderen nog steeds een thesisplaats voor alle studenten, maar de capaciteit van de begeleiding en de kosten van die plaatsen zijn een probleem. Onze thesisplaatsen zijn duur en de vergoeding die wij daarvoor krijgen, is niet kostendekkend.’


Re:ageer