Wetenschap - 11 maart 1999

Griep vindt specifieker antilichaam tegen bruinrot

Griep vindt specifieker antilichaam tegen bruinrot

Griep vindt specifieker antilichaam tegen bruinrot

Voor het ontwikkelen van monoklonale antilichamen hoeven tegenwoordig geen muizen meer met lichaamsvreemde stoffen te worden ingespoten. Je kunt ze ook uit een antilichamenbibliotheek halen. Die bibliotheek bevat miljarden verschillende bacteriën waar een verschillend antilichaamgen uit het bloed van mensen of muizen is ingebracht. Met deze antilichamen, die via bacteriofagen uit de bacteriën worden geselecteerd, zijn zeer specifieke en goed gedefinieerde ziektetoetsen voor planten te ontwikkelen. Dat blijkt uit het proefschrift van drs Remko Griep, die 17 maart hoopt te promoveren bij prof. dr Willem van Muiswinkel

Griep deed zijn onderzoek op het laboratorium voor Monoklonale antilichamen. Zijn monoklonale antilichaam tegen bruinrot wordt inmiddels door het Instituut voor Plantenziektenkundig onderzoek (IPO-DLO) op praktijkschaal getoetst

Als boeren of tuinders werken met schoon uitgangsmateriaal, vermindert dit de kans op infectieziekten. Daarom zijn er ziektetoetsen om te bepalen of entmateriaal, knollen, bollen en zaden vrij zijn van ziekteverwekkers. De huidige toetsen zijn echter vaak arbeidsintensief. Toetsen met antilichamen bieden een snel en weinig arbeidsintensief alternatief. In sommige gevallen worden ze al toegepast, bijvoorbeeld bij bruinrot in aardappelknollen

Het huidige polyklonale antiserum tegen bruinrot is ontwikkeld op de traditionele manier, waarbij muizen zijn ingespoten met de ziekteverwekkende bacterie. Deze methode kent een groot probleem: vaak lukt het niet om een specifiek antiserum tegen een ziekteverwekker te vinden of om een traditioneel monoklonaal antilichaam te maken. Een muis maakt namelijk de meeste antilichamen tegen het meest voorkomende antigen in het ingespoten mengsel, maar dit antigen hoeft helemaal niet specifiek te zijn voor de ziekteverwekker. En bij een diagnostische ziektetoets is juist die specificiteit erg belangrijk. Onderzoekers kijken bij zo'n toets of een stukje vermalen blad, knol of wortel met het antilichaam reageert. In een dergelijke toets mag geen reactie optreden met antigenen uit het plantmateriaal zelf of met antigenen van verwante, niet-pathogene organismen

In een antilichamenbibliotheek worden vaak wel zo'n twintig verschillende antilichamen gevonden die specifiek reageren met antigenen van een ziekteverwekker. Dit zijn er veel meer dan bij de traditionele methode. In zijn promotieonderzoek testte Griep vervolgens welke van deze antilichamen niet ook met plantmateriaal of verwante niet-pathogene organismen reageren. Na deze tests hield hij een of meer heel specifieke antilichamen over. Vervolgens ontwikkelde hij een methode om deze op grotere schaal te produceren

Griep toonde verder aan dat een ander voordeel van de nieuwe benadering is dat de bacteriën die deze antilichamen produceren er meteen een fluorescerend label aan kunnen koppelen of een enzym dat een kleuromzettingsreactie katalyseert. Zo weet je zeker dat het enzym of label aan alle antilichamen zit en dit vergroot de betrouwbaarheid van de toets. M.S

Re:ageer