Organisatie - 22 september 2010

Grenzen verleggen

Buiten voor de hand liggende tijdsbestedingen als barhangen en bijbaantjes, kun je als eerstejaars ook kiezen voor een wat uitdagendere ambitie: topsport. In verschillende sporten kun je, als je nu begint, nog ver komen. De opoffering is groot, maar de beloning nog veel groter, zo vinden topsportende studenten zelf. 'Je ontdekt waar je persoonlijk toe in staat bent.'

Marieke Buffing
Vroeg naar bed, gezonde voeding, nauwelijks alcohol drinken. Dat klinkt allemaal niet als het gedroomde studentenleven. Topsportende studenten worden dan ook blij van heel andere dingen: de kick van het grenzen verleggen, reizen naar verre toernooien, fysiek afzien en natuurlijk: het zoet van de overwinning. In Wageningen lopen er heel wat (ex-)studenten rond die hun studerende leven vooral besteden aan hun sport. Sommigen hebben daar grote successen mee behaald, of zijn hard op weg om dat te doen. Wat motiveerde ze om ermee te beginnen? Wat moeten ze ervoor laten? Hoe ziet hun leven eruit? We vroegen het aan de toppers én aan hun trainers.
Mochten hun verhalen je als muziek in je oren klinken: het is nog niet te laat. Voor duur- en krachtsporten als wielrennen, atletiek, roeien en boksen geldt dat je heus niet vanaf je babyjaren in de gewichten hoeft te hangen om een topsporter te worden, zo menen de deskundigen. Sterker nog: 'De echte kracht en taaiheid die je voor roeien nodig hebt komt pas als je bent uitgegroeid', zegt roeicoach Carlijn Wentink.
Wielrennen




Dat je in vier jaar ver kunt komen, bewijst Annemiek van Vleuten. In 2006 begon ze als vierdejaars student dierwetenschappen met fietsen; een van de weinige sporten die ze nog kon doen met haar kapotte voetbalknie. Dit jaar won de inmiddels afgestudeerde renster van de Nederland Bloeit-ploeg onder meer een zware Franse ronde. Op 2 oktober start ze bij de WK in Melbourne.
Naast een ijzeren discipline, goede voeding en dol zijn op uitdagingen moet je ook echt plezier in fietsen hebben, zegt Van Vleuten. 'Ik geniet van elke koers, van elke training. En nu ik dit jaar voor het eerst niet hoef te studeren of werken naast mijn sport, voelt het als één grote vakantie.' Je leert er ook veel van, vindt ze. 'Zoals functioneren in een team en omgaan met tegenslagen. Maar ook tassen in- en uitpakken: tot nu toe ben ik in 2010 bijna net zoveel in het buitenland geweest als thuis.'
Geert van der Sanden zou willen dat hij zoveel weg was. Hij moest zijn wielercarrière een half jaar geleden opschorten toen de Ziekte van Pfeiffer geconstateerd werd. Van der Sanden kan haarfijn aangeven wat hij mist: het gevoel van ergens voor gaan en het afzien. 'Het is heerlijk om actief te zijn, je lichaam te verbeteren en aan tactiek te werken. Natuurlijk is het ook vermoeiend en niet altijd even leuk. Maar ik zou toch graag weer koersen.' Per week was hij 25 tot 30 uur met zijn sport bezig, en vaak weg voor wedstrijden ergens in Europa.
Atletiek




Wageningen is het mekka voor de atletiekliefhebber: er is bos, een kunststof atletiekbaan, een krachthonk en sportcentrum Papendal op fietsafstand. Maar belangrijker is nog wat je zelf mee moet brengen, namelijk discipline en doorzettingsvermogen, aldus trainer Tonnie Dirks. 'Dus geen studentenbestuur en niet iedere week uit.' Niet iedereen kan het volgens hem mentaal opbrengen om jaar in jaar uit keihard te trainen. Zeker niet wanneer er blessures of periodes zonder progressie op je pad komen. Maar kom je ver, dan krijg je er meer voor terug dan je inlevert, vindt Dirks. 'Titels en veel buitenlandse trips en contacten - je wereld wordt wijder. Het is heerlijk om de beste te worden, ergens bovenuit te steken en je eigen grenzen te verleggen. Als je vooruit gaat heb je het zelf verdiend.'
Dirks drijft zijn lopers tot prestaties, maar dat het nog gekker kan ondervond eerstejaars student voeding en gezondheid Marlou Bijlsma vorig jaar toen ze met een beurs naar de Verenigde Staten ging. Doordeweeks was het trainen, school, trainen, studeren, met tussendoor eten en douchen. 'Aan de ene kant was het heerlijk om iedere dag met sport bezig te zijn, tussen atleten van over de hele wereld. Maar ze gaan in de VS wel anders met sport om. Veel geduw bij de start van een wedstrijd, schreeuwende coaches. Na een slechte race sprak een coach eens een week niet tegen me, terwijl ik echt mijn best had gedaan. Ik probeerde er vooral van te leren, uit te vinden waarom het slecht ging. Je moet het positief blijven bekijken, anders schiet je er niks mee op.'
Veel beter lopen ging ze uiteindelijk niet. Nu ze terug in Nederland slechts vijf keer per week traint, voelt ze zich ook weer veel beter. Een goede les: 'Veel rust is minstens zo belangrijk als veel trainen.'
Boksen


'Boksen is eigenlijk een tegennatuurlijke sport', zegt Marieke Buffing. 'Je wilt het liefst wegrennen voor het gevecht.' Maar voor de studente Biotechnologie was dat geen reden om er vanaf te zien. Integendeel, Buffing is een vaste bezoeker in de top van het landelijke studentenboksen. Dit jaar zag ze helaas het NK voor studenten de mist in gaan door een schouderblessure, maar volgend jaar hoopt ze weer van de partij te zijn.
In het begin voelde ze zich aangetrokken tot de sport omdat ze merkte dat haar conditie 'supergoed' werd. 'Kon ik bij een verhuizing meer tillen dan ik dacht.' Gaandeweg raakte ze ook  in het wedstrijdcircuit verzeild. 'Boksen is een sport waarbij je gemakkelijk je grenzen verlegt: het gevoel dat je best nog even door kunt, want moe ben je toch al. Ik ben ook niet van: ach laat maar. Ik wil winnen. Een bokstraining is voor mij ook de enige manier om goed te ontspannen.'
Tom Meekhof  is die fase inmiddels weer voorbij. Vier jaar geleden was de oud-student Biotechnologie een tijdje op wedstrijdniveau - en vijftien kilo lichter. 'Ik was toen extra afgetraind om in een lagere gewichtsklasse op te mogen, en had een ingevallen gezicht.' Inmiddels is zijn trainingsgroep uit elkaar gevallen en staat het boksen op een laag pitje. Maar hij kan zich het gevoel van toen nog haarfijn voor de geest halen. Het boksen van een wedstrijd voelde als een karaktertest: zou hij bang zijn? Meekhof doorstond hem glansrijk. 'Dat je klappen kunt krijgen motiveerde wel om te slaan.'
'Je ontdekt inderdaad waar je persoonlijk toe in staat bent', reageert Frank van Geesink van het sportcentrum. 'Je moet diep durven gaan, want daarmee geef je jezelf bloot. Een complete bokser combineert wilskracht met kracht.'
Roeien




'Begin aan roeien als je denkt er lol en voldoening uit te kunnen halen, als je er iets van denkt te kunnen leren en niet bang bent.' Dat zegt Jolmer van der Sluis. De roeier van Argo leeft inmiddels al vier jaar van zijn sport. In 2009 won hij met een lichte acht een wereldbekerwedstrijd en werd derde op de wereldkampioenschappen.
Studeren heeft hij er allang aangegeven. 'Je moet je als een maniak op één ding kunnen richten. In een volle trainingsperiode train ik zestien keer per week. Dan is het roeien, eten en 's avonds om tien uur naar bed. Ik wil mezelf beter maken en van anderen winnen. Dat je lichaam zegt stop en je toch doorvecht - wie dat het langst volhoudt wint. En het is ook gewoon een leuk spelletje. Je ligt met zes boten aan de start en probeert allemaal als eerste over de finish te komen.'
Roeicoach Carlijn Wentink weet ook wat nodig is om ver te komen: het leuk vinden, hard willen trainen, en roeien op één zetten. Alles moet kloppen: kracht, bouw, techniek en mentaliteit. 'Hard trainen is niet altijd leuk. Het doet soms pijn: zere benen, blaren op je handen, en als het niet lekker loopt kom je jezelf ook nog mentaal tegen. Maar de spanning van de start maakt het waard. En als je de boot voelt versnellen geeft dat een geweldige kick.'
Topsportondersteuning
Sports Centre de Bongerd biedt samen met het studentendecanaat steun aan sporters die deelnemen aan regionale of landelijke (bonds)trainingen of een A-, B- of HP-status hebben van NOC*NSF. Van hulp bij een ander tentamentijdstip tot een VPN-verbinding waarbij je ook vanuit het buitenland kan inloggen bij de bibliotheek. Studeer je aan Wageningen Universiteit met een beurs van de IB-Groep, dan kun je bij studievertraging compensatie (FOS) krijgen van maximaal twaalf maanden over je hele studietijd in Wageningen, gelijk aan de studiefinanciering die je ontvangt.
Meer informatie bij hoofd van Sports Centre de Bongerd (SCB) Henri ten Klooster, en bij het studentendecanaat.
Ook voor studenten aan Van Hall Larenstein bestaat ondersteuning bij het beoefenen van topsport.
Sporten waarin je als student nog kunt gaan uitblinken
Atletiek, zowel op loop- als technische nummers. Je top ligt wel later dan wanneer je als kind begint.
Boksen. Goed voor fysieke en mentale ontlading. Voor dames is de weg naar de top korter dan voor heren.
Roeien. In de basis een simpele beweging. Draait om kracht en uithoudingsvermogen. Je kunt vrij snel veel trainen zonder overbelast te raken.
Wielrennen. Voor wie lang alleen kan trainen in weer en wind en niet bang is voor een peloton.
Of ga voor een kleine sport als frisbee, rugby of unihockey (soort zaalijshockey). Ook die hebben een Nederlands team en spelen wedstrijden in het buitenland.
 

Re:ageer