Wetenschap - 1 januari 1970

Grenzen tussen voeding en farmacie vervagen

Grenzen tussen voeding en farmacie vervagen

Grenzen tussen voeding en farmacie vervagen

Er moet een eenduidige toetsingsprocedure komen voor zogenaamde gezondheidsbevorderende voedingsmiddelen, functional foods. Het mag niet zo zijn dat gezondheidsclaims op lichtere gronden worden aanvaard dan farmaceutische claims, zegt de Leidse hoogleraar farmacologie dr Douwe Breimer naar aanleiding van het Wageningse seminar over voedingsmiddelen en farmacie dat op 12 en 13 januari werd gehouden


Het seminar werd georganiseerd door de onderzoekschool Voeding, levensmiddelen- en agrotechnologie en gezondheid (Vlag), waaraan verschillende onderzoeksgroepen uit Wageningen UR deelnemen

Functional foods zijn voedingsmiddelen met een gezondheidsclaim. Bij farmaceutische producten heeft de claim betrekking op ziekte. In het zich snel ontwikkelende gebied van de functionele foods ontstaat een schemergebied op het punt waar voedings- en geneesmiddelen elkaar ontmoeten

De farmaceutische industrie bekijkt de ontwikkelingen in de voedingssector met interesse en tegelijk met argwaan, meent Breimer. Enerzijds is de directe toegang tot de consumentenmarkt via voedingsmiddelen een geweldige kans voor de farmaceutische bedrijven. Nu zit daar de medische stand tussen. Tegelijkertijd heerst er enige argwaan in de farmaceutische industrie. Breimer: Het mag niet zo zijn dat gezondheidsclaims op lichtere gronden worden aanvaard dan farmaceutische claims.

In de farmacie zijn voor de toetsing van middelen het wie, wat en hoe goed vastgelegd. In de voedingsmiddelensector is de toetsing minder ver ontwikkeld. Daar bepalen codes of conduct en wetenschappelijke comitos wat acceptabel is. Ook de Warenwet zegt niets over de toetsingsprocedure

De gebruikte technologie├źn in het onderzoek naar food en pharma zijn steeds beter vergelijkbaar, maar de toetsing niet. Dat blijkt ook als je kijkt naar het percentage van de omzet dat in onderzoek wordt gestoken. In de farmaceutische industrie ligt dat op vijftien procent van de omzet, in de voedingssector op twee procent. Daar moet wel bij worden aangetekend dat de voedingsmiddelenindustrie een groter volume heeft

Is een voedingsmiddel waar een farmaceutisch actieve stof aan is toegevoegd niet gewoon een farmaceutisch middel? Volgens Breimer niet. Het verschil ligt in de dosering. De dosering van een werkzame stof kan in een voedingsmiddel niet zo hoog zijn dat ze een geconstateerde ziekte of een symptoom kan opheffen. Toch ontstaat er tussen voedings- en geneesmiddelen een interessante overlap. Vooral bij de toetsing van de werkzaamheid wordt dit schemergebied zichtbaar. Breimer: Een gezondheidsclaim op voedsel mag geen associatie hebben met ziekten. En toch zul je moeten onderbouwen dat de toegevoegde farmacologische stof een toegevoegde waarde heeft.

De Leidse hoogleraar vindt het in ieder geval belangrijk dat claims niet verzanden in taalkundige spitsvondigheden zoals Brood, daar zit wat in, wat suggereert dat in brood stoffen zitten die gezond zijn. Of: Makreel, daar ga je van lachen, als wordt bedoeld dat in makreel stoffen zitten die depressies tegen gaan. Serieuze spelers als Numico en Unilever zullen hun claims zeker goed onderbouwen voor ze ermee komen, om geloofwaardigheid te behouden

Of functional foods spoedig een hoge vlucht zullen nemen is volgens Breimer overigens nog onzeker. Het hangt ervan af of er steekhoudende gezondheidsclaims worden neergezet. Veelbelovende functional foods waar onderzoek naar wordt verricht, kunnen bijvoorbeeld de bloeddruk verlagen of het cholesterolgehalte verminderen. De meeste mensen hebben echter een normale bloeddruk en cholesterolgehalte. Slechts de groep die te hoog zit, kan een middel gebruiken

Welke soort claims en welke voedingsmiddelen in de toekomst te verwachten zijn, is moeilijk in te schatten. Ik ben zelf erg benieuwd naar de producten waar het bedrijfsleven mee gaat komen, besluit Breimer. M.v.d.H

Re:ageer