Wetenschap - 1 januari 1970

Grazend vee jaagt Tibetaanse antiloop de Himalaya uit

Grazend vee jaagt Tibetaanse antiloop de Himalaya uit

Grazend vee jaagt Tibetaanse antiloop de Himalaya uit


In het noordelijke Himalayagebied van India zijn diverse inheemse dieren
zoals de wilde yak en Tibetaanse antiloop waarschijnlijk lokaal
uitgestorven. Wageningse en Indiase onderzoekers vonden in de Spiti-vallei
aanwijzingen dat de dieren zijn verdrongen door vee van de lokale
bevolking. Beperking van begrazing door vee lijkt nodig om met name de
Tibetaanse antiloop te behoeden voor complete uitsterving.

Het noordelijke gedeelte van de Himalaya, ook wel de Trans-Himalaya
genoemd, is een barre, koude wereld. Het ligt op meer dan 3500 meter hoogte
en is het grootste deel van het jaar met sneeuw bedekt. In grote delen van
dit hoogland is er duidelijk een kleinere diversiteit aan grote grazers dan
in omliggende gebieden, zoals het oostelijk gelegen Tibet. Biologen wijten
dit tot nu toe aan het gebrek aan voedsel in het gebied, maar deze
verklaring is waarschijnlijk niet helemaal juist, zegt dr Ignas Heitkönig
van de leerstoelgroep Natuurbeheer in de tropen en ecologie van
vertebraten. Competitie door vee speelt vermoedelijk een belangrijkere rol.
Heitkonig baseert zich op een studie die hij heeft uitgevoerd met dr Sip
van Wieren, prof. Herbert Prins en dr Charudutt Mishra van de Nature
Conservation Foundation in Mysore, India. De biologen analyseerden de wilde
herbivoren die voorkomen in de Spiti-vallei, een gebied zo groot als de
provincie Gelderland. Hier treft men drie verschillende herbivoren aan: de
Tibetaanse wolhaas, het blauwschaap en de steenbok. In andere omliggende
gebieden zoals in delen van Tibet en het zuidelijke deel van de Himalaya
komen echter zeven of meer verschillende herbivoren voor.
,,De soorten die we in de Spiti-vallei missen, zijn de wilde yak, de kiang,
de Tibetaanse moeflon en de Tibetaanse antiloop'', zegt Heitkönig. ,,We
denken dat deze soorten van oudsher wel voorkwamen in de Spiti-vallei, maar
weg zijn geconcurreerd door vee dat zich voedt met hetzelfde gras. Onze
bewijsvoering is indirect, maar wel aannemelijk. We hebben specifiek naar
het lichaamsgewicht van de zeven bekende herbivoren gekeken. Als je ze
ordent van de lichtste tot de zwaarste verschillen de logaritmen van de
lichaamsgewichten steeds zo'n 80 procent van elkaar. De lichtste is de
Tibetaanse gazelle en de zwaarste is de wilde yak. Gezien de regelmatige
verdeling qua gewicht lijkt dit een stabiele groep herbivoren te zijn, die
oorspronkelijk ook voorkwam in de Spiti-vallei.''
Ter vergelijking wijst Heitkönig op de goed onderzochte herbivoren in het
Serengeti-ecosysteem van Kenia en Tanzania. Het gewichtsverschil tussen de
opeenvolgende herbivoren is hier weliswaar kleiner, maar evenzo steeds
hetzelfde, zo'n 14 procent. De evolutie die duizenden jaren in beslag nam,
zorgde ervoor dat uiteindelijk verschillende soorten overbleven die elk een
bepaald type vegetatie als voedsel prefereren. Dit uit zich onder andere in
een specifieke lichaamsbouw en gewicht.
Heitkönig en zijn collega's vermoeden dat vier wilde herbivoren uit de
Indiase Spiti-vallei zijn verdrongen door de gedomesticeerde yak, de ezel,
het schaap en de geit, dieren die veel minder hoog scoren op de ladder van
zeldzaamheid. ,,Met de introductie van dit vee zo'n drieduizend jaar
geleden heeft de lokale bevolking dieren in het ecosysteem gebracht die
vergelijkbare eetgewoontes en lichaamsgewichten hebben als de vier wilde
herbivoren.''
Volgens de biologen is de situatie in de Trans-Himalaya het zoveelste teken
dat wereldwijd de biodiversiteit onder druk staat en dat vooral de grotere
dieren het eerste uitsterven. De oorzaak is niet alleen jacht, ook
overbegrazing door vee speelt een rol van betekenis. In de Himalaya is het
onder andere de met uitsterven bedreigde Tibetaanse antiloop die hierdoor
het loodje kan leggen.
In het Indiase hooggebergte zijn jammer genoeg niet veel financiële
middelen om dieren als de antiloop bescherming te bieden. In andere
streken, zoals het zuiden van India, levert het toerisme vanwege onder meer
de aanwezigheid van tijgers veel geld op. Dit komt deels ten goede aan
natuurbescherming. In de ontoegankelijke Trans-Himalaya komt slechts een
handjevol avonturiers die bovendien niet veel uitgeven. En het koude
klimaat helpt natuurlijk ook niet mee.
Er zijn wel wat kleine initiatieven van natuurorganisaties die zich
bekommeren om het dierenleven in de Trans-Himalaya. De Indiase Nature
Conservation Foundation, gesteund door de Van Tienhoven Stichting, geeft
bijvoorbeeld een financiële vergoeding aan de stokarme veeboeren om een
bepaald gebied in de Spiti-vallei niet te laten begrazen. De bedoeling is
dat er dan meer gras overblijft voor de wilde dieren in het gebied. Of dit
soort kleinschalige en kortdurende initiatieven bedreigde diersoorten
kunnen redden, is echter zeer de vraag. | H.B.

Fotobijschrift:
De Tibetaanse antiloop wordt met uitsterven bedreigd en is nog verder onder
druk komen te staan doordat het gras voor zijn poten worden weggegeten door
geiten, ezels en ander vee. | foto Tong Le Qing.
 

Re:ageer