Wetenschap - 31 oktober 2002

Grazend nijlpaard bewijst antilopen en wrattenzwijnen een dienst

Grazend nijlpaard bewijst antilopen en wrattenzwijnen een dienst

In de droge West-Afrikaanse savanne concurreren wilde dieren niet alleen met elkaar om het schaarse voedsel, ze kunnen elkaar ook van dienst zijn. Dat bewijst het nijlpaard, die voedingsrijke grasveldjes verzorgt voor de antilopen en andere graseters, en zo meehelpt aan de grote biodiversiteit in het gebied.

Twee studenten tropisch landgebruik, Richard Verweij en Jochem Verrelst, kwamen tot deze ontdekking in het B?nou? Nationaal Park in Kameroen. Hier zorgen nijlpaarden met hun gegraas voor gekortwiekte grasveldjes die evenwel voedingsrijker en malser zijn dan gemiddeld. Kleinere graseters, zoals antilopen en wrattenzwijnen, profiteren daar van. "Deze hotspots zijn van kapitaal belang voor de planteneters omdat de overige vegetatie voor deze dieren onvoldoende is om te overleven."

Het fenomeen werpt een nieuw licht op de grote biodiversiteit in de West-Afrikaanse savanne, waar ecologen tot nu toe geen afdoende verklaring voor hebben. Bekend is dat de planten die er voorkomen over het algemeen weinig voedingswaarde hebben. Toch leven hier veel verschillende herbivoren naast elkaar zoals de antilope, eland, waterbok en rietbok. Een belangrijke factor is wellicht dat de dieren elkaar op indirecte wijze helpen om te overleven, zoals het nijlpaard met zijn gegraas.

De meer dan twee ton wegende nijlpaarden blijken elke nacht op dezelfde plekken te eten, en laten een goed gemaaid grasveldje achter, van zo'n 30 bij 40 meter. De antilopen, vooral Kob-antilopen en duikertjes, hebben een voorkeur voor deze veldjes. "Doordat de nijlpaarden het gras kort houden, treedt hier continu hergroei van gras op. Dit jonge gras is rijker aan nutri?nten en ook malser dan het lange, houtige gras", verklaart Verrelst. Uit een biochemische analyse bleek dat er relatief veel stikstof, fosfor en natrium in zit.

Wat ook meespeelt is dat het een vrij dichte grasmat is. Antilopen houden ervan om in ??n hap veel naar binnen te krijgen. Ze zitten ook graag in het korte, nog geen tien centimeter hoge gras om te paren en ze kunnen hier eventuele roofdieren aan zien komen. Dat is moeilijk in het enkele meters hoge, onbegraasde gras.

Verrelst en Verweij bivakkeerden voor hun afstudeeronderzoek zes maanden op de savanne. | H.B.

Re:ageer