Wetenschap - 1 januari 1970

Grassen groeien samen beter

Grassen groeien bij een hogere diversiteit aan soorten beter. Waarschijnlijk komt dat doordat de verschillende grassoorten op verschillende diepten wortelen en in verschillende perioden bloeien en groeien.

Promovendus Jasper van Ruijven onderzocht vier jaar lang of biodiversiteit gevolgen heeft voor de groei van grassen en kruiden. In het eerste jaar domineerde de snelgroeiende soort Holcus lanatus, maar vanaf het tweede jaar vond Van Ruijven een positieve relatie tussen plantendiversiteit en biomassa. De planten namen samen meer voeding op dan alleen.
Die hogere diversiteit maakt de plantengroei beter bestand tegen invasies door exoten. Van Ruijven ontdekte dat de grassen met een lage diversiteit meer onkruiden bevatten, iets wat volgens hem als model voor invasie kan worden genomen. Grasland met acht soorten gras bevatten juist veel minder onkruid. Volgens Van Ruijven is deze conclusie van belang omdat de klimaatverandering in de toekomst zal leiden tot een toename van invasies van exoten.
Voor boeren luidt de praktische conclusie van Van Ruijven dat soortenrijke graszoden leiden tot een hogere grasproductie. Maar Van Ruijven ziet vooral ecologische voordelen van de hogere biodiversiteit. Het leidt tot een hogere biomassa, gaat exoten tegen, en veroorzaakt een hogere diversiteit aan nematoden en schimmels. Volgens Van Ruijven is zijn studie ook een aanwijzing dat de achteruitgang van de biodiversiteit, zoals die tegenwoordig wereldwijd wordt gesignaleerd, grote - en waarschijnlijk negatieve - gevolgen kan hebben. / MW

Jasper van Ruijven promoveert op 7 januari bij prof. Frank Berendse, hoogleraar Natuurbeheer en de plantenecologie.

Re:ageer