Organisatie - 29 mei 2008

Grasland Ossekampen trekt vreemde gasten

Proefbedrijf De Ossenkampen ziet volgende week Abraham. De oprichters van het Wageningse graslandexperiment putten inspiratie uit de honderdste verjaardag van een vergelijkbaar onderzoek in Engeland. Het jarenlang volgen van gras- en hooiland moest meer kennis opleveren over de dynamiek van graslanden. En dus worden in 1957 voor honderd jaar proefvelden aangelegd.

opinie_0_554.jpg
Onderzoeker Wim Elberse, inmiddels gepensioneerd, is in 1957 bij de geboorte van het onderzoeksproject. Van meet af aan is het de bedoeling om de veranderingen in soortensamenstelling en de soortenrijkdom door de jaren heen te volgen, op zwaar bemestte hooilandjes en licht bemestte weilandjes.
Van de grasvelden worden plukjes vegetatie van een kwart vierkante decimeter gehaald en onderzocht op de aanwezigheid van verschillende soorten. De verzamelde gegevens geven een beeld van de ontwikkeling die een grasland in de loop van de jaren doormaakt. Meer dan 35 jaar koestert Elberse de arme en rijke hooi- en weilanden, alle organisatorische veranderingen weerstaand. Dan draagt hij het over aan Rob Geerts.
Het zijn de vooraanstaande graslandonderzoekers prof. D.M. de Vries en prof. M.L. ’t Hart die het initiatief nemen voor het graslandonderzoek, naar voorbeeld van het Park Grass Experiment in het Engelse Rothamsted. Het Britse equivalent vierde in 1956 zijn honderdjarig bestaan. Dat was mede reden om in Nederland iets soortgelijks op te zetten.
Bij het begin van de aanleg in 1957 beschikt de afdeling vegetatiekunde van De Vries over vegetatiemonsters van 1500 percelen in heel Nederland. Maar daarmee hadden ze nog niet de dynamiek te pakken van gras- en hooiland door de jaren heen. ‘In Engeland zag je dat de vegetaties in de loop van de tijd bleven veranderen. Dat wilden we hier ook zien. En dus besloten we hier ook voor honderd jaar proefvelden aan te leggen. Wij wilden niet onderdoen voor Rothamsted’, zegt Elberse.
De proefvelden worden gebruikt door bedrijfsboer Zijlstra. De trotse Fries kan het alleen niet verkroppen dat zijn grasland er zo ruig bij ligt als voor het experiment nodig is. ‘Hij vond het helemaal niets’, zegt Elberse. ‘Hij vroeg om er een groot bord bij te zetten om duidelijk te maken dat het hier echt om een experiment ging en dat het niet aan de bedrijfsboer lag. Zodat zijn collega’s hem er niet op zouden aankijken.’ Een kwart eeuw later, bij het zilveren jubileum van de Ossekampen, leidt dezelfde boer echter trots de gasten rond door de bloeiende hooilandjes om te laten zien wat voor moois daar allemaal tot ontwikkeling kwam.
Op de weilanden laten de onderzoekers volgens vaststaande protocollen jongvee grazen. De geslachtsrijpe jonge koeien trekken ook de aandacht van een stier op het reguliere bedrijf. In zijn enthousiasme zoekt hij door de afrasteringen heen het vrouwelijke schoon op. De jongedames maken daarom plaats voor ossen, waar de stier geen belangstelling voor heeft.
Niet alleen de stier is een ongenode gast. Elberse betrapt ook ooit een student die met een plastic zakje en een schepje op zoek is naar een zeldzame soort; de soort waarover Elberse die dag eerder enthousiast meldde die aan te hebben getroffen in het experiment.
Rothamsted vierde onlangs haar honderdvijftigste verjaardag. De Ossekampen heeft nog een halve eeuw te gaan om het uitgangspunt van de oprichters te bereiken.

Re:ageer