Wetenschap - 1 januari 1970

Gouden tijden voor Argo

De Wageningse Studentenroeivereniging Argo heeft een succesvol seizoen achter de rug. ‘Het beste in de historie’, aldus voormalig nationaal kampioen Michiel van Eupen. Vijf leden kwamen uit op wereldbekerwedstrijden en wereldkampioenschappen. En er zit meer in het vat. Zijn de goede prestaties toeval? Of is er de afgelopen jaren iets veranderd op Argo?

‘Ik had aan het begin van het wedstrijdseizoen echt niet durven dromen dat ik op het WK voor roeiers onder 23 jaar zou mogen varen. Ik dacht wel een wedstrijd te kunnen winnen, dat werden er meer en toen kwam halverwege het seizoen het WK in beeld. Dit smaakt naar meer’, vertelt Stijn van Kessel, net derdejaars roeier. Hij voer in een lichte twee zonder stuurman, samen met Jolmer van der Sluis.
Clubgenoot Linde Verbeek is een stap verder. Ze kwam begin september met een lichte vrouwen dubbelvier uit op de wereldkampioenschappen in Gifu, Japan. ‘Roeien is verslavend. Je stelt je doelen steeds hoger’, vertelt ze. Met Verbeek zat ook Peter Vos in Japan, als roeier van de jonge Holland Acht. En dan is er nog Jorna Arisz, die ook naar Japan zou gaan, maar thuis bleef vanwege een blessure.
Goed voor het zelfvertrouwen van de roeivereniging van de kleinste universiteit was verder de winst van de eerstejaars zware heren acht in de Holland Beker, een grote wedstrijd in juni waarvoor alleen de zes beste achten van het seizoen worden uitgenodigd. Naar verluid wilde de boot van het grote Nereus uit Amsterdam de laatste competitiewedstrijd niet meer starten, om niet de kans te lopen nog eens klop te krijgen van dat kleine clubje uit Wageningen.

Stroomgod
Zoveel goede roeiers in een jaar is bijzonder voor Argo. De vereniging is klein, waardoor er minder mensen zijn die potentieel door kunnen stromen naar de bondsselectie. Daarnaast zetelt Argo niet in de Randstad. Volgens Verbeek gaat het verhaal dat je het kunt vergeten bij de bond als je ten oosten van Utrecht woont. ‘De bondscoach komt niet even op je vereniging kijken, ook al presteer je een keer goed op een wedstrijd. Voor mensen uit Amsterdam is het makkelijker.’ En als je eenmaal in beeld bent is het roeien zwaarder, omdat je voor veel trainingen naar Amsterdam moet.
En de geografische ligging van Argo is om meerdere redenen nadelig. Argo-leden verfoeien regelmatig de stroming en het scheepsverkeer op ‘hun’ Rijn. Maar, vindt Bernd Slesazeck, voorzitter van Argo en wedstrijdroeier, ‘dat is nu eenmaal zo en daar moet je overheen stappen.’ De roeiers zijn daardoor wel gewend door te vechten in moeilijke omstandigheden. Dat blijkt onder meer uit het Argo-lied, met de strofen ‘we tarten de stroomgod’ en ‘de kracht van het water doortintelt ons bloed’.
Wel wijken de roeiers tegenwoordig met grote regelmaat uit naar beter water voor een trainingsweekend. ‘Vroeger deden we dat twee keer per jaar. Het was altijd een hele ervaring om meer dan vijfhonderd meter rechtuit te kunnen varen op zo’n trainingskamp in Enschedé. Je leerde echt heel veel in zo’n weekend. Dat ze dat nu vaker doen, scheelt echt heel veel voor het trainen’, weet oud-Argoroeister Mariel Pikkemaat, die als lichte roeister onder andere twee maal zilver won op het WK.

Oudjes
Het grotere aantal uitstapjes is één van de veranderingen die samenhangt met de bemoeienis van oud-toproeiers die tegenwoordig op de vereniging rondlopen. Naast Pikkemaat zijn dat Eelke Westra, Titus Weijschede en Michiel van Eupen, en ook Christiaan Bolck. De meesten zijn actief als coach.
De aanwezigheid van deze ‘ouwe lullen’ is toeval, zegt Pikkemaat. ‘We werken allemaal in Wageningen.’ Maar het draagt zeker bij aan het succes van de huidige generatie. ‘Zij hebben het voordeel dat er mensen rondlopen die weten hoe talentvolle roeiers verder kunnen komen’, meent Pikkemaat. ‘Want ook al heb je talent, zonder goede coach kom je moeilijk vooruit.’
Daarom hechten ze ook zoveel belang aan het structureel verbeteren van de begeleiding van roeiers. De eerste aanzet hiertoe is tien jaar geleden gegeven met het aanstellen van een profcoach voor wedstrijdroeiers, als één van de eerste verenigingen in Nederland. Binnenkort komt er een tweede professionele coach voor regioroeiers. Dit was deels ook noodzaak omdat, mede door veranderingen in het studiesysteem, het moeilijker werd genoeg ouderejaars te vinden die de jongeren wilden coachen. Profcoaches brengt meer continuïteit.
Verder overleggen coaches regelmatig met elkaar om tips uit te wisselen. Verbeek vindt de coachvergadering typisch voor een kleine vereniging. ‘Bij een grote club kennen de ploegen elkaar niet. Het is trouwens ook goed om af en toe een ander gezicht op de kant te hebben staan. Soms heeft een coach iets al honderd keer uitgelegd, maar snappen de roeiers het pas als een ander het op een andere manier zegt.’
Door de positieve sfeer was bijvoorbeeld de drempel voor Jasper van Vliet, vorig jaar coach van Van Kessel en Van der Sluis, heel laag om Van Eupen om hulp te vragen bij de trainingen. ‘Want ik ben meer een faciliterende dan een technische coach. Op Argo gaan we denk ik ook zorgvuldiger met elkaar om omdat we maar een kleine vereniging zijn.’

‘Dat talentvolle roeiers ook echt zo ver komen, komt door goede begeleiding’
Huildag
Een andere verandering is dat er meer wordt nagedacht over wat een roeier in een seizoen gaat doen. ‘Wij weten op welk moment je wat moet doen en wat belangrijke wedstrijden zijn’, aldus Michiel van Eupen. Met die kennis wordt geprobeerd in te schatten waar iemand voor kan gaan.
Om op te gaan vallen bij de bond moet je bijvoorbeeld voorin de hoogste klasse meevaren. Daarom wordt soms besloten een roeier alvast bij deze senioren A te laten starten, ook al is hij daar eigenlijk nog wat jong voor en ligt het niveau iets te hoog. In de planning kan ook het NK op de ergometer zitten; ook zo’n moment om de aandacht op je te vestigen. En een veelbelovende eerstejaars krijgt juist bewust rustig de tijd, omdat hij anders de lol in het roeien kan verliezen.
Verbeek kreeg afgelopen jaar begeleiding van Pikkemaat, naast haar vaste coach die zelf niet hoog had geroeid. ‘Ze vulden elkaar aan. Mariel weet hoe dingen psychisch werken. Ze kent de zenuwen voor een wedstrijd en snapt het als ik een huildag heb door het afvallen’, aldus de lichte roeister. ‘Wij zijn gezegend met coaches met ervaring.’
De oude garde heeft verder ook contacten in de roeiwereld, uit de tijd dat ze zelf roeiden of door familiebanden. Weijschede roeide bijvoorbeeld een WK met de bondscoach bij de mannen. Van Eupen: ‘Je moet soms lobbyen bij de bond. Wij hebben die stap zelf moeten zetten en hadden soms conflicten. Toen hadden anderen beter gelobbyd’, aldus Van Eupen.
Een voorbeeld van de nieuwe situatie is het plan voor Jorna Arisz, die vorig jaar in Boston met de Minerva-acht, het roeiproject van de studentenroeibond, haar eerste buitenlandse wedstrijd roeide. Pikkemaat: ‘Daarna leek het ons goed dat ze zou gaan twee-zonderen. Op Argo was alleen geen geschikte partner. Dat hebben we aangegeven richting de bondscoach en die kwam aanzetten met een partner van een andere club.’
Aan het materiaal zullen de prestaties verder niet liggen. Het vlootplan, waarmee de kwaliteit en kwantiteit van de boten op peil wordt gehouden, behoort al jaren tot de besten van Nederland.

Toekomst
Verder is iedereen het er over eens dat je vooral hard moet trainen om verder te komen. Met de juiste instelling is het nog steeds prima mogelijk om pas als eerstejaars student te gaan roeien en toch de top te bereiken. Voorzitter Slesazeck noemt dat ook de charme van de sport. ‘In de eerste twee, drie jaar kun je de studie er fatsoenlijk naast doen. Daarna moet je kiezen. Als je heel hard traint kun je ver komen. Je hebt wel geluk en goede begeleiding nodig, maar roeiers pieken veelal rond hun 28e.’
Coach Jasper van Vliet: ‘Het komt van twee kanten. Wat Argo kan beïnvloeden lukt heel goed. Je moet er wel hard voor willen trainen. Je kunt de Ferrari onder de boten onder je kont hebben en de beste coach op de kant, als je je best niet doet kom je er niet.’
Pikkemaat vindt dat degenen die nu op wereldkampioenschappen roeien het relatief snel hebben gedaan. ‘Zij studeren nog, terwijl wij pas zover kwamen na ons afstuderen’, aldus Pikkemaat, die promoveerde en nu bij het Rikilt werkt. Ze vindt de successen niet zozeer toeval. ‘We kennen nu de randvoorwaarden voor succes en kunnen ze beter vervullen.’
Van Eupen over het succes: ‘Het is een samenloop van omstandigheden. Peter en Linde hebben absoluut talent, al moeten ze de komende jaren nog hard blijven werken. Dat er twee zoveel talent hebben is toeval. Maar dat ze zo ver zijn gekomen komt ook door de goede begeleiding.’
Tot slot ziet hij de komende jaren meer mensen doorschieten naar de top. En daar mag Wageningsen volgens hem best een beetje trots op zijn. ‘De universiteit zou in de studentenwerving best meer mogen doen met het feit dat je hier kunt studeren en op topniveau sporten. En wie weet wat de komst van Larenstein nog voor impuls gaat geven’, aldus Van Eupen.

Yvonne de Hilster, foto Guy Ackermans

Argo-toppers Christiaan Bolck (22 april 1972), lichte roeier. Deelname aan NK’s en WK’s tussen 1994-1996 Titus Weijschede (11 mei 1969), lichte roeier. NK’s en Wk’s 1994-1998 Michiel van Eupen (18 april 1971), lichte roeier. NK’s en WK’s 1995-2003 Mariel Pikkemaat (30 maart 1972), lichte roeier. NK’s en WK’s 2000-2003 Eelke Westra (27 december 1977), lichte roeier. NK’s en WK’s 2001-2003 Bron: Wall of Fame, Universitair sportcentrum de Bongerd

Re:ageer