Organisatie - 1 september 2011

Gouden driehoek is niks nieuws onder de zon

De 'gouden driehoek' is sinds vorig jaar het buzzword in Nederland kennisland. Minister Verhagen en ondernemersvoorman Bernard Wientjes laten er hun licht over schijnen tijdens de opening van het academisch jaar. Hoe de filosofie van Wageningen UR regeringsbeleid werd.

19-HR-de-gouden-triangel.jpg
Kennisinstellingen, overheid en bedrijfsleven moeten eendrachtig samenwerken om meer innovatie te realiseren. Dat is de betekenis van de term 'gouden driehoek' in het kort. We gaan het dus niet hebben over het grensgebied tussen Thailand, Laos en Birma dat lange tijd bekend stond als de grootste opiumakker van de wereld. En ook niet over het landbouwgebied tussen Milaan, Turijn en Genua dat dezelfde bijnaam draagt. In de Wageningse betekenis is de gouden driehoek geen gebied, maar een netwerk.
Ronkende taal
Wie de term als eerste gebruikte, is lastig te achterhalen. We zien de 'gouden driehoek' voorbij komen in de afscheidsrede van Cees Veerman voor Jan Kienhuis, die in  2003 aftrad als voorzitter van het productschap Akkerbouw. Volgens toenmalig landbouwminister Veerman gebruikte Kienhuis de term altijd om de innige samenwerking tussen de overheid, productschappen en bedrijfsleven aan te duiden. De kennispartner Wageningen UR komt hier niet in voor.
De term krijgt zijn huidige betekenis in de 'ambitieschets 2020' van Food Valley Wageningen in februari 2009. Wageningen heeft sindsdien een prominente rol in de gouden driehoek. 'Wageningen UR is de motor achter innovatieve technologische ontwikkelingen in deze regio', lichtte Food Valley-voorzitter Theo Meijer toe. 'Door samen te werken binnen de gouden driehoek van kennisinstellingen, marktpartijen en overheden kan een omgeving gecreëerd worden die volledig is ingesteld op hightech voedselproductie, naar het voorbeeld van het Amerikaanse Silicon Valley.' Ronkende taal van Meijer, die de term 'gouden driehoek' vermoedelijk al kende, want in 2003 was hij de opvolger van Jan Kienhuis bij het productschap Akkerbouw.
Dijkhuizen
Sinds Meijer gebruikt ook Aalt Dijkhuizen, bestuurslid van zowel Wageningen UR als Food Valley, de driehoek in verschillende toespraken. Begin 2010 neemt toenmalig landbouwminister Gerda Verburg de term over bij de discussie over het opheffen van het ministerie van LNV. Zowel Verburg als Dijkhuizen pleit tegen de opdeling van dit ministerie omdat daarmee 'een belangrijke schakel uit de gouden driehoek' (landbouwonderwijs) verloren zou gaan. Ze zijn bang voor het wegvallen van de intensieve samenwerking in de agrofoodsector.  Daarna wordt LNV toch samengevoegd met Economische Zaken, maar het nieuwe ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) neemt de filosofie van het tweetal over. 'Het oude ministerie van Landbouw leert ons hoe je succesvol kunt samenwerken in de gouden driehoek van overheid, bedrijfsleven en kenniswereld, zoals we dat ook rond het Wageningse kenniscomplex hebben kunnen zien', zegt Maxime Verhagen in november 2010 in de Tweede Kamer. De gouden driehoek is geland in het nieuwe kabinetsbeleid.
Niet nieuw
De term mag dan salonfähig zijn, de betekenis ervan is niet nieuw. Onder de noemer 'publiek-private samenwerking' werkt Wageningen al lang samen met zaadveredelingsbedrijven, veefokkerijorganisaties en de voedingsindustrie. In technologische topinstituten of centra bepalen bedrijven en onderzoekers samen de onderzoekagenda en zorgt de overheid voor een groot deel van de financiering na een grondig selectieproces. 'De filosofie van co-innovatie, waarbij overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samenwerken, en het koppelen van partijen in de kennisketen is de basisfilosofie van Wageningen UR', zegt woordvoerder Simon Vink.
Het nieuwe is dat Verhagen de term koppelt aan zijn nieuwe 'industriepolitiek': de regering gaat de kennisuitgaven van Economische Zaken, Landbouw en Onderwijs en Wetenschappen (waaronder NWO) samenvoegen en gericht uitgeven aan negen topsectoren. De minister krijgt met die beleidslijn grip op alle onderzoekuitgaven van het Rijk. Het bedrijfsleven moet aangeven aan welke kennis het behoefte heeft om daarmee de werkgelegenheid te vergroten. In ruil moeten de deelnemende bedrijven ook zelf investeren in de topsectoren.
Op die manier kan Verhagen geld besparen op onderzoek en innovatie, maar toch de regie voeren over de innovatieagenda. Met de 'gouden driehoek' heeft hij een concept om dat gedaan te krijgen. Als het aan hem ligt, komen er gouden driehoeken op het gebied van agro & food, tuinbouw, water, chemie, energie, de creatieve industrie, gezondheid, logistiek en hightech. Elk topgebied is nu een innovatieplan aan het uitwerken, onder leiding van een zwaargewicht uit het bedrijfsleven.
Kritische kanttekeningen
De opening van het academisch jaar in Wageningen biedt een mooie gelegenheid om te zien hoe het daar mee staat. Maxime Verhagen (overheid), Bernard Wientjes (bedrijfsleven) en Ruud Huirne (kennispartner) zijn samen de vleesgeworden gouden driehoek. Ze zullen het concept bejubelen. Interessanter is hoe ze dat doen en welke voorbeelden ze daarbij noemen. Want iedereen wil weten waar het innovatiegeld de komende jaren aan besteed wordt. De regering maakt de topsectorplannen op Prinsjesdag bekend, maar wellicht krijgen de toehoorders in Wageningen een preview.
Kritische kanttekeningen bij de 'gouden driehoek' zijn  tijdens de opening van het academisch jaar niet te verwachten, maar toch zijn die er wel. Waar is de burger in dit verhaal, vraagt Herman Eijsackers zich af. De voorzitter van de Wetenschappelijke Adviesraad van Wageningen UR pleitte op een symposium in mei voor een duidelijker inbreng van burgers in de plannen om het maatschappelijk draagvlak van innovaties te versterken. 'Een beperkte groep burgers mengt zich in discussies over technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, maar wat denkt de gehele maatschappij? Daar weten we verrassend weinig van. We moeten meer luisteren naar burgers, minder nadruk leggen op het overtuigen van de burger maar meer in het maatschappelijke debat participeren.'
Eijsackers pleit voor een 'gouden tetraëder', om de burger niet te vergeten. Maar die term gaat het niet halen: veel te academisch. Wat dat betreft had Cees Veerman acht jaar geleden een leuker voorstel. Noem het een gouden triangel, daar zit tenminste muziek in.  

Opening Academisch Jaar, maandag 5 september, 15.00 uur, Aula

Re:ageer