Wetenschap - 31 december 2015

Goede voeding wordt alleen maar belangrijker

tekst:
Rob Ramaker

Zelfs hartpatiënten die de beste medicijnen krijgen, blijken enorm te profiteren van goede voeding en een gezonde levensstijl, zegt Marianne Geleijnse. Ze verwacht dat de aandacht voor voeding en leefstijl alleen maar toeneemt.

Foto: Guy Ackermans

Enorme studies die voor duizenden mensen volgen wat ze eten, hoe hun gezondheid is, hoe ze leven en – uiteindelijk – sterven. Dat zijn de goudmijnen van Marianne Geleijnse, sinds dit najaar persoonlijk hoogleraar Voeding en cardiovasculaire ziektes aan Wageningen University. Het is een type onderzoek dat al heel lang gebeurt maar nog steeds verrassende ontdekkingen oplevert. Zo bleek uit de gegevens van 4837 hartpatiënten hoeveel impact voeding nog heeft op hun overlevingskans, naast de vele medicijnen die ze slikten.

 En dat terwijl die zorg voor hartpatiënten al flink is verbeterd, zegt Geleijnse. ‘Enorme hartinfarcten, zoals vroeger, komen bijna niet meer voor.’ Niet alleen wordt beter op de mensen met risicofactoren gelet; deze risico’s zijn ook veel beter te controleren met behandeling. ‘Het vroeg aanpakken van risico’s zorgt dat de grens tussen gezond en ziek tegenwoordig minder scherp is.’ Geleijnse draagt als voorbeeld aan dat in de Verenigde Staten 1 op de 3 volwassen boven de 50 jaar statines – cholesterolverlagende medicijnen – slikt. Veel van hen hebben nooit een hartinfarct of beroerte gehad. 

Enorme hartinfarcten, zoals vroeger, komen bijna niet meer voor
Marianne Geleijnse, persoonlijk hoogleraar Voeding en cardiovasculaire ziektes

Natuurlijk zoeken wetenschappers nog steeds naar betere manieren om patiënten te behandelen. In haar resultaten ontwaart Geleijnse tegenwoordig een verrassend grote rol voor de nieren. Bij hartpatiënten gaan de nieren sneller achteruit dan bij gezonde ouderen, vooral als ze ook nog diabetes hebben. Maar ook onder patiënten bestaan grote verschillen. En die doen er toe. ‘De achteruitgang van de nierfunctie blijkt grote invloed te hebben op de sterftekans’, zegt Geleijnse. Ze is benieuwd hoe die verschillen ontstaan en of deze aanknopingspunten bieden voor behandeling.

In dat toekomstig onderzoek gaat duurzaamheid ook een grotere rol spelen, verwacht ze. ‘Het is niet meer zo dat je als overheid je voedingsadviezen kan opstellen zonder te kijken naar andere factoren.’ Als voorbeeld noemt Geleijnse het advies wekelijks tweemaal – inmiddels teruggebracht tot eenmaal – vis te eten. Wanneer iedereen dit zou opvolgen, zou dat voor enorme druk op de wereldzeeën zorgen. Het voedingsadvies van de toekomst houdt rekening met allerlei andere factoren. Een spel van balanceren en afwegen dat Geleijnse heel uitdagend lijkt.


Re:ageer