Wetenschap - 24 januari 2002

Goede voeding voorkomt kreupelheid bij paarden

Goede voeding voorkomt kreupelheid bij paarden

Een goede voeding vermindert de kans dat een veulen last krijgt van een kwaal die het later kreupel maakt. Dat concludeert Andrea Ellis van het Praktijkonderzoek Veehouderij. De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in een boekje dat ingaat op de achtergronden van de voeding en het ontstaan van de kwaal, osteochondrose.

Veulens maken een extreem snelle groei door in de eerste maanden van hun leven. De botten kunnen dat veelal niet bijbenen, waardoor de rijping en verbening van het gewrichtskraakbeen niet goed verlopen. Bijna alle veulens hebben daar in meer of mindere mate last van. Vele groeien er na en maand of tien weer over heen, maar zo'n 25 procent blijft last houden van de aandoening, die veelal leidt tot kreupelheid.

Er zijn verschillende oorzaken voor de kwaal, waarvan voeding een hele belangrijke is. Is een merrie te vet als zij een veulen draagt, dan is de kans groot dat het veulen een blijvende vorm van de kwaal ontwikkelt. Al vanaf de conceptie mag de merrie niet te veel vet binnenkrijgen. Dat is vaak lastig omdat juist paarden die mooi gevonden worden al een beetje te vet zijn. Daarnaast moet het moederdier de laatste vier maanden van de dracht een klein beetje extra koper gevoerd krijgen. De foetus slaat dat op in zijn lever. Na de geboorte gebruikt het veulen het koper om problemen in rijping en verbening van het kraakbeen te verhelpen. Koper later toedienen heeft geen nut, zo laat het onderzoek zien. Koper komt niet in de melk van de merrie terecht. Wordt koper toegevoegd aan het voer van het veulen, dan wordt dit niet opgenomen in het bloed. | L.N.

Re:ageer