Wetenschap - 3 oktober 2002

Goedbedoelde noodhulp kan oorlog verlengen

Goedbedoelde noodhulp kan oorlog verlengen

Humanitaire hulp kan mensen die door oorlog of rampen getroffen zijn soms van de regen in de drup helpen. De leerstoel Rampenstudies ontwikkelt rondom dat thema een nieuw vakgebied in Wageningen en het vak humanitaire hulp trekt veel studenten. Een kritische evaluatie van hulp kan geen kwaad.

Tot de oorlog in Rwanda kon humanitaire hulp weinig fout doen. Want wat kan er verkeerd zijn aan mensen helpen? Pas na die crisis werd de hulp voor het eerst sectorbreed ge?valueerd. Met schokkende resultaten. Geschat werd dat rond de honderdduizend extra levens gered hadden kunnen worden in Rwanda als de hulporganisaties beter hadden samengewerkt. Ook elders bleken nu fouten gemaakt te zijn. Hulporganisaties leggen onvoldoende rekenschap af aan donoren en begunstigden. Er bleken organisaties te zijn die zich voordoen als humanitaire hulporganisaties, maar in feite politieke bedoelingen hebben, of alleen winst willen maken. Incidenten voegden zich daarbij. Recentelijk bleken hulpgevers van de vluchtelingenorganisatie UNHCR in West Afrika bijvoorbeeld om seks te vragen in ruil voor voedsel. "Maar het zijn niet de rotte appels die het hoofdprobleem vormen, maar de mand zelf", zegt dr. Thea Hilhorst van de leerstoel rampenstudies, die onderzoek deed naar humanitaire hulp. Goedbedoelde en geslaagde humanitaire hulp kan in sommige gevallen de oorlog juist verlengen. Bijvoorbeeld doordat strijdende partijen zich voedselhulp toe-eigenen. Hulporganisaties accepteren dat hulp geven nooit met schone handen kan, omdat toegang tot de hulpbehoevenden soms gekocht moet worden van de lokale warlords. Hilhorst: "In Somali? accepteerden organisaties bijvoorbeeld een verlies van dertig procent om die reden. Maar vergeten werd dat de warlords met die inkomsten hun leger in stand konden houden. Oorlog wordt dan niet meer gevoerd om een bepaalde reden, maar omdat er aan te verdienen valt." Humanitaire hulp is dan net als diamanten of belastinginkomsten oorlogsbuit geworden.

Geen wonder dat de hulporganisaties bij zichzelf te raden zijn gegaan hoe ze dit kunnen voorkomen. Tot de mogelijke maatregelen behoren gedragstandaarden die organisaties zichzelf opleggen. Die kunnen heel gedetailleerd zijn, bijvoorbeeld over de hoeveelheid voedsel die per persoon uitgedeeld moet worden. Maar soms zijn die standaarden te rigide. Bijvoorbeeld omdat er niet genoeg voedsel is voor iedereen. In een paper inventariseert Hilhorst een aantal voorstellen om de kwaliteit van hulp te verbeteren. Kern daarvan is vergroting van de invloed van hulpbehoevenden zelf. Een voorbeeld zou een ombudsman kunnen zijn, waar slachtoffers van mislukte hulp kunnen klagen. Binnen hulporganisaties wordt sinds de kritische evaluaties beter beleid gemaakt. Probleem is dat er geen beroepscommissie is die foute organisaties op de vingers kan tikken, concludeert Hilhorst. | J.T.

Re:ageer