Organisatie - 26 april 2007

Goed onderwijs is knokken

De rebellenclub noemen ze zichzelf gekscherend, de acht docenten van vijf verschillende leerstoelgroepen die al jarenlang het vak Quantitative Analysis of Land Use Systems verzorgen. De opzet vraagt meer tijd en geld dan het bestuur van Wageningen UR lief is. Toch gaan de docenten door, met de hete adem van de managers in hun nek.

Onderwijs of onderzoek? Het blijft touwtrekken tussen de twee pijlers van een universiteit. Uitspraken als ‘geld is belangrijker dan onderwijs’ en ‘de universiteit sneeuwt onder’ passeerden de afgelopen maanden in Resource de revue. De kritiek is een reactie op de druk die medewerkers van Wageningen UR voelen om steeds meer geld binnen te halen met onderzoek en tegelijkertijd te zorgen voor goed onderwijs.
In de praktijk gaat dit moeilijk samen. Neem Quantitative Analysis of Land Use Systems (Qualus). Dit vak is het schoolvoorbeeld van het interdisciplinaire onderwijs dat de universiteit graag wil. Maar als docent moet je haast gek zijn om eraan te beginnen. ‘Alleen door pure volharding lukt het ons om het vak in stand te houden’, zegt Nico de Ridder, oprichter en coördinator van het vak. ‘De hoeveelheid tijd en geld die het kost, gaat tegen alle regeltjes in.’

Populair
De Ridder en zeven collega’s geven Qualus eenmaal per jaar. En hoewel het geen verplicht vak is, trekt het al vijftien jaar lang tussen de dertig en vijfendertig studenten per keer, uit alle studierichtingen. ‘Zelfs al kost het de studenten meer tijd dan er studiepunten voor staan’, zegt De Ridder.
De populariteit komt volgens de docenten voort uit het feit dat Qualus ‘inzicht en begrip’ biedt, doordat het vak studenten leert kijken naar landgebruik vanuit verschillende vakgebieden. Een goede evaluatie van het landgebruik houdt nu eenmaal niet op bij één discipline, zeggen de betrokken docenten. ‘Als het gaat om landgebruik is het absoluut noodzakelijk om echt interdisciplinair te werken’, vertelt De Ridder. Planten en bodem bepalen de geschiktheid voor het verbouwen van een gewas, maar veel keuzes van mensen worden gedreven door sociaal-economische factoren. Door dit alles in één vak met elkaar te verbinden komen studenten dichter bij de problemen zoals ze daadwerkelijk bestaan. ‘Het vak is intensief, maar het voegt veel toe door de betrokkenheid van docenten uit verschillende disciplines. Het is echt een afspiegeling uit de praktijk’, zegt Anne Rietveld, studente Internationale Ontwikkelingsstudies, die het vak in januari volgde. Net als Lennart Verhoeven, vierdejaars Internationaal Land en Waterbeheer. ‘Het is het beste vak dat ik in de afgelopen drie en half jaar heb gevolgd’, zegt hij.
Qualus is niet het enige vak dat vakgebieden probeert samen te brengen. ‘Maar in de praktijk slagen anderen hier vaak niet in’, zegt Jetse Stoorvogel, betrokken bij Qualus vanuit Bodemkunde. ‘Dan zie je dat de betrokken leerstoelgroepen elk een middag vullen.’ Daarmee blijft het echter aan de studenten om de verbanden te leggen. ‘We moeten niet ons eigen verhaal afsteken en de student vervolgens met tien verhalen laten zitten. Wij willen een stap verder zetten’, vult De Ridder hem aan. ‘Iedere docent moet denken aan de rest. Zijn vakgebied is niet het belangrijkste, maar onderdeel van het hele vak.’
Duckland
Terwijl kleine boeren de zekerheid van een goede oogst willen hebben, kunnen grote bedrijven meer risico nemen. Zo ook in Duckland, het fictieve oord waar studenten van Qualus zich op storten. Oma Duck en Gijs Gans moeten leven van hun kleine boerderijtje en kiezen voor gewassen waarvan de oogst nauwelijks kan mislukken. Dagobert Duck en Guus Geluk houden echter wel van een gokje en kiezen het gewas met de hoogst mogelijke opbrengst. En dan zijn er nog Kwik, Kwek en Kwak die areaal willen voor het behoud van de bedreigde grutto. Aan de studenten de taak om alle belangen een plek te geven in een wiskundig model, om zo tot een optimale verdeling van het land te komen.
‘En dat is investeren’, zegt Walter Rossing van Biologische Productiesystemen. ‘Ik denk dat veel vakken zijn opgezet met een goede wil tot interdisciplinaire insteek, maar het kost veel energie om daadwerkelijk tot een gezamenlijk beeld te komen. We moeten ons constant afvragen wat we van de anderen willen weten.’ Stoorvogel beaamt dit. ‘In eerste instantie zit ieder er met zijn eigen disciplinaire agenda. Dat moet binnen het team worden afgestemd, alle neuzen moeten dezelfde kant op komen te staan.’
Daarvoor moeten bodemkundigen leren hoe economen een kosten-batenanalyse maken en economen hoe een plant groeit. ‘Om studenten de meerwaarde van bèta-gammaintegratie bij te brengen dienen docenten zelf door dit integratieproces te gaan’, zegt De Ridder. ‘Dit vergt een enorme inspanning’, volgens Frits Claassen van de leerstoelgroep Operationele Research en Logistiek. ‘Ik, als wiskundige, heb me moeten verdiepen in hele ander vakken zoals de plantenwetenschap. Wat doet die ander? Dit vergt energie, maar de voldoening is enorm. Qualus is écht iets integraals.’

Uitspraken Kropff
Maar ondanks het feit dat Qualus het schoolvoorbeeld lijkt te zijn van de bèta-gammainteractie die de universiteit graag ziet, kost het de docenten moeite om het vak te blijven geven. De investering is groter dan de begroting van een leerstoelgroep toelaat.
Rector Martin Kropff zei eind maart in een interview met Resource dat volgens hem ‘geen docent onderwijs laat lopen vanwege een financieringskwestie’. En dat klopt, zeggen de docenten van Qualus. ‘Als ik lesgeef denk ik inderdaad niet, oh, het geld is op, ik stop. Dat is geen overweging’, zegt docent Rossing. ‘Maar Martins uitspraak valt echt niet goed. De druk van ‘alles meer’ is groot. Ik doe meer onderzoek dan ik aankan en geef daarnaast veel onderwijs. Hoeveel geld ik bij elkaar doceer, houd ik niet bij. Het is vast niet genoeg. Daar laat ik mezelf niet bij stilstaan. Maar ik wil niet vervolgens managers horen zeggen dat het systeem niet hoeft te veranderen.’
Ook De Ridder is kritisch richting het management. Want interdisciplinair onderwijs heeft volgens hem extra te lijden gehad onder de reorganisaties van de afgelopen jaren. ‘We zijn de gezamenlijke aanpak van onderwijs kwijtgeraakt. Onderwijs is nu gekoppeld aan de verschillende kenniseenheden. Docenten vallen terug op hun eigen disciplines. Ik zie dat er vanuit de maatschappijwetenschap onderwijs wordt gegeven over planten of andersom. Maar we moeten niet als gevolg van onze financiële situatie voor onze eigen parochie gaan prediken. Laten we alsjeblieft om de tafel gaan zitten en gezamenlijk goed onderwijs maken’, zegt De Ridder.
‘Goed onderwijs aan een universiteit komt bovendien voort uit onderzoek, uit projecten. Dat voer je terug in het onderwijs. Het is een academische cyclus’, voegt Rossing toe. Ook Stoorvogel vindt het belangrijk om onderzoek te vertalen naar onderwijs. ‘Er zijn vakken als Qualus nodig waarin docenten vertellen over waar ze mee bezig zijn. Het is heel anders om te luisteren naar iemand die enthousiast over zijn eigen onderzoek vertelt dan naar iemand die tien keer hetzelfde verhaaltje afdraait.’

Enthousiasme
Deze meerwaarde blijkt ook uit de evaluatie door studenten. ‘Het is fijn om voorbeelden te krijgen van wat de docenten zelf doen’, zegt Verhoeven ‘Het laat zien hoe ook in de praktijk vanuit verschillende richtingen naar een gebied kan worden gekeken. Ook werkt het enthousiasme van de docenten heel motiverend’, zegt hij. ‘Dat ontbreekt in zoveel vakken. Regelmatig lees ik dictaten van zes jaar oud die nooit zijn aangepast en vol schrijffouten zitten. Dan heb ik al weerzin.’
‘Als we onderwijs echt willen integreren, moeten we het samen geven en het liefst met de onderzoekers die ook samen geïntegreerd onderzoek doen’, concludeert De Ridder. ‘Het succes van Qualus komt door de kwaliteit. Het zit op de grenslijn van onderwijs en onderzoek. De inhoud van het vak wordt gekoppeld aan nieuw onderzoek. Walter Rossing was bijvoorbeeld bezig met een onderzoek in Friesland, naar het optimaliseren van natuurwaarden in het gebied. Dit vroeg om een andere wiskundige aanpak. Dat hebben we dit jaar opgenomen in het vak. Zo is er constant vernieuwing’, zegt hij.
Het maakt het vak volgens de betrokken docenten inspirerend en daardoor zijn ze instaat om de druk van bovenaf te negeren. ‘Er wordt nu meer gelet op de financiële kant dan de inhoudelijk’, zegt De Ridder. ‘Maar dat hoort niet op een universiteit. We moeten aandacht hebben voor onderwijs. Goed werk verdient zichzelf wel terug.’

Re:ageer