Student - 8 oktober 2009

Gods zegen

Het schemert op perron 2 van station Arnhem. Links van mij staat een forens met laptoptas, rechts zie ik een vrouw in roze joggingpak. Ze schreeuwt iets onverstaanbaars naar twee voorbijlopende pubers die ineens sneller gaan lopen.

26-Stijn-raster-6015_2.jpg
Nieuwsgierig sluip ik dichterbij. De vrouw ziet er oud uit, de wallen onder haar ogen zijn werkelijk reusachtig. Zelfs haar witte gympen zijn niet in staat de vrouw nog enigszins sportief te maken. Oh jee, ik ben weer te dichtbij gekomen, ze heeft mij gezien. 
'Heb je een euro voor mij?', vraagt ze terwijl ze met haar ogen en wallen een hulpeloos gezicht trekt. 'Mijn moeder ligt op sterven en ik moet naar Doetinchem.' Haar gezicht zit vol groene, rode en blauwe plekken, een alcoholdamp bereikt mijn neus. 'Ik heb geen geld bij me', lieg ik en loop weg. Roze joggingbroek besluit mij te achtervolgen.
Ik kan mijn nieuwsgierigheid ook nooit eens bedwingen, mopper ik in mijzelf. Na mijn ontmoeting met een dronken, harige man die alle ellende aan 'de vrouw' toeschreef, had ik toch beter moeten weten, maar nee. Roze joggingpak gaat voor mij staan en begint haar bedelspeech. Ze is alleen, misschien hoef ik toch niet heel bang te zijn.
'Ik ben verkracht, ik ben mishandeld en niemand op de wereld helpt mij.' De vrouw zet haar verhaal kracht bij door de individuele blauwe plekken op haar gezicht op te sommen. 'Sorry, maar ik heb echt niets, ik ben student', stamel ik, 'Misschien kan de dagopvang, of het Leger des Heils wat doen?' De vrouw kijkt mij recht in de ogen. 'Nee. Niemand wil me helpen, niemand, maar jij hebt mij tenminste willen helpen. Daarom krijg je toch Gods zegen. Jij bent een goed mens.'
Verbouwereerd stap ik in mijn trein. Ik zie Roze joggingbroek richtingloos over het perron zwalken. De trein vertrekt, ik kijk in mijn portemonnee. Er zit zelfs drie euro in. Wat ben ik een goed mens./Stijn van Gils

Re:ageer