Wetenschap - 1 januari 1970

Globalisering balanceert altijd op randje van chaos

Globalisering balanceert altijd op randje van chaos


Globalisering is tegenwoordig bijna een normaal woord. Misschien zijn het
wel de anti-globalisten die het woord op de maatschappelijke agenda hebben
gezet, met hun verzet tegen de neoliberale politiek van een internationaal
laissez fair en de wereldwijde invloed van de World Trade Organization.
Maar globalisering is meer. Het is de groei van het wereldwijde internet -
met nu al meer dan een miljard gebruikers. Het zijn de 1,4 triljoen dollar
die elke dag verhandeld worden door de internationale valutahandel - een
bedrag zestig keer zo groot als de wereldhandel. Maar het is vooral een
ongrijpbaar fenomeen.
De Britse socioloog John Urry van Lancaster University is een van de
rijzende sterren in de theoretische sociologie. Deze week is hij in
Wageningen op uitnodiging van sociale wetenschappers in de Leeuwenborch.
Urry werd in 1987 bekend toen hij samen met Scott Lash het boek 'The End of
Organised Capitalism' schreef. Daarin schreven beiden sociologen dat het
kapitalisme aan het verschuiven was van een georganiseerd, nationaal,
maatschappelijk patroon naar een globale 'disorganisatie'. Dat sloot aan
bij het nu bij sociologen maar ook bij planologen populaire idee van een
globale netwerkmaatschappij dat de Spaanse socioloog Manuel Castells in de
jaren negentig ontwikkelde. In zijn laatste boek Global Complexity bouwt
Lash voor een deel voort op deze idee├źn, in goed begrijpelijk Engels en
zonder al teveel filosofisch of sociologisch jargon - een verademing.
De complexiteit van globalisering komt onder meer door de vele vormen van
globalisering. Urry onderscheidt er vijf. Dat globalisering structureel
werkt, zie je aan de toenemende dichtheid van internationale en globale
interacties en de toenemende liberalisatie van de wereldhandel en
internationalisering van de kapitalistische productie. Dat globalisering
werkt via stromen is merkbaar aan het internationale transport van mensen,
dingen en informatie. Globalisering als ideologie is terug te vinden in de
bekende neoliberale visie van onder andere Francis Fukuyama, waarbij de
waarde van het aandeel cruciaal is, en globalisatie gezien wordt als nieuw
tijdperk. Maar globalisering kan ook worden gezien als het resultaat van de
clustering van individuen rond globale thema's als natuur of klimaat en
rond wereldconferenties als die in Rio de Janeiro en Kyoto.
De vier voorgaande visies op globalisering zijn volgens Urry wel een deel
van de werkelijkheid, maar ook niet meer. Om globalisering te kunnen
begrijpen moet je de verschillende systemen en ontwikkelingen die in die
visies staan beschreven tegelijkertijd beschouwen, en moet je er ook voor
zorgen dat je het systeem van globalisering niet als een zelfontplooiend en
zelfwerkzaam systeem ziet. Volgens Urry gaat het juist om de globale
complexiteit, het globale is een systeem of serie van systemen met diverse
ontwikkelingspaden in de tijdruimte en enorme verschillen tussen oorzaak en
gevolg. Met als gevolg dat juist de onvoorspelbare en onomkeerbare patronen
kenmerkend lijken te zijn voor alle sociale en fysieke systemen.
Wetenschappers moeten zich volgens Urry bezig gaan houden met de
vraagstukken van complexiteit, want globalisering en 'cosmopolitanisme'
zullen in de toekomst de nieuwe stromen van globale ordening zijn. Dat dit
risico's met zich mee brengt, moge ondertussen duidelijk zijn, nu iedereen
het recept voor anthrax of de bouwtekening voor een langeafstandsraket op
internet kan vinden. Die risico's en de extremen die er binnen de
maatschappij bestaan, maken dat globalisering altijd op het randje van
chaos balanceert. Globalisering mag wel een normaal woord zijn, we beseffen
nog veel te weinig dat we zelf deel uitmaken van die chaos veroorzakende
onbegrijpelijkheid.
Martin Woestenburg

John Urry, Global Complexity, Polity Press, ISBN 0745627184, 27 euro.

Re:ageer