Wetenschap - 1 januari 1970

Gips helpt tegen harde wormengrond

Een teveel aan regenwormen kan de grond hard maken, waardoor boeren grote moeite hebben met het oogsten van hun gewas. Zij kunnen de strijd aangaan met behulp van gips, blijkt uit Praktijkonderzoek Plant & Omgeving.

Met name aardappeltelers in Flevoland hebben problemen ondervonden door grote hoeveelheden regenwormen in de grond. Het rooien van de aardappels wordt nagenoeg onmogelijk vanwege de vele harde kluiten. Het slijm en de uitwerpselen van de regenwormen maken de kleigrond onder bepaalde weersomstandigheden zo hard als beton.
PPO Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroente (AGV) heeft een aantal structuurverbeterende middelen uitgetest. Gips bleek erg effectief. Het calcium in het gips drijft de kleideeltjes uit elkaar, waardoor de structuur verbetert. In gips zit calcium in de vorm van calciumsulfaat en dit lost goed op bij een hoge pH. Een andere kalkmeststof, magnesium-brandkalk, bleek minder effectief, evenals zwavelzure ammoniak (een zuurwerkende stikstofmeststof).
Uit de veldproeven in Flevoland blijkt dat een gift van tussen de zes en twaalf ton gips per hectare voldoet. De geschikte hoeveelheid zal in de praktijk afhangen van de hoeveelheid vocht in de grond en de hoeveelheid wormen in het teeltseizoen. Wanneer jaren achtereen gipstoediening nodig is, zal dat wel leiden tot een flinke sulfaatuitspoeling, signaleren de onderzoekers. Dit is uit het oogpunt van waterkwaliteit geen goede ontwikkeling. Momenteel is echter de toe te dienen hoeveelheid gips aan landbouwgrond niet aan een wettelijke limiet verbonden. / HB

Re:ageer