Wetenschap - 1 januari 1970

Giftige bestrijdingsmiddelen

Giftige bestrijdingsmiddelen

Giftige bestrijdingsmiddelen


Het College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) laat chemische
bestrijdingsmiddelen toe zonder dat alle wettelijk vereiste
onderzoeksgegevens over de gezondheids- en milieurisico´s zijn bekeken. Dit
stellen Stichting Natuur en Milieu en de Zuid-Hollandse Milieufederatie. De
organisaties zijn in het verweer gekomen tegen de voorlopige toelating van
het bestrijdingsmiddel quinoxyfen, een stof die slecht afbreekbaar is, en
volgens de milieuorganisaties te vergelijken is met DDT. Begin deze maand
heeft de bezwaarschriftencommissie van het CTB de milieuorganisaties in het
gelijk gesteld. Eind vorig jaar kreeg het CTB ook al van het College van
Beroep voor het Bedrijfsleven te horen dat ze de toelating van 167 andere
bestrijdingsmiddelen niet zomaar kan verlengen zonder nader onderzoek.
Maakt het CTB er een potje van?

Milieutoxicoloog dr. Tinka Murk van de sectie Toxicologie:

,,Het is goed dat milieuorganisaties iedereen scherp houden, maar de
situatie is niet zo erg als ze doen voorkomen. Hun bezwaar is gegrond
verklaard om procedurele redenen. De wetgeving verplicht nu eenmaal dat er
een compleet dossier over de risico´s van een bestrijdingsmiddel op tafel
moet liggen. En dat is niet het geval bij het middel quinoxyfen.
Het gaat echter te ver om het middel te vergelijken met DDT. Het risico
voor de mens is bij de beoogde toepassing volgens mij nihil. Het wordt
gebruikt tegen de meeldauwschimmel in tarwe, en er zit zestig dagen tussen
het spuiten en de oogst, genoeg tijd voor het bestrijdingsmiddel om af te
breken in het zonlicht. Ook zit de stof vooral op de graanvliesjes, die
niet worden geconsumeerd. Wel deel ik de wens van de milieuorganisaties om
het risico van het belangrijkste afbraakproduct, 3-hydroxyquinoxyfen,
verder te onderzoeken.
Ik vind het verantwoord om het middel voorlopig toe te laten - op grond van
een gunstig risicoprofiel van de stof - en intussen te onderzoeken wat de
milieurisico´s zijn. Die zijn het best te onderzoeken in het veld, dus
wanneer men het middel daadwerkelijk gebruikt.
Het CTB komt inderdaad veel onder vuur te liggen. Milieuorganisaties
bekritiseren vaak de toelating van bestrijdingsmiddelen. Je zou gaan denken
dat het CTB betaald wordt door fabrikanten van bestrijdingsmiddelen. Dit is
echter niet zo. Het CTB is een onafhankelijke organisatie. Je moet ook
bedenken dat het CTB in de afgelopen tien jaar juist heel veel
bestrijdingsmiddelen heeft verboden. De industrie ziet deze club soms juist
weer als een groep milieuactivisten.
Het bestrijdingsmiddelenbeleid in Nederland is helemaal niet zo slecht.
Veel giftige middelen zijn uit de handel genomen, en het heeft effect.
Bestrijdingsmiddelen komen door verdamping in de lucht voor, en komen via
regenwater weer terug. Maar uit metingen blijkt een duidelijke daling van
de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in regenwater de afgelopen tien jaar.
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is niet per definitie slecht. Als je
bijvoorbeeld schimmels bestrijdt, voorkom je wel dat deze in onze voeding
terechtkomen. En die schimmels kunnen leverkanker en andere ziekten
veroorzaken.
Het is ook een politiek besluit. Soms zijn geen alternatieve
bestrijdingsmiddelen voorhanden, en dan moet men kiezen of men verder gaat
met het bestrijdingsmiddel of dat men, zeg, dertig procent verlies aan
oogst voor lief neemt.’’ |
H.B.

Re:ageer