Wetenschap - 1 januari 1970

Gidsjes voor de natuurleek

Gidsjes voor de natuurleek


de serie kleine gidsjes die KNNV uitgeeft zijn eigenlijk een soort
uittreksels van de echte, zeer uitgebreide natuurgidsen. Ook de nieuwe
boekjes 'Libellen in beeld' en 'Amfibieën en reptielen in beeld' passen
weer makkelijk in de broekzak van de wandelaar die tussen februari en april
de paddentrek volgt en vanaf april de parelmoerglanzende libellen en
juffers wil herkennen.
Het zijn geen schokkende boeken, er staat geen geweldig nieuws in en de
kennis die erin staat is elders uitgebreider, beter geïllustreerd,
wetenschappelijker en degelijker opgeschreven. Het zijn echte boekjes voor
de leek, maar wel geschreven door mensen die weten waar ze het over hebben.
Ondertussen zijn er kleine zakgidsjes over paardebloemen en verwanten,
paddestoelen, dagvlinders, hommels, lieveheersbeestjes, nachtvlinders,
mussen, weidevogels, en nu dan libellen en amfibieën en reptielen.
Het recept van de zakgidsjes is simpel. Het eerste deel van de boekjes gaat
meestal over de voortplanting. Het uitsluipen van de libel bijvoorbeeld.
Hoe de larve van de libel, meestal in het voorjaar, vlak voor de laatste
vervelling bij de waterspiegel op een stengel gaat zitten en langzaam uit
het water kruipt. De rughuid barst dan open, zodat de libel uit de larve
naar boven kan sluipen, waar die uithardt voor hij weg kan vliegen. Of hoe
mannetjessalamanders baltsen, hoe hij in de paartijd met zijn 'prachtkleed'
voortdurend trillen voor het vrouwtje zwemt met de rugkam en staart
uitgespreid. Of dat de heikikker het vrouwtje tijdens de paring bij de
oksels omklemd, terwijl de geelbuikvuurpad de voorkeur heeft voor de
lendenen.
En natuurlijk heeft elk dier zijn eigenaardigheden. Kikkers en padden
kwaken bijvoorbeeld. Daarmee lokken de mannetjes vrouwtjes, meestal vanaf
de schemering tot middernacht. Groene kikkers en rugstreeppadden kwaken in
koor. Bij de libellen gaat het wat dat betreft meer over allerlei
insectachtige kenmerken, zoals de facetogen - juffers hebben twaalfduizend
facetten, libellen dertigduizend, en ze kunnen er op dertig meter vliegjes
mee lokaliseren - of de prachtige kleuren van de libel. Die komen van maar
twee kleurstoffen, en de parelmoerachtige glans komt doordat die
kleurstoffen onder een kleurloze opperhuid liggen, die het licht weerkaatst
in een groen- of roodbronzen glans.
De boekjes bevatten ook altijd informatie over waar en wanneer de dieren of
planten te vinden zijn in de Nederlandse natuur. Behalve de overwinteraar,
de winterjuffer, zijn de meeste libellen en juffers tussen april en oktober
te zien. Tijdens warm weer vliegen libellen minder. Veel heidelibellen gaan
als het echt warm is met het achterlijf naar de zon zitten, in deze
'obeliskhouding' vatten ze de minste zon. Libellen zijn het best te zien
met kijkers die op korte afstand scherp zijn te stellen, het liefst op zo'n
anderhalf tot twee meter. Je moet dan wel snel zijn, want de libellen
kunnen vliegsnelheden ontwikkelen van wel vijftig kilometer per uur.
Amfibieën leven graag in zonnige poelen met vlakaflopende oevers. Ze zijn
in aantal afgenomen, omdat het aantal drinkpoelen op boerenland is
verminderd. Daarom graven natuurbeschermers, maar ook boeren, nieuwe poelen
om de steeds zeldzamer geworden amfibieën weer een nieuwe plek te geven.
Tuinvijvers vormen ook een prettig leefmilieu voor bijvoorbeeld gezellig
kwakende kikkers. Reptielen zijn minder snel te vinden. Daarvoor moet je
actief zoeken. Vooral op zonnige dagen zijn ze op heidevelden, in de duinen
of op open plekken te vinden.
Al met al zijn de gidsjes goed en goedkoop voorlichtingsmateriaal om de
natuurleek te begeleiden bij zijn eerste bestudering in de Nederlandse
natuur.
Martin Woestenburg

'Libellen in beeld', KNNV Uitgeverij, ISBN 9050111645, 4,75 euro.
'Amfibieën en reptielen in beeld', KNNV Uitgeverij, ISBN 9050111653, 4,75
euro.

Re:ageer