Wetenschap - 1 januari 1970

Gezondheidsclaims biologische voeding moet nog bewezen worden

1

‘Biologische groenten, fruit, melk en vlees zijn gezonder dan de gangbare’. Als de biologische sector de weifelende consument daarvan kan overtuigen, dan komt het wel goed met de biologische landbouw, denken experts als Peter Blom, directeur van alternatieve investeringsbank Triodos.
Maar zijn biologische producten werkelijk gezonder? Waar blijven de onderzoeken naar de gezondheidseffecten?

Het streven van de sector en landbouwministerie LNV om in 2010 tien procent van de Nederlandse consumptie voor rekening van biologische producten te hebben wordt waarschijnlijk niet gehaald. Triodos-directeur Blom opperde op het Ekocongres in april een oplossing. ,,De echte groei vinden we niet in prijsverlaging’’, zei Blom. ,,Maar wel in het argument gezondheid. Er moet meer research plaatsvinden. Daarin moeten we als sector investeren.’’
In Wageningen slaan wetenschappers elkaar al tientallen jaren de schedel in over de vraag of biologische producten inderdaad gezonder zijn. Maar onderzocht is het nauwelijks, wordt duidelijk als je gaat zoeken in de internetbibliotheken van PubMed of Medline. Daarin staan enkele tientallen studies die gangbare en biologische producten met elkaar vergelijken, en allemaal gaan ze over deelaspecten. Dan weer bevatten biologische granen wat meer schimmelgif, dan weer wat minder. Vaak bevatten biologische groenten wat meer vitamines, wat minder bestrijdingsmiddelen of wat minder eiwitten – maar wat het effect daarvan op de humane gezondheid is, wordt niet duidelijk.

Toch heeft de sector aan geld geen gebrek. In 2003 gaf LNV ongeveer elf miljoen euro aan Wageningen UR voor biologisch onderzoek. Het rapport ‘Biologische landbouw bij Wageningen UR’ zet keurig op een rijtje waar dat geld naartoe is gegaan: naar biologisch uitgangmateriaal, mest, bedrijfssystemen – maar niet naar de gezondheidseffecten. Het is allemaal onderzoek dat relevant is voor de producenten, maar niet direct voor de consumenten.
,,Wij stellen onze geldstromen af op basis van overleg met de sector’’, zegt LNV-woordvoerder Gerard Westerhof. ,,Onze gesprekpartner is Platform Biologica.’’ En Platform Biologica laat zich in die gesprekken leiden door welke problemen de producenten in de praktijk tegenkomen, vertelt voorlichter Annelijn Steenbruggen. ,,Die acute problemen hadden prioriteit. We moesten ze oplossen om het voortbestaan van de sector veilig te stellen. We zijn nog een jonge branche, moet je bedenken.’’
,,De vraag naar het gezondheidsaspect van biologische voeding is in het verleden wel eens opgekomen’’, zegt Westerhof. ,,Het Expertisecentrum LNV heeft er toen nog een literatuurstudie naar verricht. Maar daar dat leverde zo weinig aanknopingspunten op dat we besloten even niets met gezondheid te doen.’’

Dioxines
Dat was misschien een gemiste kans. Het zou toxicoloog dr Tinka Murk niet verbazen als die effecten er wel zouden zijn. Al was het maar omdat gebruikers van biologische zuivel minder dioxine-equivalenten binnenkrijgen. ,,In de toxicologie werken we met normen. Krijg je net zoveel binnen als de norm aangeeft, dan is kans op negatieve gevolgen klein. Maar kom je erboven, dan begint die kans te stijgen. In Nederland zitten we met onze inname van dioxine-equivalenten serieus aan de hoge kant. We zitten op de norm. Als je iets kunt doen om je inname te verminderen, dan moet je dat beslist niet nalaten.’’
Eén van de oorzaken van die hoge inname is het voer dat gangbare boeren hun melkvee geven. Dat bevatte tot voor kort vismeel. De visolie die daarin zit bevat de giftige en slecht afbreekbare difenylethers en pcb’s, die de industrie al generaties lang in de vorm van vlamvertragers en remvloeistof in de oceanen laat verdwijnen.
,,In de biologische veeteelt krijgen herbivore dieren als koeien uitsluitend plantaardige producten’’, zegt Murk. ,,Biologische melk en yoghurt bevat daarom minder dioxineachtige stoffen.’’ Studenten van Murk hebben dat aangetoond in een kleinschalig onderzoek met gentechcellen. In Nederland vonden ze aanzienlijke verschillen tussen zuivel van biologische bedrijven en zuivel van reguliere producenten. De concentratie dioxine-equivalenten in de reguliere melk zat net onder de norm, die van de biologische bedrijven was nihil. In Portugese supermarkten vonden de studenten in reguliere melk zelfs een normoverschrijding van een factor twee. ,,Jammer dat we de middelen niet hebben om dit onderzoek op grotere schaal uit te voeren’’, zegt Murk.
Voor biologische eieren is het verband overigens andersom, voegt de toxicoloog daaraan toe. ,,Biologische eieren bevatten juist weer meer dioxines. Dat komt waarschijnlijk doordat de kippen buiten lopen en de stoffen via regenwormen binnenkrijgen.
De verschillen in de melksamenstelling zijn voor Murk groot genoeg om in ieder geval vrouwen die kinderen willen krijgen te adviseren biozuivel te gebruiken. ,,Ongeboren kinderen en jonge kinderen zijn extra kwetsbaar’’, zegt ze. ,,Allerlei ontgiftingssystemen zijn bij hen nog niet ontwikkeld, en hun hersenen en organen zijn nog in aanleg.’’
Het probleem van residuen in onze voeding wordt onderschat, vindt Murk. ,,Bij bestrijdingsmiddelen zie je dat die bij gangbare producten meestal keurig onder de norm blijven. Maar die normen houden er geen rekening mee dat je de effecten van middelen soms bij elkaar moet optellen.’’
Nog niet zo lang geleden onderzocht de inmiddels naar de Vrije Universiteit verhuisde dr Timo Hamers van de leerstoelgroep bijvoorbeeld regenwater in de buurt van Zuid-Hollandse kassencomplexen. ,,Volgens de gangbare chemische tests, waarbij je telkens weer een ander bestrijdingsmiddel meet, was er niet zoveel mis met het water’’, zegt Murk. ,,Maar gebruikte je bio-assays die het totale effect van de gifstoffen meten, dan zag je dat het regenwater er vol mee zat.’’
Het voorbeeld geeft aan dat ook als de concentraties afzonderlijke bestrijdingsmiddelen netjes binnen de normen blijven, er toch effecten kunnen zijn.

Gezonder?
Evenwel zijn de officiële woordvoerders van de voedingswetenschap nog steeds van mening dat reguliere voeding even goed is als biologische. Voor de stelling dat biologisch gezonder is, is nog steeds geen bewijs. Waar blijven toch die studies die dat bewijs leveren?
Ze komen eraan, zegt dr Jac Meijs. Meijs, die is verbonden aan Wageningen UR en Platform Biologica, geldt als ‘de’ man binnen de biologische sector. ,,Rikilt, Wageningen Universiteit en het Louis Bolk Instituut hebben samen een voorstel ingediend voor een onderzoek naar de effecten van biologische voeding op het immuunsysteem’’, zegt hij. ,,Het ligt nu bij LNV, als het goed is.’’
Aan dat onderzoek zal dr Ron Hoogenboom van onderzoeksinstituut Rikilt meewerken. Aan het mede door hem ingediende onderzoeksvoorstel ging een literatuurstudie vooraf, vertelt de onderzoeker, waarin hij al het onderzoek bekeek dat tot nu toe over de gezondheidseffecten van biologische voeding is verschenen. Het gros daarvan, zegt Hoogenboom, is inderdaad niet via de publiek toegankelijke databanken als Medline te vinden. ,,Het zijn abstracts of proefschriften waarvan je niets terugziet in de gevestigde tijdschriften. Die wilden het kennelijk niet of de biologische onderzoekers begonnen er maar niet aan. Maar het onderzoek is er wel. Al in de jaren zestig was het er.’’
Uit die studies – vooral dieronderzoek – komen aanwijzingen dat biologische voeding goed is voor de vruchtbaarheid en de afweer tegen ziekten. Maar methodologisch is er nogal wat mis met die onderzoeken. ,,In de jaren zestig en zeventig was de gangbare voeding anders dan nu’’, geeft Hoogenboom als voorbeeld. ,,Bestrijdingsmiddelen golden nog als wondermiddelen waarmee je een goede oogst binnenhaalde, die niet gevaarlijk waren voor de gezondheid. Naar huidige begrippen waren de normen toen te laks.’’
De oude studies maten waarschijnlijk het negatieve effect van hoge concentraties gewasbeschermers in de gangbare voeding, en niet de kwaliteiten van biologische voeding. Maar ondanks dat soort methodologische onvolkomenheden concludeerde Hoogenboom met Machteld Huber van het Louis Bolk Instituut dat er openingen waren voor nader onderzoek.
De volgende stap was dat Hoogenboom, Huber en de Wageningse immunoloog prof. Huub Savelkoul het onderzoeksvoorstel schreven dat nu bij geldschieters wacht op goedkeuring. Een internationale werkgroep van biologische onderzoekers van de International Research Association for Organic Food Quality and Health heeft zich er al over gebogen.
Het voorstel behelst geen proeven op mensen, maar op kippen. ,,Er zijn in Wageningen bijzondere lijnen gefokt waarmee we gaan werken’’, zegt Hoogenboom. Het zijn twee lijnen, die onder de hoede van dr Henk Parmentier van de leerstoelgroep Adaptiefysiologie nu al bijna vijfentwintig generaties worden geselecteerd op wat onderzoekers ‘allergene respons’ noemen. De ene lijn reageert op injecties met lichaamsvreemde eiwitten met een sterke allergische reactie, de andere niet.
De hypothese is dat biologische voeding allergische reacties verzacht doordat het de natuurlijke afweer versterkt. Een beter functionerende natuurlijke afweer voorkomt misschien dat het lichaam een allergie ontwikkelt. De hypothese sluit aan bij de theorie dat bestrijdingsmiddelen en lagere concentraties van verschillende voedingsstoffen in gangbare producten de explosieve toename van het aantal allergieën hebben veroorzaakt.

Te duur
Dierstudies zijn nog geen humane studies, maar misschien zullen we het daarmee moeten doen. Dr Sander Kersten van de afdeling Humane voeding vreest dat de gezondheidseffecten van biologische voeding op mensen zich nauwelijks laten onderzoeken.
,,In zo’n onderzoek krijg je te maken met te veel factoren die je niet van elkaar kunt losmaken. Het is net als met de inname van polyfenolen en carotenoïden en de consumptie van fruit en groenten. Die factoren kun je niet los van elkaar onderzoeken. Als je geen groenten en fruit eet, krijg je ook geen polyfenolen en carotenoïden binnen.’’
Biologisch eten is nu eenmaal een complete manier van leven, zegt Kersten. En die hangt misschien ook nog samen met ongrijpbare psychologische factoren. ,,Misschien met risicomijdend gedrag. Ik noem maar iets.’’
,,Je kunt dus niet groepen mensen die biologisch eten bestuderen. Je zult zelf een groep mensen moeten samenstellen, waarbij je de ene biologisch laat eten en de andere gangbaar. Alleen dan heb je alles onder controle. En die groepen volg je dan een paar jaar. Dat wordt heel, heel, heel erg duur.’’

Willem Koert

Re:acties 1

  • Sjourd Janssen

    Graag wil ik weten of het hemelwater onder het biologische kan worden genoemd, en waarom de eieren van de "vrijloop" kippen zo veel dioxine in zit?
    Een eigen komposthoop maken dat/is goed zegt men, is dat nog wel zo?

    Reageer

Re:ageer