Wetenschap - 1 januari 1970

Gezonder eten in stappen

Als huisartsen hun patiënten gezonder willen laten eten, zouden ze eerst moeten vragen of die daar wel toe bereid zijn. ‘Dat kost nauwelijks moeite’, zegt promovenda ir Marieke Verheijden. ‘Het kan met een simpele vraag. Het werkt.’

Verheijden onderzocht of artsen het States of Change Model konden gebruiken als ze hartpatiënten minder vet wilden laten eten. ‘Het model is ontwikkeld voor onderzoek naar rokers’, zegt Verheijden. ‘Het gaat ervan uit dat mensen fases doormaken als ze hun gedrag veranderen. In mijn promotieonderzoek heb ik onderzocht of artsen meer patiënten aan gezonde voeding konden krijgen als ze met die fases rekening hielden.’
Verheijden vergeleek twee groepen patiënten met elkaar, die allebei door diabetes, een hoog cholesterol of een hoge bloeddruk meer kans op een hartaanval hadden en minder vet moesten eten. De artsen benaderden de ene groep op de traditionele manier, en voorzagen de patiënten met standaard informatie. De artsen bepaalden bij de andere groep met een paar vragen eerst in wat voor fase ze zaten en lieten van de antwoorden afhangen hoe ze zich opstelden. Die laatste aanpak veranderde het gedrag van de patiënten meer dan de traditionele, concludeert Verheijden.
De eerste fase is bijvoorbeeld die van pré-contemplatie. ‘Je kunt de mensen in die fase in twee groepen onderverdelen’, zegt Verheijden. ‘Er is een groep die heel goed weet dat voedingsmiddelen met veel verzadigd vet ongezond zijn, maar er niet over denkt om zijn kroketten en frikadellen te laten staan. Die groep informatie aanbieden heeft geen zin. Het gedrag van die groep is moeilijk te veranderen.’ De andere groep weet helemaal nog niet dat verzadigd vet ongezond is. ‘Bij hen heeft het geven van informatie wel effect. Als je informatie over de schadelijke gevolgen van verzadigd vet aanreikt zet je ze aan het denken.’
Informatie geven heeft ook niet zoveel zin meer als mensen hun gedrag al hebben veranderd. ‘Die mensen help je meer door sociale steun’, zegt de onderzoeker. ‘Je kunt er bijvoorbeeld voor zorgen dat iets gezonds kunnen krijgen als ze ergens gaan eten. Zo verklein je de kans dat ze terugvallen in hun oude gedragspatroon.’
De aanpak-op-maat die Verheijden onderzocht is niet alleen effectiever, ontdekte ze. ‘Het is ook efficiënter. Huisartsen besteden minder energie in handelingen die toch geen effect hebben.’ / WK

Marieke Verheijden promoveert op 27 september bij prof. Wija van Staveren, hoogleraar in de Voeding van de oudere mens, en prof. Chris van Weel, Radboud Universiteit Nijmegen.

Re:ageer