Wetenschap - 1 januari 1970

Gezonde speen heeft dun laagje eelt

Een melkkoe zonder, of juist met overmatige eeltvorming op de spenen, loopt meer kans op uierontsteking. Dit blijkt uit onderzoek waarop ir Francesca Neijenhuis van de Animal Sciences Group in Utrecht promoveert.

Er zijn maar weinig mensen die zo langdurig en intensief hebben gekeken naar de spenen van melkkoeien. Voor haar onderzoek bij het Praktijkonderzoek Veehouderij heeft Neijenhuis een fotoclassificatiesysteem ontwikkeld en gegevens verzameld van meer dan 57.000 spenen. ‘Het meest bijzondere is dat we op vijftien melkveebedrijven de conditie van de spenen en het optreden van uierontsteking gedurende anderhalf jaar gevolgd hebben. Daarnaast hebben we de speenzwelling die optreedt tijdens het melken in detail in beeld gebracht met een echoscoop’, vertelt Neijenhuis.
Machinaal melken blijkt een groot effect te hebben op de vorm van de speen. Het tepelkanaal wordt opgerekt en het puntje van de speen wordt langer en dikker. Neijenhuis ontdekte dat de spenen van melkkoeien tot acht uur nodig kunnen hebben om te herstellen van het melken. De opening van de speen, het slotgat, blijft ook veel langer open dan voorheen werd aangenomen. Dat heeft consequenties voor het optreden van uierontsteking (mastitis) omdat bacteriën dan langer de kans hebben om zich in het tepelkanaal te vestigen, bijvoorbeeld als de koe in het zaagsel gaat liggen.
De gezondheid van de spenen en daarmee de kans op mastitis kan volgens Neijenhuis ook goed worden afgelezen aan uiterlijke kenmerken van de spenen. ‘Gezonde spenen hebben slechts een dunne gladde eeltlaag rond het slotgat. Overmatige eeltvorming verdubbelt de kans op uierontsteking, terwijl het ontbreken van eeltvorming een drievoudige kans op mastitis laat zien. Als een veehouder ziet dat de speenconditie bij zijn hele koppel achteruitgaat, is dat een signaal dat er iets mis is met het melkproces of de melkapparatuur.’
Het feit dat koeien die helemaal geen eeltlaagje hebben op de spenen, zo veel risico op uierontsteking lopen was nog niet bekend. Neijenhuis denkt dat dit komt omdat het beschermende keratinelaagje in het tepelkanaal bij dergelijke koeien tijdens het melken wegspoelt. ‘Aan de buitenkant zie je daar weinig van’, aldus Neijenhuis. Een achterliggende oorzaak zou volgens haar de te hoge melksnelheid kunnen zijn. Door de instelling van de melkmachine aan te passen zijn de negatieve gevolgen van het melken op de speenconditie te minimaliseren.
De melkrobot blijkt gunstig voor de speenconditie omdat de vier kwartieren van de uier apart gemolken worden. ‘Bij de gewone melkmachine wordt eigenlijk te lang gemolken aan het voorste deel van de uier, dat minder melk bevat. Dat blind melken leidt tot vereelting van de spenen’, aldus Neijenhuis. Met de hand melken –‘mits uitgevoerd door een goede boerenzoon’- en het zogen van het kalf is volgens haar nog altijd het beste voor de speenkwaliteit. / GvM

Ir Francesca Neijenhuis promoveert donderdag 16 september aan de Universiteit Utrecht. Promotor is prof. Jos Noordhuizen, hoogleraar Gezondheidszorg landbouwhuisdieren.

Re:ageer