Organisatie - 10 april 2008

Gezonde Hooglanders redden Mister Rund

Een kwart eeuw geleden werden in Nederland voor het eerst grote grazers aan hun lot overgelaten in de vrije natuur. Tegenstanders van het experiment waren bang dat de Schotse Hooglanders het zonder bijvoeren niet zouden overleven. Maar initiator dr. Sip van Wieren van de leerstoelgroep Resource Ecology zette door, met de hete adem van twijfelende beheerders en de media in zijn nek.

De eerste Schotse Hooglanders op de Imbosch op de Hoge Veluwe.
De eerste Schotse Hooglanders op de Imbosch op de Hoge Veluwe.

Foto: Sip van Wieren

Eigenlijk wilde Sip van Wieren liever wisenten uitzetten op de Veluwe. Dat was ook het ideaal van de bedenker van het eerste Nederlandse graasproject, de Groningse ecoloog Harm van de Veen. ‘Maar dat bleek nog een aantal stappen te ver voor gebiedseigenaar Natuurmonumenten, vertelt Sip van Wieren. ‘De hele gedachte van natuurontwikkeling was nog maar net in opkomst, er was nog heel veel koudwatervrees.’
Als alternatief kwamen de heren met de Schotse Hooglander. Van Wieren werkte het idee uit tot een voorstel voor wetenschappelijk onderzoek. Natuurmonumenten ging overstag. En dus laadde Van Wieren op 6 december 1982 tien rode koeien uit de veewagen in de Imbosch, een stukje bos van 176 hectare op de Hoge Veluwe. ‘Er waren niet veel mensen bij. Een paar beheerders en twee niet uitgenodigde jagers, die hun ongenoegen kenbaar maakten’, vertelt Van Wieren. ‘Ze waren bang dat de dieren het wild zouden wegjagen.’
Van Wieren volgde iedere stap van de runderen op de Veluwe. ‘Benieuwd naar wat ze zouden doen als ze van een graslandje naar de rare Veluwe zouden gaan, volgde ik ze overal. Ze hebben elk hoekje gezien en proefden alles. Zelfs dennennaalden en sparappels. Dat heb ik ze daarna nooit meer zien eten.’
Natuurmonumenten hoopte dat de runderen de vergrassing van de heide zouden tegengaan. Van Wieren wilde vooral bewijzen dat ze zichzelf in stand konden houden zonder bijgevoerd te worden. ‘In die tijd vertroetelden beheerders de wilde dieren nog. Herten en wilde zwijnen werden massaal bijgevoerd in de winter. Om de voerbak voor het echte wild stond nu een hek zodat de Hooglanders er niet bij konden.’
Het meest spannend was de strenge winter van 1985. ‘De beesten vielen enorm af. Een rund ging van 530 naar 280 kilo, de ribben staken eruit. Iedereen kwam kijken en zich ermee bemoeien. Maar ik wilde niet bijvoeren, want ze waren verder hartstikke gezond. Dus stond ik daar niks te doen bij de weegbrug, terwijl beheerders ernaast riepen dat we ze moesten bijvoeren.’
Van Wieren hield voet bij stuk, maar niet zonder twijfel. ‘Er ging een verhaal rond dat de runderen nooit meer zouden herstellen als ze beneden een bepaald gewicht zouden komen.’ Toen uiteindelijk de eerste grassen weer groeiden waren de dieren binnen korte tijd weer op gewicht. ‘Beheerders konden er niet meer omheen. Ook op arme zandgronden kunnen grote dieren overleven.’ Vanaf dat moment is ook het bijvoeren van wild gestopt.
‘Als ze waren doodgegaan weet ik niet of ik wel zou zijn waar ik nu sta’, realiseert Van Wieren zich achteraf. ‘Het succes van de Imbosch was nu een opmaat naar vele andere projecten. Het idee van grote grazers leefde. Wel zal ik altijd Mister Rund blijven. Sip en zijn koeien. Maar eigenlijk zit ik daar helemaal niet op te wachten. Ik had liever de wisent gehad en mijn echte favoriet is het wild zwijn.’

Re:ageer