Wetenschap - 11 april 2002

Gezamenlijk agrarisch natuurbeheer beter voor variatie in plantengroei

Gezamenlijk agrarisch natuurbeheer beter voor variatie in plantengroei

Agrarisch natuurbeheer moet ruimtelijk beter worden georganiseerd. Clustering van bedrijven met beheersovereenkomsten werkt namelijk positief op de diversiteit aan plantensoorten. Het promotieonderzoek van ir Willemien Geertsema van Alterra is een verklaring voor de conclusie van de Wageningse ecologen dr David Kleijn en prof. Frank Berendse dat agrarisch natuurbeheer niet werkt voor planten.

De sleutel tot een levensvatbare en diverse plantengroei is volgens Geertsema de kolonisatie van planten door de verspreiding van zaden en door de overleving van zaden in de bodem. Landinrichting is daarom bepalend of agrarisch natuurbeheer werkt of niet, want de overlevingskansen van planten gaat met sprongen omhoog als de geschikte groeiplekken in een aaneengesloten netwerk liggen.

In plaats van beheersovereenkomsten af te sluiten met individuele boeren is het daarom volgens Geertsema beter om beheersovereenkomsten af te sluiten met boerenco?peraties of met meerdere boeren in een klein, aaneengesloten gebied. Als bijvoorbeeld in twintig procent van het areaal met tachtig procent van de boeren een overeenkomst voor agrarisch natuurbeheer wordt afgesloten, werkt dat beter dan als er met twintig procent van de boeren in het hele gebied wordt gewerkt.

Het onderzoek van Geertsema sluit aan bij het spraakmakende onderzoek van Berendse en Kleijn naar de werking van agrarisch natuurbeheer. Ze kon dat onderzoek niet meer meenemen, vertelt ze. "Ik was net bezig met het laatste hoofdstuk toen ik het zag. Ik dacht direct: dit zou een verklaring kunnen zijn." Volgens Geertsema is het agrarisch natuurbeheer teveel gericht op milieukwaliteit, en liggen de gebieden met beheersovereenkomsten teveel verspreid over het hele land. "De kwaliteit van de akkerranden wordt beter, het beheer wordt beter, maar de planten kunnen er niet komen."

Berendse is enthousiast over het onderzoek van Geertsema. Volgens hem zijn er bij clustering van agrarisch natuurbeheer ook afspraken te maken over zaken als waterhuishouding. "Dat is ook een ontwikkeling die is ingezet door agrarische natuurverenigingen. En ik begreep dat staatssecretaris Faber ook prioriteit wilde geven aan boeren die samen beheersovereenkomsten willen sluiten." Volgens Berendse sluit het onderzoek van Geertsema goed aan op deze ontwikkelingen. | M.W.

Geertsema promoveert op 19 april bij prof. Paul Opdam, hoogleraar landschapsecologie, en prof. Martin Kropff, hoogleraar gewas- en onkruidkunde.

Re:ageer