Wetenschap - 1 januari 1970

Gevolgen Europees landbouwbeleid vallen mee

De gevolgen van de hervorming van het Europese landbouwbeleid voor de Nederlandse landbouw lijken mee te gaan vallen. Het LEI rekende uit dat de inkomens zelfs twee procent kunnen gaan stijgen. Alleen de melkveehouderij moet rekening houden met een daling van zo’n zestien procent van het inkomen.

In januari vorig jaar kwam de Europese commissie met vergaande voorstellen voor hervorming van het Europese landbouwbeleid. De besluiten die daarover in juni door de landbouwministers zijn genomen gingen een stuk minder ver. Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) rekende de mogelijke gevolgen uit van dat beleid voor de Nederlandse landbouw. Dat kwam uit op een algemene stijging van het inkomen in de hele sector van twee procent. Voor de werkgelegenheid en het milieu heeft het beleid nauwelijks gevolgen.
De hervorming van het beleid heeft vooral gevolgen voor melkveehouders. De interventieprijs van boter en mager melkpoeder wordt verlaagd. Voor die verlaging krijgen melkveehouders een compensatie, maar het zorgt toch voor inkomensverlies. Hoeveel lager de feitelijke melkprijs die boeren krijgen zal worden hangt ook nog van andere zaken af, zoals bijvoorbeeld de efficiëntie in de productie en verwerking. Het LEI rekende daarom voor verschillende scenario’s de gevolgen uit. Als de melkprijs zestien procent lager wordt, moeten boeren ook zestien procent van hun inkomen inleveren. Daalt de melkprijs met twintig procent, dan verliezen ze dertig procent van hun inkomen.
Voordeel van de hervorming is dat boeren hun bedrijf flexibeler kunnen voeren. De premies die boeren van de overheid krijgen, worden ontkoppeld van het feitelijke bouwplan en de gehouden dieren. Daardoor zijn ze niet meer gedwongen die dieren te houden of gewassen te telen waaraan de premies gekoppeld waren, en kunnen ze makkelijker kiezen voor een efficiëntere bedrijfsvoering. | J.T.

Re:ageer