Wetenschap - 1 januari 1970

Gevarenhitlijst biologische bestrijding beroert gemoederen

Gevarenhitlijst biologische bestrijding beroert gemoederen

Gevarenhitlijst biologische bestrijding beroert gemoederen


Inzet populaire lieveheersbeestjes te riskant

Het op grote schaal inzetten van exotische natuurlijke vijanden voor de
beheersing van ziekten en plagen is niet zonder risico’s. Zo scoort de
inzet van veelvraten, zoals de populaire Amerikaanse lieveheersbeestjes,
hoog in de gevarenhitlijst die Europese onderzoekers hebben ontwikkeld.

Entomoloog prof. Joop van Lenteren ziet de resultaten van jarenlang
onderzoek als ‘puzzelstukjes in elkaar vallen’ en heeft er de
‘huwelijksproblemen’ met de biologische bestrijdingssector graag voor over.
,,We steken hiermee onze nek uit en worden nu even door de branche
uitgemaakt voor verraders, maar dat heb ik liever dan dat het echt een keer
misgaat. Dat zou de inzet van biologische bestrijding ten onrechte in
diskrediet brengen en daar is niemand bij gebaat’’, zegt prof. Joop van
Lenteren, die als onderzoeker een naam heeft opgebouwd als ‘peetvader van
de biologische bestrijding’.
Van Lenteren is de leider van het net afgesloten Europese project
‘Evaluating Environmental Risks of Biological Control’ (ERBIC), dat is
uitgevoerd in nauwe samenwerking met onderzoekers uit Finland, Zwitserland,
Engeland en Italië.
Een van de sluitstukken van het project vormt de publicatie van een nieuwe
methode van risicoanalyse bij de uitzetten van natuurlijke vijanden, die
deze maand in het vaktijdschrift BioControl is verschenen. Het tijdschrift
noemt het onderwerp in een redactioneel commentaar ‘zeer controversieel’ en
hoopt dat de publicatie een ‘opening in de wetenschappelijke discussie’
over de veiligheid van biologische bestrijding kan forceren.
In de publicatie wordt een vijf-stappentest geïntroduceerd waarmee bepaald
kan worden hoe gastheerspecifiek een bepaalde natuurlijke vijand is. Met
deze informatie kan een expert relatief eenvoudig een risicoscore
verkrijgen voor bepaalde toepassing van een natuurlijke vijand. De maximale
score is 125. De onderzoekers stellen voor bij een score tot 35 geen
bezwaar te maken tegen het inzetten van de natuurlijke vijand, bij een
score tussen de 35 en 70 nader onderzoek uit te voeren en bij een score
boven de 70 af te zien van de introductie. Zij hebbende nieuwe
risicoanalyse toegepast op een dertigtal toepassingen van biologische
bestrijding en komen tot de conclusie dat een vijftal bestaande
toepassingen volgens deze methode eigenlijk ‘te riskant’ is. Hieronder valt
bijvoorbeeld de inzet van het Amerikaanse lieveheersbeestje Hippodamia
convergens bij de bestrijding van luizenplagen in het groenbeheer, en het
gebruik van de sluipwesp Trichogramma brassicae bij de bestrijding van
rupsenplagen in het veld.
Van Lenteren snapt dat de sector even op zijn achterste benen gaat staan.
,,Ik had zelf ook altijd een hekel aan regelneven, maar we kunnen niet
blijven verwachten dat iedereen in biologische bestrijding blijft geloven
omdat we zulke mooie blauwe ogen hebben. Er zijn nu ook veel amateurs mee
bezig, die soms de kluit belazeren.’’ Hij verwacht dat de Organisation for
Economic Coöperation and Development (OECD) de ERBIC-methodiek in grote
lijnen zal overnemen in een nieuwe handleiding voor de introductie van
exotische biologische bestrijders die in juni gepresenteerd wordt. Van
Lenteren: ,,Biologische bestrijding wordt al ruim honderd jaar toegepast
zonder dat zich echte calamiteiten hebben voorgedaan. Dat willen we graag
zo houden’’. |
G.v.M.

Re:ageer