Wetenschap - 1 januari 1970

Getemde planten opgetekend door uitstervende wetenschap

Getemde planten opgetekend door uitstervende wetenschap


‘Planten voor dagelijks gebruik’ is een verzamelwerk van een uitstervende
wetenschap, namelijk de economische botanie. Prof. Kees Kalkman gaf er tot
1991 jarenlang college in aan de Universiteit van Leiden, en begon na zijn
emeritaat met het verzamelen van gegevens voor een handboek over handige
planten voor het grote publiek. Met als resultaat een mooi vormgegeven boek
met prachtige platen en een uitputtende beschrijving van de meest
voorkomende nuttige planten.
Kalkman beschrijft sober en degelijk. Het boek is ingedeeld in hoofdstukken
over eetbare planten, psychoactieve planten en genotmiddelen,
geneeskrachtige planten, oneetbare planten zoals de bamboe en rotan, en
ongewenste planten - die laatste omdat ze een negatieve economische invloed
hebben. De nuttige planten die Kalkman in het boek verzamelde zijn planten
die nu in Nederland bekend zijn om hun gebruik, ook al zijn ze exotisch van
afkomst. Zo komen rotans en bamboe, ten onrechte met elkaar verward omdat
zowel de rotanpalmen als de bamboegrassen vaak in een en hetzelfde meubel
worden verwerkt, vooral uit Azië. En van de rubberboom kennen de meeste
Nederlanders alleen het rubber dat ze produceren.
Het werk van Kalkman is vergelijkbaar met het project Prosea, waar ook
Wageningen UR in participeert, maar minder wetenschappelijk en meer
beschrijvend. Prosea richt zich immers op het opnieuw inzetten van de
kennis over nuttige planten in de gebieden waar onderzoekers de informatie
over die planten verzamelen, en de manier van beschrijven is bij Prosea
veel wetenschappelijker en kaler. In het boek van Kalkman is ook voor de
geïnteresseerde leek veel lezenswaardigs te vinden, maar de beschrijvingen
van Kalkman zijn zeker niet gericht op het telen, kweken of anderszins
actief gebruiken van de nuttige planten. Planten voor dagelijks gebruik is
vooral een verzameling kennis.
Voor de leek is vooral de inleiding heel aardig om in zijn geheel te lezen.
Daarin beschrijft Kalkman wat de mens in de loop van de geschiedenis als
het ware heeft getemd voor eigen gebruik. Die domesticatie van planten ging
gepaard met onder andere het verminderen van de kiemrust om zaden snel en
gelijkmatig op te laten komen, het verbeteren van de grootte, smaak,
houdbaarheid en oogstbaarheid van vruchten, en morfologische veranderingen
zoals het verminderen van stekels, haren en sterke vertakkingen. Het is een
evolutieproces dat gestuurd wordt door mensen, waarbij vele bastaardsoorten
ontstonden, zoals de banaan, de olijf en het suikerriet, en waarbij van
soorten als de ui, de komkommer, de cassave en de tuinboon het zicht op de
oorspronkelijke voorouders verloren ging.
De vraag die na lezing - hoewel doorbladeren voor dit boek de meest
natuurlijke manier van lezen is, zodat je van weetje naar weetje springt -
blijft hangen is waarom die beschrijvende wetenschap van de economische
botanie uitsterft. Is het omdat mensen denken dat we met de huidige en
toekomstige biotechnologie zelf wel nuttige functies in planten kunnen
bouwen?
Het boek geeft geen antwoord. In het laatste hoofdstuk staat weliswaar een
kort maar afgewogen artikel over de voor- en nadelen van biotechnologie,
maar over de toekomst daarvan blijft de lezer in het ongewisse. ‘Veredeling
met behulp van biotechnologische technieken is nog duurder dan die met
klassieke methoden (kruising, selectie) en de verwachtbare financiële
opbrengsten voor de veredelaar moet dus aanzienlijk zijn. Dat zal in de
praktijk waarschijnlijk evenmin altijd gerealiseerd worden als in de
klassieke veredeling waarvan de financiële resultaten ook wel eens zijn
tegengevallen.'
Martin Woestenburg

C. Kalkman, Planten voor dagelijks gebruik - Botanische achtergronden en
toepassingen, KNNV Uitgeverij, ISBN 9050111599, 44,95 euro.

Re:ageer