Organisatie - 29 maart 2007

Geschiedenis van een ‘plak chocola’

Het had het langstlopende agro-ecologisch experiment op het Europese vasteland kunnen zijn. De veertig proefvakken op het voormalige universiteitscomplex Groot Hinkeloord in Wageningen werden bijna zestig jaar lang nauwgezet bemest en onderzocht. In de jaren tachtig raakten veldproeven echter uit de mode en vluchtten microbiologen definitief het laboratorium in.

141_opinie_0.jpg
141_opinie_0.jpg

Foto: bvBeeld

De afgelopen jaren zag het er voor de argeloze voorbijganger vooral uit als een perceel verwilderde boompjes met vreemde, afbrokkelende betonnen randjes ertussen. Het zal velen zijn ontgaan waarom deze veertig voormalige proefvakken in 2004 de status van rijksmonument kregen. Vorige week is projectontwikkelaar Roelofs & Haase begonnen de vakken te herstellen.
Het wetenschappelijke verhaal achter de proefvakken is nu op dvd vastgelegd. In een beeldverslag vertelt de gepensioneerde microbioloog dr. Tek An Lie hoe de langlopende bodemproef in de jaren tachtig verweesd raakte en steeds meer als een ‘lastige onkostenpost’ werd beschouwd. ‘Toen ik begon hadden we bij Microbiologie nog drie tuinmensen in dienst. Later werden dat er twee en nog later één. Het onderzoek van onze vakgroep verplaatste zich van de vakken naar kassen en later naar klimaatcellen.’ Ook bij bijvoorbeeld Plantenfysiologie was die tendens – van veld naar lab – zichtbaar.
De proefvakken op Hinkeloord zijn in de jaren twintig aangelegd onder supervisie van prof. N.L. Söhngen (1878-1934), de eerste hoogleraar Microbiologie in Wageningen. Deze in Delft opgeleide scheikundige ontdekt direct na zijn benoeming in 1918 dat er geen schot zit in de bouw van het toegezegde nieuwe laboratorium. Een woonhuis aan de Heerenstraat fungeert als provisorisch lab.
Söhngen is overgekomen van het Rijkslandbouwproefstation in Groningen. De in zakken meegenomen grond van zijn Groningse proefveldjes kan hij niet kwijt in zijn kleine stadstuintje. In 1919 komt er echter groen licht voor de bouw van een Microbiologisch Laboratiorium en een ambts- en tuinmanswoning, en voor de aanleg van een tuin van een hectare. In de proefvakken worden allerlei verschillende grondsoorten ingebracht om de effecten te onderzoeken van de bodem, zuurgraad en bemesting op de beschikbaarheid van sporenelementen. Dit sluit aan bij het onderzoek dat Söhngen in Groningen deed naar haverziekte en andere zogeheten ontginningsziekten die te maken hebben met koper- en mangaangebrek.
In het experiment krijgt elk vak zijn eigen bemestingsregime dat jaar op jaar precies dient te worden uitgevoerd. Een tuinman weet zich zelfs te herinneren dat je niet zomaar van het ene naar het andere vak mocht oversteken: ‘Je moest eerst je schoenen goed schoonmaken en je schoffel behandelen met alcohol en warm water.’
Het experiment is uitzonderlijk. Alleen in het Britse Rothamsted ligt het internationaal vermaarde Park Grass Experiment waar als sinds 1856 bemestingsproeven worden uitgevoerd op grasveldjes.
De Wageningse adem is echter korter. Vanaf de jaren tachtig worden de proefvakken verwaarloosd. Hierdoor is de unieke bodemsamenstelling, ontstaan na zestig jaar bemesting, waarschijnlijk weer grotendeels verdwenen. ‘Wetenschappelijk is het niet meer zo interessant’, erkent Lie.
Nu zijn het vooral landschapsarchitecten die lyrisch zijn over de cultuurhistorische waarde van deze ‘plak chocolade’ in een parklandschap, die op oude foto’s zo goed zichtbaar is. De proefvakken zijn in 1999 bijna gesloopt door de dezelfde projectontwikkelaar die ze nu, conform een convenant met de gemeente en Rijksmonumenten, weer in ‘oude luister’ gaat herstellen.

De dvd 'Proeftuin Groot Hinkeloord - geschiedenis van een kennislandgoed' is gemaakt in opdracht van de Stichting Proeftuin Groot Hinkeloord en verkrijgbaar bij Uitgeverij Blauwdruk voor 14,50 euro, 0317-425979, email('info','uitgeverijblauwdruk.nl');

Re:ageer