Organisatie - 24 november 2010

Gert van Dijk: RIVM ging te laat op zoek naar bron Q-koorts

tekst:
Broer Scholtens

Niet alleen de ministeries maar ook de wetenschap treft blaam. ‘Besmette mensen hadden eerder ondervraagd moeten worden, op zoek naar mogelijke verbanden tussen bronnen en besmettingen.’

gert_van_dijk.jpg
Er had veel eerder een verband gelegd kunnen worden tussen gevallen van q-koorts bij mensen en besmette geiten in de buurt. Er zouden dan eerder maatregelen zijn genomen zoals het ruimen van schapen en het stoppen van mestverspreiding.
Dat concludeert de Evaluatiecommissie Q-koorts in een vernietigend rapport dat deze week is aangeboden aan minister Schippers van Volksgezondheid en staatssecretaris Bleker van Landbouw. ‘Een eerder besef had veel besmettingen bij mensen voorkomen', denkt commissievoorzitter prof. dr. ir. Gert van Dijk, hoogleraar coöperaties aan de Wageningse universiteit en aan Nyenrode Business Universiteit.
Tien mensen overleden
De afgelopen jaren zijn vele duizenden mensen besmet geraakt door de q-koortsbacterie die van geiten op de mens wordt overgebracht. Vooral in het noordelijke deel van de provincie Noord-Brabant, een gebied met honderden geitenhouderijen. Er zijn zeker tien mensen overleden aan q-koorts. Sinds 2009 lijkt de ziekte op haar retour na drastische maatregelen als ruiming van tientallen geitenhouderijen en vaccinatie van honderdduizenden geiten.
'Oschuldig'
De commissie Van Dijk kreeg afgelopen januari opdracht de oorzaak uit te zoeken van de besmettingsexplosie hier, van een bacterie die tot 2007 als ‘onschuldig' voor geiten en mensen door het leven ging. Tot dan waren er jaarlijks niet meer dan vijftien besmettingen. In 2009 werden er 2354 besmettingsgevallen bij gezondheidsinstanties gemeld.
Het heeft te lang geduurd voordat beleidsmakers op ministeries erkenden dat er voldoende ‘wetenschappelijk bewijs‘ was dat melkgeit-bedrijven de bron waren van de q-koortsexplosie, oordeelt de evaluatiecommissie. De bal is vele malen tussen de ministeries van Landbouw en van Volksgezondheid heen en weer gespeeld zonder dat er besluiten vielen.
Hoe kon dit gebeuren?
Van Dijk: ‘De q-koortsuitbraak in Nederland is de grootste ooit. In het buitenland zijn er echter ook uitbraken geweest, kleinere. In Duitsland bijvoorbeeld. Daar is men sneller op zoek gegaan naar de bron, ze kwamen er daar al gauw achter dat het ging om herkauwers, schapen in hun geval. In 2006 is er al gekeken naar de kans op besmetting en de afstand van besmettingsgevallen tot mogelijke bronnen.'
Dat wisten ze hier niet?
‘Het is nooit met zoveel woorden gezegd, maar we twijfelen er aan of het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIVM) op de hoogte was van die Duitse gevallen die in de literatuur worden beschreven. In het Duitse Soest bij Dortmund zijn in 2003 bijna driehonderd mensen besmet geraakt met de bacterie.'
De geitensector had veel eerder als bacteriebron kunnen worden aangewezen?
‘Het RIVM komt pas in 2008 met zo'n bronnentabel voor Nederland. Dit is veel te laat gebeurd. In een vroegtijdig stadium hadden gezondheidsdiensten van ministeries met elkaar contact moeten hebben. In het ene ministerie was men onbekend over hoe het bij de ander werkte. Ook is lang gedacht dat een q-koortsbesmetting niet echt ernstig is, 60 procent van de besmette mensen merkt er immers niets van. Ook was er geen ministeriële consensus over uit te voeren maatregelen.'
Was de wetenschap te voorzichtig?
‘Een onomstotelijk bewijs kan de wetenschap niet leveren. Je kunt proberen voldoende aanwijzingen boven water te krijgen om verder te kunnen gaan. Het heeft me wel verbaasd dat er hier niet direct een degelijk bronnenonderzoek is uitgevoerd. Hierdoor bleef de vraag boven de markt hangen of er wel voldoende hard bewijs was voor de geitensector als q-koortsbron. Besmette mensen hadden eerder ondervraagd moeten worden, op zoek naar mogelijke verbanden tussen bronnen en besmettingen.'

Re:ageer