Wetenschap - 5 april 2001

Gert Jan Veldwisch, student Tropisch landgebruik

Gert Jan Veldwisch, student Tropisch landgebruik

'In de fabriek was er veel minder gedoe, daar scholden mensen elkaar gewoon verrot'

Gert Jan Veldwisch werd in Brazili? aangesproken op armoede in Nederland. Inmiddels werkte hij in een fabriek aan de lopende band om daar de 'armen' van Nederland te ontmoeten. Om niet te blijven hangen in de wereld van beleid en politiek alleen, maar om de daad bij het woord te voegen.

Het uitzendbureau vond het niet zo'n goed idee. Een baantje in de fabriek geef je niet graag aan iemand die veel hoger gekwalificeerd is. Het is vies, slecht betaald werk. Toch wist Veldwisch zeker wat hij wilde: "Ik vind het een eng idee dat mensen de neiging hebben zich op te sluiten met mensen die dezelfde idee?n hebben. Het is verrijkend om de dialoog aan te gaan met hen die komen uit een geheel andere subcultuur."

Gedurende een jaar is Veldwisch gestopt met studeren. Aanhoudende studiestress en beginnende RSI-klachten deden hem hiertoe besluiten: "Ik voelde me meegezogen in een soort competitieve wereld. Ik voelde de druk in mijn studie om te scoren, om de goede inzichten te hebben, om carri?re te maken."

Hij besloot in Arnhem te gaan werken, aan de lopende band in een fabriek om daar de 'armen' van Nederland te ontmoeten: "Ik voel me aangetrokken tot het 'buitengeslotene'. Ik liep in Brazili? stage bij een organisatie die gericht was op armoedebestrijding. Ook ontmoette ik mensen die zich lieten inspireren door communistische ideologie?n. Che Guevara was hun inspirator. Op een gegeven moment vroeg een van hen mij: Je komt hier wel naar toe om te werken met landloze arbeiders, maar wat doe jij eigenlijk zelf aan de armoede in Nederland?"

Een belangrijke motivatie was voor Veldwisch dat hij wilde ontdekken wat nu de belangrijke dingen waren in het leven van zijn collega's op de werkvloer in de fabriek: "Zoveel gezichten, zoveel namen, zoveel verhalen. Overigens beschouw ik hen niet zo zeer als arm of minder. Maar het is wel zo dat vaak op deze groep mensen wordt neergekeken."

Hun verhalen horen bleek moeilijker dan verwacht. Met name door de onzekerheid die Veldwisch zelf voelde bij zijn positie: "Ik voelde me vaak undercover. De eerste week heb ik eigenlijk alleen maar geobserveerd: wat is done, wat is not done? Ik was zelf ook terughoudend in het contact zoeken met mensen. Maar de vragen komen op een gegeven moment toch wel. 'Wat heb je hiervoor gedaan?', vroegen ze. Ik antwoordde dan dat ik schoolverlater was. Dat was voor velen herkenbaar. Zo waren er wel meer die daar werkten. Nee, zeiden ze dan, als je je opleiding niet afmaakt, heb je er niet veel aan."

Na vier maanden stopte Veldwisch met het werken in de fabriek. De lol was eraf en de contacten kwamen niet verder: "Het was moeilijk om initiatief te nemen, ik durfde niet zo goed. Ik wist niet precies hoe ik me moest gedragen en had voortdurend het gevoel een masker op te hebben."

Inmiddels werkt Veldwisch voor een aantal maanden in de thuiszorg. Nog steeds in een volksbuurt, maar nu meer als een soort hulpverlener en minder undercover: "De thuiszorg dekt de hele breedte van het leven. Je komt er allerlei soorten mensen tegen. Van jongeren die MS hebben tot ouderen met bijvoorbeeld een psychiatrische achtergrond. Van mensen met een elitaire achtergrond tot gezinnen uit volksbuurten waarvan de zoon wegens moord in de gevangenis zit."

Een van de dingen die Veldwisch geleerd heeft van de afgelopen tijd is echtheid, eerlijkheid: "Je wordt heel direct aangesproken. Niemand verschuilt zich achter maniertjes. In de academische wereld zie je veel meer de lieve glimlach met de vleiende woorden. Maar ondertussen wordt er wel achter je rug om een doodsteek uitgedeeld. In de fabriek was er veel minder gedoe. Daar scholden mensen elkaar gewoon verrot. Het zuiverde mij van mijn hypocrisie."

Naast zijn werk is Veldwisch actief geworden in de politiek. Inmiddels zit hij in de commissie Sociaal beleid van Groen Links in de gemeente Arnhem. Daarnaast is hij zich druk aan het ori?nteren op woongroepen. Samen met vrienden wil hij namelijk het komende studiejaar in zo'n groep gaan wonen: "Mogelijk kunnen we met een woongroep iets betekenen voor mensen die op straat leven."

Arin van Zee

Gert Jan Veldwisch over zijn ervaring op de werkvloer: "Ik wist niet precies hoe ik me moest gedragen en had voortdurend het gevoel een masker op te hebben."

Foto Guy Ackermans

Re:ageer