Organisatie - 12 juni 2008

Gerben Bakker en Harm Gooren

opinie_0_567.jpg
opinie_0_567.jpg

Foto: Guy Ackermans

Een oorverdovend gebrom vult één van de vier laboratoria op de begane grond van het Atlasgebouw. Onderzoeker Gerben Bakker valt even stil, om rustig verder te praten zodra het geluid is verstomd. ‘De compressor van de drukpan’, verklaart technisch medewerker Harm Gooren even later. De twee beheerders van de bodemfysische labs van de centra Bodem en Water & klimaat zijn de herrie gewend.
Gerben werkt bij Alterra en zat eerst in het Gaia-gebouw. Harm is in dienst bij Wageningen Universiteit en werkte voorheen op De Nieuwlanden. ‘We waren betrokken bij de bouw van Atlas’, vertelt Gerben. ‘We hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat de labs aan de noordkant kwamen, zodat de klimaatcondities zo min mogelijk verstoord worden.’
De beheerders hebben nu de helft minder labruimte dan voorheen. Toch heeft de nieuwe situatie volgens hen alleen maar voordelen. ‘Alterra heeft bijvoorbeeld apparatuur die wij niet hadden’, vertelt Harm. ‘Die delen we, net als de kosten en het werk.’
Ingewikkeld is het wel, vult Gerben aan. Vooral de afrekening. ‘Alterra moet geld verdienen en wil dus kosten in rekening brengen voor het gebruik van faciliteiten, terwijl de universiteit vrijuit gebruik wil kunnen maken van de labs. We hebben het nu zo geregeld dat aio’s en medewerkers gratis in het lab kunnen, maar dat leerstoelgroepen jaarlijks geld in een pot storten. Daaruit betalen we het onderhoud.’
Nieuwe apparatuur ontwikkelen doen Harm en Gerben ook. In een hoek staat iets wat lijkt op twee aan elkaar gekoppelde magnetrons, omgeven door een wirwar aan slangetjes. Het zijn Polymeer Tensiometers, kortweg POT's. Er is door de mannen in totaal acht jaar aan gewerkt. ‘Je kunt ermee meten hoe hard planten moeten zuigen om water aan de grond te onttrekken’, vertelt Harm. ‘Dat kon met een gewone tensiometer ook al, maar deze meet tot aan het verwelkingspunt, waardoor je zo laat mogelijk kunt irrigeren.’
De ruimte waarin de POT’s staan is wat fris voor zomerse korte mouwen: vijftien graden, de gemiddelde bodemtemperatuur in Nederland. ‘De klimaatinstallatie is wel eens uitgevallen tijdens een wormenproef’, vertelt Gerben. ‘De wormen kropen uit hun bakjes, want die hadden het niet meer lekker. De grond lag er bezaaid mee.’

Re:ageer