Wetenschap - 29 maart 2007

Geo-informatie helpt forensisch onderzoek

Een forensisch expert? Nee, zo wil prof. Michael Schaepman, hoogleraar Geo-informatiekunde, zichzelf niet noemen. Wel is hij betrokken bij een aantal forensische publicaties waarin mogelijkheden worden verkend om sporen van een misdrijf, zoals de inslag van een steen op een schedel, zo goed mogelijk in beeld te brengen.

Sinds wanneer publiceert een geo-informaticus over forensische geneeskunde? ‘Nou, het is niet mijn eerste artikel’, zegt Schaepman. ‘Ik denk dat ik tot nu toe bij acht forensische publicaties betrokken ben.’
Het lijkt misschien een grote stap van remote sensing – het aftasten van het aardoppervlak – naar de interpretatie van de inslag van steen op een schedel of krassen op de huid die wijzen op het verslepen van een lijk. ‘Maar je kijkt in beide gevallen naar de structuren van oppervlakken of eigenlijk naar de interactie van licht met het oppervlak’, vertelt Schaepman. ‘De apparatuur is heel vergelijkbaar en mijn expertise ligt vooral in de beeldverwerking. Ik kijk of een beeld een goede afspiegeling van de werkelijkheid vormt.’
Zijn laatste publicatie in BioMed Central Medical Imaging, waarin aan de hand van onder andere een ingeslagen schapenschedel en sporen van versleping op dode mensen de prestaties van twee driedimensionale scanners worden vergeleken, heeft hij te danken aan contacten bij zijn vorige werkgever. ‘Op de universiteit van Zürich werkte ik al samen met collega’s van het Instituut für Rechtsmedizin. Deze laatste publicatie gaat eigenlijk over simpele reliëfmetingen. Nee, daarvoor heb ik niet met een steen op de schedel van een schaap hoeven te slaan. Mijn Zwitserse collega’s zorgen voor het materiaal. Vaak is dat echt forensisch materiaal.’
De twee scanners van Duitse makelij die de onderzoekers vergeleken, presteren overigens ondanks vergelijkbare fabrieksspecificaties opmerkelijk verschillend. De aanzienlijk goedkopere QTSculptor onderscheidt meer details dan de ATOS-II-scanner.

Re:ageer