Wetenschap - 1 januari 1970

Gentest kikkers voorkomt verwarring

De bedreigde poelkikker (Rana lessonae) is via de Habitatrichtlijn beschermd. Maar hij is, zelfs voor kenners, moeilijk te onderscheiden van andere, niet-zeldzame kikkers. Dat kan voor de nodige verwarring zorgen, bijvoorbeeld bij bouwprojecten in gebieden waar de kikker zou voorkomen. Plant Research International heeft een genetische test ontwikkeld die duidelijkheid biedt.

De poelkikker vertoont grote overeenkomst met de meerkikker (Rana ridibunda) en met de middelste groene kikker, een hybride vorm, ontstaan uit een kruising tussen poel- en meerkikker. Dr. Paul Arens van Plant Research International heeft daarom een genetische toets ontwikkeld waarmee kan worden vastgesteld om welke kikker het gaat. Want zelfs voor kenners is de poelkikker moeilijk te onderscheiden van de bastaarden, vertelt Arens.
Zo hebben adviesbureaus die milieueffectrapportages uitvoeren op bouwlocaties dikwijls moeite met de determinatie van de kikkers. Het probleem is ook onderkend door natuurorganisatie Ravon, die zich inzet voor bescherming van reptielen, amfibieën en vissen. De poelkikker, ook wel de kleine groene kikker genoemd, heeft vergeleken met de meerkikker kleinere ogen en een gelere neus en kin, maar groot zijn de verschillen niet.
Arens: ‘Vrijwilligers van Ravon voeren regelmatig tellingen uit, maar bij twijfel over de groene kikker die gespot wordt, volstaan ze met de vermelding ‘kikker uit het groenekikkercomplex’. Dat kan de poel- of meerkikker zijn, of de hybride middelste groene kikker.’ Voor het uitvoeren van de genetische test is een stukje weefsel van de kikker nodig. Arens gebruikte daarvoor een stukje teen of staart.
Op de vraag of het nemen van weefsel niet wat cru is, reageert hij: ‘Dit vereist goedkeuring in het kader van de Wet op Dierproeven, waarbij streng word gelet op de manier waarop handelingen met dieren worden uitgevoerd, en de noodzaak ervan. In de natuur zie je ook wel kikkers die een stukje teen missen, of salamanders die een stukje van hun staart missen door aanvallen van roofdieren. Mits vakkundig uitgevoerd hoeft de procedure - hiervoor zijn uitgebreide protocollen van onder meer het Amerikaanse USGS National Wildlife Health Center - niet veel stress voor de dieren te veroorzaken en het stukje weefsel groeit weer gewoon aan. Ik kan mij het gevoel van sommige natuurbeschermers wel voorstellen, maar verstandelijk gezien is er niet veel bezwaar.’
Een alternatief is het afnemen van wat wangslijmvlies. Bij sommige kikkersoorten is dit vrij goed te doen, maar de groene kikker is hiervoor niet zo geschikt omdat zijn bek relatief klein is en hij deze ook niet gemakkelijk wil opendoen, zegt Arens. ‘Het met geweld opendoen van de bek en afnemen van wangslijm is daarmee waarschijnlijk veel stressvoller en brengt dan het gevaar van sterfte met zich mee.’ Andere opties om materiaal te verzamelen zijn afname van bloed en het verzamelen van eitjes uit eiklompen.
In samenwerking met Alterra wil Arens de genetische toets toepassen voor populatieonderzoek naar kikkers in diverse drassige gebieden in Nederland. Het is bijvoorbeeld onzeker hoeveel poelkikkers er nu precies nog zijn in de Nederlandse watertjes. Steekproeven en genetisch onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan soortbehoud, en natuurorganisaties munitie geven om het belang van bepaalde beschermingsmaatregelen te onderstrepen. / HB

Re:ageer