Wetenschap - 1 januari 1970

Genpieper saboteert spijsvertering plaagdieren

Genpieper saboteert spijsvertering plaagdieren


Een genetisch gemodificeerde aardappel die vraatdieren - in dit geval de
trips - de lust tot eten letterlijk doet vergaan. Dat heeft dr Nikolay
Outchkourov in zijn proefschrift beschreven. Outchkourov maakte aardappels
met een eiwitje dat de spijsvertering van de trips volkomen stillegt.
,,Om eiwitten te verteren gebruiken dieren enzymen'', zegt begeleider dr
Maarten Jongsma van Plant Research International. ,,Dat zijn proteases.
Door remmers van die enzymen in te bouwen in aardappels zijn we erin
geslaagd aardappels minder aantrekkelijk voor de trips te maken. De remmers
komen in het spijsverteringskanaal van de vraatdieren in contact met de
proteases en plakken eraan vast, zodat de proteases helemaal niets meer
kunnen doen.''
Tripsen die zich in de kassen van Plant Research International te goed
mochten doen aan de nieuwe aardappels hadden tachtig procent minder
nakomelingen. Als ze de keuze kregen tussen ongemodificeerde en
gemodificeerde planten stortten ze zich op planten zonder de modificatie.
,,De modificatie heeft dus een afschrikwekkend effect'', zegt Jongsma.
,,Dat zorgt ervoor dat het lang zal duren voordat de trips zich aan de
modificatie heeft aangepast.''
Het gen dat is ingebouwd komt uit een zeeanemoon. ,,Maar misschien heb je
niet per se genetische modificatie nodig om dit soort resistenties te
verbeteren'', zegt Jongsma. ,,De meeste cultuurgewassen maken dit soort
remmers ook aan, en er zijn wilde planten die nog meer proteaseremmers
aanmaken dan je in onze cultuurgewassen vindt. In aardappel moet je daar
dan in een kruisingsprogramma wel dertig jaar aan willen werken. Ons lukte
dat met genetische modificatie in een paar maanden.''
Goede toepassingen ziet Jongsma met name in siergewassen. ''De sierteelt is
berucht om het hoge gebruik van pesticiden. In die sector is de trips
verreweg het grootste probleem.'' |
W.K.
Nikolay Outchkourov promoveerde op 4 november bij prof. Willem Stiekema,
hoogleraar Bioinformatica.

Re:ageer