Wetenschap - 1 januari 1970

Genomics mag van Incarijst geen supergewas maken

Het begrip ‘publiek onderzoek’ is aan vervanging toe, vindt socioloog dr Guido Ruivenkamp. ,,Veel onderzoekers die met gemeenschapsgelden worden betaald doen onderzoek dat het publieke belang niet dient.’’ In vijf projecten gaat hij onderzoeken of biotechnologie buiten de industriële landbouw en in de openbaarheid toekomst heeft.

De genomicshausse is nog lang niet voorbij. Brussel en Den Haag investeren letterlijk honderden miljoenen in onderzoeksprojecten die de genen van gewassen en micro-organismen moeten ophelderen, in de hoop dat de genomics de komende decennia de economie zal stimuleren. Een paar weken geleden legde de internationale jury van het Regieorgaan Genomics een miljoen van die onderzoeksgelden op het bordje van dr Guido Ruivenkamp van de leerstoelgroep Technologie en agrarische ontwikkeling. Ruivenkamp gaat met dat geld vijf projecten opstarten.
,,De genomics vreest een herhaling van wat er in de jaren tachtig en negentig met de gentechnologie is gebeurd’’, zegt Ruivenkamp. ,,Er ontstond verzet, waardoor de invoering van in ieder geval sommige technologieën volkomen mislukte. Daarom zijn er nu fondsen voor kritisch en maatschappelijk onderzoek naar genomics.’’

Het kwaad zelf
De criticasters van de biotechnologie beschouwden het manipuleren van genen als het twintigste-eeuwse equivalent van de ring van Sauron, de kwade genius uit de Lord of the Rings. De ring is niet alleen een instrument dat zijn drager magische vermogens geeft. Wie de ring draagt, verandert ook in een verdorven schepsel. Tegenover de mogelijkheden die de ring zijn drager geeft, staat dat die drager onderworpen wordt aan het Kwaad zelf.
Ook biotechnologie is niet een neutraal instrument. De nieuwe gewassen die biotechnologieconcerns als Monsanto maakten bleken alleen te kunnen gedijen in een industrieel opgezette en grootschalige landbouw met door dezelfde concerns geleverde bestrijdingsmiddelen. Wie de producten van de biotechnologie gebruikte, werd afhankelijk van de grote bedrijven. Toepassing van de nieuwe gewassen bracht daarnaast met zich mee dat boeren intensieve en grootschalige landbouw moeten bedrijven, waardoor ze het milieu aantasten en de biodiversiteit verkleinen.
,,Genomics is een nieuwe wetenschap’’, zegt Ruivenkamp. ,,Wij willen onderzoeken of je genomics kunt loskoppelen van de intensieve en geïndustrialiseerde vorm van landbouw met al zijn schaduwkanten. Kun je genomics ook gebruiken om hulpbronarme boeren te helpen? Kan genomics kleine boeren, die zich niet kunnen permitteren om met de Monsanto’s van deze wereld zaken te doen, nieuwe gewassen geven? Gewassen voor gebieden waar de industriële landbouw niet werkt?’’

Incarijst
Eén van de projecten die antwoord op die vragen moeten geven is een testcase die Ruivenkamp samen met de antropoloog dr Alberto Arce gaat opzetten. In Bolivia willen ze wetenschappers, die nu meestal werken voor grote Westerse bedrijven, in contact brengen met kleine boeren, die nog steeds quinoa (Incarijst) verbouwen: een traditioneel graangewas met een hoge voedingswaarde dat zich in sommige gebieden heeft kunnen handhaven tegen de hybriden en gengewassen van de biotechnologie in.
,,We willen niet een superquinoa maken die overal moet groeien’’, zegt Arce. ,,Dat is een streven dat past in de oude gentechnologie. We willen de genomics juist gebruiken om meerdere varianten te maken. Voor elke zone een verbeterde versie.’’
Niet alleen de verwachte uitkomst, maar ook de aanpak is radicaal anders dan wat in de biotechnologie gebruikelijk is, zegt Ruivenkamp. ,,Bij onderzoek denken we in een onderscheid tussen ‘publiek’ en ‘privaat’. Publiek onderzoek doe je met gemeenschapsgeld en is openbaar, privaat onderzoek binnen bedrijven en is geheim.’’
In de biotechnologie wordt dat onderscheid echter steeds minder belangrijk. Veel biotechnologisch onderzoekers in de publieke sfeer werken in allianties van onderzoeksinstellingen en concerns, en produceren alleen technologie voor een grootschalige landbouw. Hoewel ze uit algemene middelen worden gefinancierd, is hun onderzoek alleen interessant voor kleine besloten groepen. Daarom is het onderscheid tussen ‘publieke’ en ‘private’ wetenschap niet zo interessant. In zijn programma gebruikt Ruivenkamp in plaats daarvan een onderscheid tussen ‘exclusief’ en ‘inclusief’. ,,De gangbare biotechnologische benadering is exclusief’’, zegt Ruivenkamp. ,,De uiteindelijke producten werken alleen in een bepaald soort landbouw, en ze zijn ook nog eens afgeschermd met patenten.’’

Netwerken
Ruivenkamps programma moet duidelijk maken of genomics past in een ‘inclusieve’ benadering, waarbij onderzoekers in open netwerken en in de openbaarheid technologie ontwikkelen, die niet alleen toepasbaar is in een industriële landbouw. Ruivenkamp en Arce denken dat zo’n benadering uiteindelijk meer perspectief biedt dan de ‘inclusieve’ aanpak.
,,We denken dat de open netwerken van onderzoekers en gebruikers efficiënter werken’’, zegt Arce. ,,Je moet bedenken dat voor elke acht miljoen die de biotechnologie uitgeeft aan de ontwikkeling van nieuwe producten er zeven opgaan aan het afgrendelen van patenten. En verder remt geheimhouding de voortgang van het onderzoek.’’
Ruivenkamp heeft al een netwerk opgezet voor onderzoekers en boeren uit India, Brazilië en andere ontwikkelingslanden, dat probeert nieuwe technologieën aan te passen aan de behoeften van arme boeren. De ervaringen uit dat Biotechnologie-op-maat-netwerk zullen worden gebruikt in de nieuwe projecten, waarin Wageningers bovendien zullen samenwerken met instituten als de universiteiten van Nijmegen, Exeter en Florence.

Begin
Ruivenkamp ziet het project als een zaadje, een begin. ,,Technologie heeft tot dusver altijd de hegemonie versterkt’’, zegt hij. ,,Nu zie je voor het eerst in jaren dat een technologie misschien ook de andere kant op kan werken, en juist de emancipatie bewerkstelligt. Dit is een keerpunt.’’ Daarom werkt Ruivenkamp aan een groter onderzoeksproject, waarin een veelvoud aan onderzoekers de weg voor een ‘inclusieve’ biotechnologie en genomics moeten vrijmaken.
De ingezette onderzoekslijn is niet alleen van belang voor marginale producenten in ontwikkelingslanden, verwacht Ruivenkamp. Het project zal ook de toegepaste biowetenschap een spiegel voorhouden. Het zal consequenties kunnen hebben voor de koers van de door de uit publieke middelen betaalde Wageningen Universiteit. ,,Wat voor biotechnologie en genomics willen we eigenlijk? Volgen we de ‘exclusieve’ benadering en doen we het voorbereidende werk voor nieuwe patentaanvragen van de Monsanto’s? Of gaan we open inclusieve netwerken creëren, waarvoor Wageningen trouwens alles in huis heeft? Straks zal Wageningen keuzes moeten maken en beslissen waar het staat.’’

Willem Koert

Re:ageer