Wetenschap - 19 april 2012

Genexpressie verraadt de teeltwijze van aardappel

Biologisch geteelde aardappels hebben een hogere genexpressie voor aanmaak van zetmeel dan gangbare piepers. Dat stelt Rikilt-onderzoeker Jeroen van Dijk, die biologische aardappels van gangbare kan onderscheiden door het RNA in plantencellen te meten. Of de bio-aardappels daarmee gezonder zijn, weet hij niet.

schoffelen_aardappelveld.jpg
Bij de teelt van biologische aardappels wordt geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt, bij gangbare aardappels wel. Die verschillende teeltomstandigheden beïnvloeden de genexpressie in de aardappelplant. Dat ontdekte Van Dijk toen hij de genexpressie ofwel het RNA van beide soorten aardappels vaststelde. ‘We zijn gaan meten: welke genen staan aan en hoe hard staan ze aan? Dan zie je significante verschillen tussen gangbare en biologisch geteelde Santé aardappelen.'
Eenvoudig was dat niet, want Van Dijk moest de genexpressie van zo'n 40.000 genen beoordelen. ‘Daarvan staan dan bijvoorbeeld de helft van de genen aan; dat zijn erg veel variabelen. Je kunt de genexpressie per individueel gen meten, maar dan weet je nog weinig. Gelukkig wisten we van een deel van de genen welke eiwitten en inhoudsstoffen ze aanmaken, zodat we die genen konden clusteren en koppelen aan eigenschappen.' Langs die weg kon Van Dijk verschillen meten tussen biologische en gangbare aardappels.
Zo correspondeerde een deel van het RNA met eiwitten die zorgen voor de aanmaak van zetmeel in de aardappels. Biologische aardappels hebben meer van dit RNA dan gangbare piepers, constateerde Van Dijk. Of de biologische aardappel daarmee gezonder is, kan hij niet zeggen, want hij heeft niet naar de zetmeelsamenstelling gekeken.
Ook mat hij de aanmaak van lipoxygenases, genen die betrokken zijn bij het afweermechanisme van de plant, en een groep genen die de plant beschermen tegen schadelijke beestjes. Beide groepen genen komen meer tot expressie bij organische bemesting, maar de invloed van chemische bestrijdingsmiddelen is neutraal of stimuleert juist de genexpressie. Je kunt dus ook niet zeggen dat biologische aardappels beter zijn opgewassen tegen ziekten op basis van deze resultaten, zegt Van Dijk.
Dat was ook niet het doel van zijn studie, die hij vorige maand publiceerde in het Journal of Agricultural and Food Chemistry. Van Dijk wilde weten of je het verschil in productiewijze kunt meten in de aardappel. Die vraag is positief beantwoord. Daarom kan dit type test van pas komen bij veiligheidsonderzoek aan gmo's, omdat is aangetoond dat je kleine verschillen in genexpressie terug kunt vinden. ‘Nu wordt de veiligheid van transgene planten vaak getest met een 90 dagen-studie bij muizen, maar dat levert nooit wat op', zegt Van Dijk. ‘Je kunt beter een analyse maken van de genexpressie in het lab. Daarmee dien je twee doelen: meer informatie en er zijn geen proefdieren meer nodig om de veiligheid van nieuwe gewassen te toetsen.'
 

Re:ageer