Wetenschap - 25 oktober 2001

Genetische modificatie in discussie bij onderzoeksprogramma siergewassen

Genetische modificatie in discussie bij onderzoeksprogramma siergewassen

Een kwart van het onderzoek voor veredeling van siergewassen bij Plant Research International is gericht op genetische modificatie. Toen de besluiten vielen over het lopende onderzoeksprogramma, dat in 1999 van start ging, was over deze techniek lang niet zo veel discussie als nu.

Problemen rond genetische modificatie was een van de gesprekspunten op de themamiddag over innovatie van siergewassen die Plant Research International en Praktijkonderzoek Plant en Omgeving op 11 oktober in Honselersdijk organiseerden voor financiers, veredelaars, vermeerderaars, telers en andere belangstellenden. De helft van de aanwezigen dacht dat de Nederlandse sierteeltsector zonder biotechnologie uit de top van de wereldranglijst zou verdwijnen. De andere helft was het daar niet mee eens.

"De eerstkomende vijf jaar zie ik genetische modificatie in Nederland niet binnen komen", zegt onderzoeksprogrammaleider dr. ir. Ton den Nijs. "We zijn aan dit onderzoek begonnen omdat de praktijk er toen om vroeg en het ministerie van LNV betaalde zonder probleem mee. De GMO-discussie was toen nog niet aan de orde. Nu zien we voor de korte termijn meer in technieken als moleculaire merkers en technieken uit de genomics." Daarbij gaat het om onderzoek naar erfelijke eigenschappen en het gebruik van deze kennis zonder genetische modificatie toe te passen. Het zijn technieken om klassieke veredeling snel en effici?nt uit te voeren en het resultaat te beoordelen. "Overigens zijn er wel grote Nederlandse bedrijven die er aan denken om de productie van genetisch gemodificeerde siergewassen in andere landen op te zetten en die producten kunnen dan via de bloemenveiling weer hier terecht komen."

In de lijn van de maatschappelijke weerstand ligt het verbod van het ministerie van VROM op de teelt en handel van genetisch gemodificeerde lelies waar antibioticaresistentiegenen van bacteri?n zitten. Ook verbiedt VROM veldproeven met gewassen waarin antibioticaresistentiegenen zijn ingebouwd. Deze genen zijn bedoeld om onderscheid te maken tussen wel en niet geslaagde modificaties, maar onbedoeld kunnen ze er wellicht toe leiden dat antibiotica hun werking tegen ziektekiemen in mensen en dieren verliezen. Met moderne technieken is het echter mogelijk om deze genen na gebruik te verwijderen, zodat ze niet meer in de planten zitten die uiteindelijk geteeld worden en die de consument koopt.

Een ander probleem voor Plant Research International zijn patenten op technieken, genen en genconstructen die nodig zijn voor genetische modificatie. In het onderzoek zijn deze vrij te gebruiken, maar als je genetische gemodificeerde planten in de handel brengt, moet je ervoor betalen. Het Wageningse onderzoeksinstituut is daarbij afhankelijk van grote concerns. Den Nijs: "We hebben zelf ongeveer dertig patenten. Daarmee proberen we een intellectueel eigendom op te bouwen om partner te worden van grote bedrijven."

Intussen loopt het onderzoek met gebruik van genetische modificatie gestaag door. Zo berichtte dr. ir. Peter Visser op de studiemiddag over zijn moeizame vorderingen om resistentie tegen trips in te bouwen in chrysant. Eerder is al resistentie ingebouwd tegen de Floridamot. Nu is het de bedoeling om een serie genen voor verschillende proteaseremmers in te bouwen in de plant. De trips neemt daardoor de eiwitten uit zijn voedsel niet meer goed kan op, waardoor ze minder eieren afzetten, zodat de tripspopulatie drastisch afneemt. Zo'n serie genen hebben collega's van Visser al met succes ingebouwd bij aardappel. Visser is ook van plan de antibioticaresistentiegenen die hij gebruikt, er na afloop uit te wippen om 'schone' genplanten te krijgen. | M.H.

Re:ageer