Wetenschap - 1 januari 1970

Genenbank brengt agro-biodiversiteitonderzoekers van WUR bijeen

Genenbank brengt agro-biodiversiteitonderzoekers van WUR bijeen

Genenbank brengt agro-biodiversiteitonderzoekers van WUR bijeen

Het behoud van agro-biodiversiteit, de voor de landbouw belangrijke biodiversiteit, is niet louter een technische aangelegenheid. Voor het succesvol conserveren van boerenrassen op boerderijen is vooral ook kennis over sociale verhoudingen van belang. Dat was de belangrijkste reden voor de genenbank van CPRO-DLO om de Wageningen UR-workshop Agro-biodiversity and gamma sciences te organiseren, met geld uit het KCW-stimuleringsfonds

Om het verlies aan genetische diversiteit binnen landbouwgewassen tegen te gaan, werden vanaf de jaren vijftig zaden van allerlei lokale boerenrassen en hun wilde verwanten in genenbanken verzameld. Dat was voornamelijk een technische aangelegenheid. Nu geven veredelaars en politici de voorkeur aan conservering van boerenrassen op boerderijen. Want als je alleen zaden bewaart, passen deze rassen zich niet meer aan aan veranderende omstandigheden. Bovendien ging zo ook de lokale kennis over de gewassen verloren. Daarnaast blijken genenbanken nogal eens plaatsen te zijn waar genetische diversiteit juist verloren gaat door slecht management, stelde dr Bert Visser van de genenbank van CPRO-DLO

Boerenfamilies hebben andere belangen. Voor hun is diversiteit in rassen belangrijk voor de continuïteit van hun huishouden, in de vorm van voedselzekerheid of als inkomensgenerende activiteit. Afhankelijk van hun omstandigheden kiezen boeren soms voor moderne rassen in plaats van de teelt van lokale boerenrassen

Agro-biodiversiteit is dus een complex onderzoeksterrein. Visser ziet grote kansen voor Wageningen UR als alle groepen die onderzoek doen op het terrein van de agro-biodiversiteit hun krachten bundelen. Het onderzoek en onderwijs op het terrein van agro-biodiversiteit is wereldwijd gezien zwak, terwijl het een onderwerp is dat hoog op de publieke agenda staat, stelt Visser. Bovendien vereist het een multidisciplinaire aanpak waar Wageningen sterk in kan zijn

Tijdens de workshop gaven verschillende sociale wetenschappers hun kijk op het onderwerp. Prof. dr Patricia Howard-Borjas stelde in haar lezing dat de rol van vrouwen bij het conserveren van lokale rassen in ontwikkelingslanden vaak ten onrechte over het hoofd wordt gezien. Dit terwijl het beheren van agro-biodiversiteit in veel ontwikkelingslanden grotendeels het domein van vrouwen is. Zij selecteren wilde planten in hun natuurlijke omgeving en domesticeren deze wilde planten ook op stukken grond aan de rand van een akker, op zogenaamde vrouwenpercelen of in groentetuinen. Vrouwen testen daar ook moderne of verbeterde lokale variëteiten. Vrouwen sorteren ook vaak de zaden van een gewas en selecteren daarbij welke zaden als eigen voedsel gebruikt worden, welke zaden verkocht of geruild worden en welke zaden het volgende jaar uitgezaaid worden

Het is daarom van belang de veranderende man-vrouw-verhoudingen in landbouwsystemen te bestuderen. In gebieden waar veel mannen naar de grote steden migreren krijgen vrouwen bijvoorbeeld een steeds grotere rol in de landbouw. In die gebieden hebben ze minder tijd om zich bezig te houden met het instandhouden van diverse variëteiten

Prof. dr ir Niels Röling denkt dat de markt nooit voor een behoud van agro-biodiversiteit zal zorgen. Mensen moeten doordrongen raken van het belang van het behoud van agro-biodiversiteit en de betrokken moeten vervolgens onderhandelen over hoe ze het gezamenlijk aanpakken. Ze vormen dan een zogenaamd zacht systeem, dat alleen bestaat als de deelnemers besluiten samen een systeem te vormen, omdat ze agro-biodiversiteit een belangrijk thema vinden. Zo'n benadering levert een holistische kijk op de problematiek, aldus Röling. M.S

Re:ageer