Organisatie - 1 januari 1970

Genaardappel schaadt bodemleven niet

Aardappelen die door genetische modificatie resistent zijn tegen nematoden, hebben een verwaarloosbaar effect op het bodemleven. Introductie van zo’n gewas zou in het stamland van de aardappel, de Andes, slechts geringe gevolgen hebben voor de natuur. Dat concluderen Wageningse onderzoekers in Nature van deze week.

De Wageningse onderzoekers Carolina Celis en prof. Richard Visser deden samen met onderzoekers van het Peruaanse instituut Senasa en collega’s van de universiteit van Leeds onderzoek naar de risico’s van de introductie van genetisch gemodificeerde aardappelen in de Andes. Ze gebruikten een gen dat de aardappelknollen oneetbaar maakt voor het aardappelcysteaaltje.
Proeven in kassen wezen uit dat het gen nauwelijks invloed had op het bodemleven en het dierenleven bovengronds. Veldproeven in Engeland lieten bijvoorbeeld zien dat de nematodenpopulatie zich niets aantrok van de aanwezigheid van de genaardappel. Dat in tegenstelling tot bespuiting met landbouwgif, de reguliere manier om aardappelziektes door aaltjes te voorkomen.
De onderzoekers constateren in hun onderzoek verder dat de verspreiding van genen uit genetisch gemodificeerde aardappelen naar de lokale wilde populaties van aardappelen niet te voorkomen is. Er zijn wel methodes om de verspreiding te beperken, zoals het gebruik van rassen die geen stuifmeel aanmaken, en het aanhouden van een bufferzone tussen de genaardappelen en hun wilde verwanten. Het gebruik van rassen die geen stuifmeel aanmaken sluit verspreiding echter niet uit omdat stuifmeel van wilde soorten wel bij de genaardappelplanten kan komen en daar tot zaadvorming kan leiden.
Tegenstanders van de introductie van gengewassen noemen vaak het voorzorgprincipe als reden voor hun standpunt. De onderzoekers verwijzen in hun artikel naar een advies van de Nuffield council on Bioethics. Die denktank concludeert dat het voorzorgprincipe geen rekening houdt met het risico van niets doen. Arme boeren zouden daarvan het slachtoffer worden. Richard Visser sluit zich daar voorzichtig bij aan. ‘Je kunt verspreiding niet uitsluiten, maar je kunt het wel inperken. Of ik zou adviseren om genaardappelen te gaan verbouwen in de Andes? Dat hangt af van de eigenschap die je inbrengt. Wij tonen aan dat je er altijd rekening mee moet houden dat het gen zich verspreid. De vraag is of je dat erg vindt. Voor het gen dat wij hebben onderzocht, zijn de effecten erg gering. Het verbouwen van andere gewassen, of het toepassen van bestrijdingsmiddelen heeft een veel groter effect op flora en fauna.’ / KV

Re:ageer