Wetenschap - 1 januari 1970

Gemodificeerde aardappels roepen weerstand op

Gemodificeerde aardappels roepen weerstand op

Gemodificeerde aardappels roepen weerstand op


Onder het toeziend oog van de landelijke pers, boze biologische
akkerbouwers en studenten, belangenorganisatie LTO en zelfs een paar
Emmeloordse politieagenten gingen op donderdag 15 mei zestig gemodificeerde
aardappels de grond in op een proefbedrijf van Plant Research International
(PRI) in Flevoland. Het proefveld ligt op de dr. H.J. Lovinkhoeve in
Marknesse, vlak naast proefvelden met biologische aardappelen en in een
omgeving waar veel akkerbouwers biologisch aardappels telen. Zij reageerden
ontstemd.

Akkerbouwer Digni van der Dries noemt het in de Volkskrant van 17 mei 2003
‘te gek voor woorden’ en ‘het begin van het einde van de biologische
sector’. PRI kan zich best in die emoties verplaatsen maar zegt er alles
aan te doen om kruisbestuiving te voorkomen. Alle bloemknoppen worden uit
de planten gehaald en het instituut garandeert zelfs dat er geen enkel
knolletje in het veld zal achterblijven. Volgens woordvoerder Ing Erik
Toussaint is kruisbestuiving in aardappel sowieso niet eenvoudig. Met de
maatregelen tegen bloemvorming is de kans daarop weinig reëel.
De toekomst moet leren hoe afnemers van biologische aardappelen zullen
reageren. Sommige buitenlandse afnemers vragen nu al om waarborgen van
biologische bedrijven die dicht bij velden met genetisch gemodificeerde
gewassen staan. De organisatie voor certificatie van biologische productie
Skal voorziet vooralsnog geen problemen. De certificaten voor het
proefbedrijf en de biologische akkerbouwers in de omgeving komen niet in
het geding zolang de eindproducten maar niet met elkaar kunnen worden
verwisseld.
De veldproeven moeten meer informatie geven over de samenstelling en
dynamiek van microflora en de effecten daarvan op de plantengroei. De
onderzoekers hebben in 2001 en 2002 met verkennende veldproeven uitgezocht
in hoeverre de microflora in aardappelvelden veranderde met de ontwikkeling
van de wortels en de plant zelf, en met veranderende milieuomstandigheden.
De aanwezigheid van plantwortels en de verschillende groeistadia van de
plant bleken aanzienlijke effecten te hebben op de samenstelling van de
microflora. Gedurende het groeiseizoen vonden er grote veranderingen
plaats.
PRI onderzoekt deze effecten nu verder, en kijkt onder meer naar de invloed
van plantenwortels die speciale stoffen uitscheiden op de groei van
bacteriën. De onderzochte stoffen zouden aardappelplanten wellicht kunnen
beschermen tegen bacteriën die ziektes veroorzaken zoals bruinrot en
zwartbenigheid.
Voor dit onderzoek worden aardappels gebruikt van het ras Desirée die zijn
uitgerust met DNA van virussen die bacteriën infecteren. |
L.d.B.

Re:ageer