Wetenschap - 1 januari 1970

Gelukkig normaal?

Gelukkig normaal?

Gelukkig normaal?

De eerste werkweek in het nieuwe jaar zit er op. Druk, met achttien studenten voor college en practicum en voor het eerst twee MSc-studenten. Vervangende literatuur zoeken, oefeningen boek (dat toch aan bewerking toe was) in het Engels uitwerken, alle sheets vernieuwen, excursies organiseren. Vroeger stonden we er met zijn drieën voor, nu ik alleen. Leuk dat er weer een paar echte enthousiastelingen tussen zitten, die tijdens de pauze komen informeren naar mogelijkheden hierin door te gaan

Vanmorgen zat ik aan tafel met een student die dit vak vorig jaar gedaan heeft. Ze komt om te overleggen over haar plannen voor haar studie Huishoud- en consumentenwetenschappen, met technologische specialisatie. Ze wil het accent leggen op de woonomgeving. We bestuderen de mogelijkheden en planningsproblemen (die nieuwe roosters zijn ook niet alles). In Delft twee vakken Volkshuisvesting, en hier een paar bij Omgevingswetenschappen. Combineren met iets in de marketing. En dan een stage bij een grote woningbouwvereniging en een afstudeeronderzoek, bijvoorbeeld voor een onderzoek- en adviesbureau. Gelukkig zit ik in een lichting waar ik het programma nog normaal kan doen, zegt ze

Op mijn vraag hoe ver ze met haar studie is, antwoordt ze dat ze in haar derde jaar zit en zeker het vijfde jaar nodig heeft, door haar bestuurlijke activiteiten. Ik zwijg

Hoe moet ik studenten eerlijk blijven aankijken en mijn mond houden? Want ik zie niet hoe een student Huishoudwetenschappen die met een technologische specialisatie kiest voor de woonomgeving, in september 2000 aan haar afstudeervak moet beginnen. Ik ga er niet op wachten

En wat moet ik zeggen tegen degenen die nu het vak Wonen volgen, of volgend jaar? Helemaal te dol is het dat er straks in september nog eens een lichting op het huidige programma moet volgen met een zogenaamd gegarandeerd aanbod. Volgens het programma krijgen ze januari 2002 het vak Wonen aangeboden en daarna nog de mogelijkheid voor het vakken volgen in Delft, stage en afstuderen. Op zijn allervroegst afstuderen juli 2003

Nee, ik ga er niet op wachten, en wie wel? Want ik weet uit ervaring van de vorige reorganisatie wat het betekent. En vertrekkende mensen en hun onderwijstaken en hun dozen met materiaal worden bij je gedeponeerd. Maar niet bij mij. Mijn kamer is vol, mijn hoofd is vol en mij buik heb ik er ook vol van. Nu al zit ik voor twee studenten een hoeveelheid werk te verzetten die onmogelijk als efficiënt aangemerkt kan worden. En ook anderen zitten er niet op te wachten om eindeloos te improviseren en tijd te investeren voor onderwijs waar geen toekomst voor is weggelegd. Wie doet het licht voor de laatste student uit?

Ongetwijfeld zal het management creatief oplossingen uitvinden. Er worden tijdelijk mensen ingehuurd voor het draaien van een vak. De rest van de begeleiding wordt opgevangen door degenen die blijven, omdat ze niet weg kunnen. Zij moeten zich bezighouden met de ontwikkeling van een nieuw programma. Misschien zelfs moeten zij zich met hun vakgebied invechten in een nieuw te vormen studierichting. Ook dat is geen fijne combinatie. En ook daar zullen mensen zijn die zeggen ik ga er niet op wachten. Dus de blijvers in deze sector hoeft niemand te benijden

Maar vertel mij eens: hoe vertel ik het mijn studenten niet?

Studenten die enthousiast worden over mijn vak, hoe kan ik die eerlijk blijven aankijken en doen of het voor hen gelukkig normaal is?

Re:ageer