Wetenschap - 1 januari 1970

Gelabelde aardappelplanten geven geheimen prijs

Onderzoekers van de leerstoelgroep Biochemie zijn er in geslaagd aardappelplanten te kweken, waarin bijna alle natuurlijke stikstofatomen zijn vervangen door isotopen. Daardoor kunnen de Wageningers precies zien wat voor eiwitten de plant aanmaakt, en hoe hun ruimtelijke structuur eruitziet.

,,Wageningen doet al jaren onderzoek naar het eiwit van aardappels’’, zegt dr Carlo van Mierlo van Biochemie. ,,Aardappeleiwit heeft een hoge voedingswaarde, de zetmeelfabrikanten als Avebe produceren het in grote hoeveelheden als restproduct, maar de voedingsindustrie kan er niets mee.’’
Tijdens de zuivering van het zetmeel verandert structuur van het eiwit waardoor het zich niet meer laat bewerken. Daarom verdwijnt het eiwit nu in veevoer. Avebe zou het graag anders zien, maar weet niet hoe het zijn zuivering zou moeten veranderen. ,,Dat komt omdat er nog weinig bekend is over de ruimtelijke structuur van de onaangetaste aardappeleiwitten’’, zegt Van Mierlo. ,,Daarom zijn we gaan zoeken naar manieren om die eiwitten te bestuderen.’’
De klassieke manier om de ruimtelijke structuur van stoffen te achterhalen is ze kristallen laten vormen en die met röntgenstraling te onderzoeken. Omdat veel eiwitten geen kristallen vormen, gebruikten de onderzoekers echter NMR-spectroscopie, waarbij ze aan de hand van magnetische atoomkernen kunnen zien hoe de structuur van de eiwitten eruitziet.
De NMR-spectrometer ziet echter geen gewone stikstofatomen in het eiwit. Die moet je vervangen door isotopen. Daarom besloten de Biochemici een aardappelplant te laten groeien op een voedingsbodem waarin alle stikstof, waarvan het atoom normaliter zeven protonen en zeven neutronen in de kern heeft, was vervangen door stikstofatomen met acht neutronen in de kern.
Het experiment slaagde. De stikstof in de op Unifarm gekweekte aardappel bestond voor meer dan 98 procent uit de zware variant. ,,We zijn verrast over wat we met deze techniek kunnen zien’’, zegt Van Mierlo. ,,We gaan hier nog veel meer mee doen.’’
Aan het project werkten ook het Centrum voor Eiwittechnologie en de leerstoelgroep Gewas- en onkruidecologie mee. | W.K.

Re:ageer